Nieuwe landgoederen in Noord-Nederland

Stania-state, Verhildersum, Lauswolt, Nienoord, Oldengaerde. De namen van historische landgoederen in het Noorden hebben een vertrouwde klank en roepen beelden op van een statig huis, een brede gracht, een oprijlaan, monumentale bomen, een klassiek vormgegeven tuin. De landgoederen en buitenplaatsen die in de 17e en 18e eeuw gesticht werden stralen welvaart uit, goed smaak en een weelderige levensstijl. Genotzucht ook.

TEKST
André Ligthart Schenk

De Nederlandse overheid probeert vanaf 1993 met verschillende middelen (subsidies, belastingvoordelen en deskundig advies) het stichten van nieuwe landgoederen te stimuleren. De historische landgoederen worden om een aantal redenen zeer gewaardeerd. Ze kenmerken zich door een markant gebouw, omgeven door moes- en siertuinen, een park, bos, wei- en bouwland. Het veelzijdige geheel, de karakteristieke stijl van gebouwen, tuinen en parken, heeft een cultuurhistorische waarde. De bijbehorende bossen en parken zijn in veel gevallen landschappelijk en ecologisch belangrijk. De landschappelijke waarde kan bestaan uit de toevoeging van bos en waterpartijen aan een landschap dat voornamelijk bestaat uit weidegrond. De ecologische waarde uit het voorkomen van bepaalde planten en dieren en het fungeren als ecologische verbindingszone tussen verspreid liggende natuurgebieden. Landgoederen kunnen bovendien een economische waarde hebben. Niet alleen vanwege de waarde van het onroerend goed, maar ook omdat een landgoed een economisch gezonde onderneming kan zijn, met inkomsten uit bosbouw, veeteelt en recreatie.
Dit artikel beperkt zich tot nieuwe landgoederen en laat buitenplaatsen buiten beschouwing. Buitenplaatsen komen vooral voor in een stedelijke omgeving en bestaan uit een of meer gebouwen (woning, kantoor, nutsgebouw) in een royale tuin of een park. Een nieuw landgoed wordt door de ministeries van LNV en VROM omschreven als ‘een nieuw te ontwikkelen en duurzaam te beheren boscomplex (al dan niet met overige gronden) met daarin één gebouw (woonhuis) van allure met daarin maximaal 2 à 3 wooneenheden. Het gebouw heeft primair een woonfunctie. De minimale omvang van de bebossing is vijf hectare. Maximaal 10% van het totale oppervlak is privéterrein en de rest is openbaar toegankelijk. Het geheel heeft een belangrijke maatschappelijke meerwaarde’.

Belastingvoordelen

Het idee om de aanleg van nieuwe bossen te stimuleren door het voor particulieren aantrekkelijk te maken nieuwe landgoederen te stichten werd voor het eerst geopperd in het advies van de commissie Rauwenhoff (Commissie Bosuitbreiding; januari 1993). Dit advies is integraal overgenomen in het Nationaal Bosbeleidsplan (december 1993).
Het overheidsbeleid is gericht op het realiseren van nieuw bos, nieuwe natuurwaarden en meer landschappelijke kwaliteit. Ondernemers en particulieren kunnen daarbij een belangrijke rol spelen door nieuwe landgoederen en buitenplaatsen te stichten. Zij kunnen bij de voorbereiding op planologische medewerking en advies van de overheid rekenen. Na realisatie krijgen zij recht op dezelfde belastingvoordelen als eigenaren van bestaande landgoederen die onder de Natuurschoonwet vallen. Deze wet stelt een aantal voorwaarden en verplichtingen waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor vermindering van o.a. vermogensbelasting, onroerende zaakbelasting en successierecht. (Nieuwe landgoederen; wegwijs in ondersteuning en subsidies)

