Verbeelding van het toekomstige dorpslandschap

Niet alleen overheden produceren plannen voor de ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van stad, dorp en landschap. Ook de vakgemeenschap denkt hierover mee. Over deze verbeelding en vernieuwing gaat deel 5 van de serie Dorpslandschappen. Zowel de uitkomsten van de 5e Eo Wijers prijsvraag, als de resultaten van de STAWON-studie Ontspannen Wonen staan centraal. Vanuit het perspectief van het dorpslandschap wordt bekeken op welke manier de ideeën een aanvulling vormen op de beleidspraktijk, en hoe deze vervolgens kunnen worden geïmplementeerd.

TEKST
Rienk van Wingerden

Niet alleen overheden produceren plannen voor de ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van stad, dorp en landschap. Ook de vakgemeenschap denkt hierover mee. Door middel van bijvoorbeeld studies, congressen of prijsvragen worden overheid en samenleving op de voet gevolgd en voorzien van nieuwe ideeën. Onderzoek, ontwerp en de verbeelding van ontwikkelingen die op ons afkomen worden ingezet om de waan van de dag te ontstijgen en ons te inspireren bij het inhoud en vorm geven aan een ongewisse toekomst.
Over deze verbeelding en vernieuwing gaat deel 5 van de serie Dorpslandschappen. Zowel de uitkomsten van de 5e Eo Wijers prijsvraag, als de resultaten van de STAWON-studie Ontspannen Wonen staan centraal. Vanuit het perspectief van het dorpslandschap wordt bekeken op welke manier de ideeën een aanvulling vormen op de beleidspraktijk, en hoe deze vervolgens kunnen worden geïmplementeerd.

De Eo Wijers stichting organiseert al vanaf de jaren tachtig prijsvragen op het gebied van het regionaal ontwerp. De 5e prijsvraag werd in 1998 uitgeschreven en had als onderwerp het Noorden van het land. De vraag die de stichting bij het uitschrijven van de prijsvraag bezighield was welke oplossingen planners en ontwerpers zouden kunnen aandragen voor de vrijwel geruisloze Ð en deels ongewenste Ð veranderingsprocessen in het Noorden. Daarbij betrokken de uitschrijvers de stelling dat vooral vanuit de kwaliteiten en potenties van Noord-Nederland zelf zou moeten worden geredeneerd.
De jury heeft inmiddels geoordeeld en een aantal onderzoekers uit Wageningen heeft zojuist een analyse van de inzendingen afgerond. In de bijdragen van Jonkhof, Broess en Noorman worden de bevindingen tegen het licht gehouden en bekeken wat ze voor de praktijk betekenen. Broess pleit bijvoorbeeld voor de deelname van ontwerpers aan het opstellen van het Provinciaal Omgevingsplan (POP) voor Groningen om zo de ideeën uit de prijsvraag een plek te geven en de kwaliteiten en potenties nog scherper te definiëren en te ontwikkelen. Noorman pareert de soms koele kritiek die is geuit naar aanleiding van de prijsvraag. Juist de onvolkomenheid van de inzendingen biedt de mogelijkheid om de soms grensverleggende ideeën uitvoeringsgericht te vertalen. Volgens Noorman is de houdbaarheidsdatum van de prijsvraag dan ook nog lang niet verstreken.
Daarnaast wordt in een viertal interviews direct gereageerd op een aantal spraakmakende plannen. Zo reageert Van ’t Land, als dijkgraaf van het waterschap Noorderzijlvest, op het plan Wadland. Ondanks enkele onrealistisch elementen in het plan, dienen de ideeën als inspiratie voor het waterschap en geeft het vooral een extra impuls aan het denken over getijdenwerking. Ook Ferwerda, bewoner van Stitswerd en betrokken bij de belangenbehartiging van het dorp, is zeer te spreken over de innovatieve ideeën met betrekking tot de toegankelijkheid van het landschap. Vooral het plan Roodkapje niet! komt met een aantal concrete, integrale oplossingen ter verbetering van het woon- en leefklimaat van het dorpslandschap.
Ook de Stichting Architecten Onderzoek Wonen en Woonomgeving (STAWON) wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling, verbetering en uitwisseling van kennis, met name op het gebied van woning en woonomgeving. Daartoe entameert zij diverse excursies, studiebijeenkomsten en onderzoeken, waaronder het project Ontspannen Wonen.
De kritiek op de huidige uitbreidingswijken in het buitengebied vormde de feitelijke aanleiding voor deze studie. STAWON vroeg zich af of het voor de ontwikkeling van dorpslandschappen met een uitgesproken identiteit mogelijk is locatiespecifieke cataloguswoningen te ontwerpen. Daarnaast wilde de studie een antwoord op de vraag hoe en onder welke voorwaarden ‘buiten’ wonen in het ‘groen’ mogelijk is, zonder dat dit ten koste gaat van de stad en zonder dat waardevolle cultuurlandschappen worden aangetast.
De Wit en ondergetekende gaan uitvoerig in op de studie en haar uitkomsten. Daarbij roepen de auteurs de lokale overheden op om de realiseer-bare ideeën te vertalen in uitvoeringsgerichte plannen, die gezamenlijk door architecten, catalogusbouwers en gemeenten zouden moeten worden opgesteld. Maar ook het gebiedsgerichte beleid kan haar voordeel doen met de studie door woningbouw en landschapsontwikkeling integraal en voortvarend ter hand te nemen genomen.
In de studie Ontspannen Wonen zijn vijf gebieden in Nederland als studielocatie gekozen. Drie daarvan liggen in het Noorden: Duurswold in Groningen, de Drentse Veenkoloniën, en het dorp Zeijen in Drenthe. Betrokkenen bij de ontwikkeling van deze gebieden is gevraagd te reageren op de studie. Zo vertelt Lebbink, voormalig burgemeester van Slochteren, dat de ideeën van H+N+S zijn overgenomen bij de planontwikkeling van nieuwe woongebieden in zijn gemeente. Hij is zeer te spreken over ideeën die in de vakgemeenschap worden ontwikkeld en pleit voor het in de toekomst verder openzetten van de ‘gemeenteluiken’, zodat kwaliteit nog meer een kans krijgt in uitvoeringsplannen en beleid.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50