Negatieve associaties

Voor de realisering van nieuwe landgoederen is de medewerking van provincies en gemeenten een voorwaarde. Een nieuw landgoed moet passen in het streekplan, het bestemmingsplan en in het natuurbeleidsplan.
De provinciale overheden van Groningen en Friesland staan minder positief tegenover deze ontwikkeling dan de Drentse. Dit komt misschien door de associaties die het woord ‘landgoed’ oproept. In gebieden waar ‘landgoed’ wordt geassocieerd met politieke overheersing en feodale verhoudingen staat men minder positief tegenover het idee dan waar het landgoed herinneringen oproept aan bescherming en werkgelegenheid. Of heeft het te maken met de negatieve associaties die de akkerbouwers van de uitgestrekte klei- en veengebieden van Groningen en Friesland hebben bij bomen? Zij hebben het niet zo op hoogopgaand gewas dat niet gemaaid of ondergeploegd kan worden. Bomen en struiken zijn alleen acceptabel als erfbeplanting ter bescherming tegen gure noordwesten winden. Hoe het ook zij: in de Streekplan-uitwerking De Blauwe Stad wordt de aanleg van landgoederen en het experimenteren met ‘nieuwe buitenplaatsen’ wel als mogelijkheid genoemd.

Hamlet

Het is lastig praten over dingen die er nog niet zijn. Om een voorstelling te kunnen krijgen van het aanzien van nieuwe landgoederen hebben ministeries (LNV) en provincies aan planologen, architecten en landschapsarchitecten gevraagd om op papier nieuwe landgoederen te ontwerpen.
In 1994 schreven de ministeries van VROM en LNV een prijsvraag uit met de opdracht: ‘Geef een visie op de wijze waarop nieuwe landgoederen kunnen bijdragen aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten in een regio en lever concrete plannen voor de inrichting en realisatie van twee nieuwe landgoederen …’
Dit resulteerde in de uitgave: Nieuwe landgoederen; een besloten ideeënprijsvraag met onder andere ontwerpen aan de rand van de Biesbosch, in de duinen van Domburg, in de Haarlemmermeer, ten oosten van Heerenveen en twee bij Schoonebeek, waarvan het ontwerp ‘Hamlet’ (Engels voor buurtschap) de eerste prijs won.
Dit laatste ontwerp is gedacht in het hoogveen-ontginningslandschap waar de ‘ja-knikkers’ van de NAM de olie omhoog pompten. Deze pompen zijn overbodig geworden. De bodem moet gereinigd worden en het landschap zal opnieuw worden ingericht. Het ontwerp heeft een oppervlakte van 63 hectare. Er is een buurtschap ontworpen van ongeveer 30 woningen rond een centraal plein in plaats van het gebruikelijke landhuis. In het plan zijn singels en lanen opgenomen en er is veel ruimte bestemd voor natuurbouw (ontwikkelen en in stand houden van nieuwe natuur). Door het landgoed loopt een fietsroute die aansluit op bestaande fietsroutes in de omgeving van Schoonebeek.

Landgoederen in het Noorden

In het zeer interessante boekje ‘Verleiding of bedreiging: verkenning van mogelijkheden voor nieuwe landgoederen in Noord-Nederland’ wordt voor verschillende typen landschap een ontwerp gepresenteerd als voorbeeld. Het landschapstype en dus de omgeving van het landgoed bepalen voor een belangrijk deel de plattegrond, de functies en de cultuurelementen (grachten, lanen, tuinen) die er in opgenomen worden. Bij elk ontwerp is een schets opgenomen van het gebouw dat er zou kunnen passen.
In de noordelijke provincies zijn tot nu toe een paar landgoederen in ontwikkeling of al gerealiseerd.

De Schipborg

Het landbouwbedrijf De Schipborg ten noorden van Anloo in het stroomdal van de Drentse Aa, is de afgelopen jaren omgevormd tot een landgoed van 130 hectare. Het centrale gebouw is de monumentale boerderij die in 1914 naar een ontwerp van Berlage is gebouwd. Toen eind 1995 de plannen voor de bebossing gereed waren is daaraan in Noorderbreedte 1995-6 al aandacht besteed. De belangrijkste reden om van landbouw over te schakelen op bosbouw waren de beperkingen die aan de akkerbouw in het kwetsbare gebied werden opgelegd. Het landgoed draagt nu bij aan de bescherming van het gebied en de eigenaar wordt daarvoor beloond met subsidie. Het bos is vrij toegankelijk voor wandelaars.

Landgoed Scholtenszathe

Een landgoed in ontwikkeling is Scholtenszathe, het voormalige akkerbouwbedrijf Maatschappij Klazienaveen. Het landgoed ligt in het hoogveen-ontginningslandschap ten oosten van Emmen. Ook hier waren het (evenals bij De Schipborg) bedrijfseconomische overwegingen waardoor de eigenaren op zoek gingen naar een ander gebruik van de grond. Voortgaan met verbouwen van de traditionele akkerbouwproducten als aardappelen, bieten en granen leek de continuïteit in gevaar te brengen omdat het te weinig rendement opleverde.
Omvormen van het akkerbouwbedrijf tot een landgoed heeft voordelen voor de eigenaren, maar er worden ook maatschappelijke doelen mee gediend. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de provincie Drenthe en de gemeente Emmen zijn geïnteresseerd in het tegengaan van de verdroging van het Oosterbos en het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone tussen het Oosterbos en het Veenpark. Het ministerie van LNV hecht belang aan de sociaal-economische ontwikkeling van het platteland, het verbeteren van het milieu en de aanleg van bos op landbouwgronden.
De voordelen voor de eigenaren liggen in een gezondere bedrijfsvoering en een verzekering van de continuïteit door subsidies en belastingvoordelen.
De oppervlakte van Scholtenszathe is bijna 1000 hectare. Ruim de helft blijft in gebruik voor traditionele akkerbouw. Daarnaast zal 40 hectare gebruikt worden voor biologische landbouw. Een kwart van de totale oppervlakte wordt bos. De helft daarvan is in het voorjaar van 1999 al geplant. De andere helft komt in de loop van het volgend jaar aan de beurt. Het wordt een gevarieerd bos met o.a. eiken, beuken, essen, tamme kastanjes, haagbeuken en zoete kersen. Aan de randen worden struiken geplant, o.a. het Drents krenteboompje, meidoorns, hazelaars en de Gelderse roos. Langs het Oosterbos komt een bufferzone van 52 hectare vochtig natuurgebied met als belangrijkste functie de verdroging van het Oosterbos tegen te gaan. In het plan is ook een rabattenbos opgenomen. Dit is een vochtig bos waar populieren op grondruggen worden geplant. Tussen de ruggen lopen sloten. Het gebied produceert schoon water dat als gietwater geleverd kan worden aan de glastuinbouw in de buurt.
De bebouwing gaat bestaan uit een hoofdgebouw in een park, 24 buitenplaatsen op ruime kavels lang het Scholtenskanaal en 8 tot 10 woningen voor de uitbreiding van Klazienaveen-Noord. De bouw zal gefaseerd in de komende vijf jaar plaats vinden.

Noordelijke initiatieven

Het stimuleren van de aanleg van nieuwe landgoederen door de overheid past in het ‘En-En-denken’ van de jaren negentig. Deze manier van denken kenmerkt zich door de vooronderstelling dat in goede keuzes, zo veel mogelijk belangen verenigd worden. Met de aanleg van nieuwe landgoederen worden de belangen gediend van natuur en milieu (aanleg en in stand houden van natuur, vermindering van kooldioxyde in de atmosfeer, aanleggen van ecologische verbindingszones). Tegelijkertijd worden met de aanleg van nieuwe landgoederen en buitenplaatsen de belangen gediend van mensen die de behoefte en de middelen hebben om exclusief en in het groen te wonen. Ten derde wordt de aanleg van landgoederen en buitenplaatsen door de overheid gezien als een geschikt middel om plattelandsgebieden sociaal en economisch te versterken. En ten slotte biedt het omzetten van agrarische bedrijven in landgoederen op beperkte schaal de mogelijkheid om de toekomstperspectieven van agrarische bedrijven te verbeteren.
De landgoederen die in het Noorden zijn gerealiseerd (er zijn er nog een paar die in het artikel niet zijn genoemd), komen allemaal voort uit initiatieven van landbouwers die nieuwe kansen voor hun onderneming zochten. De initiatiefnemers kennen dus de streek, de grond en de gevoeligheden van de bewoners. De angst van sommige overheden en politieke partijen dat met de nieuwe landgoederen de feodale verhoudingen uit de Middeleeuwen en de praalzucht uit de Gouden Eeuw weer terug zullen keren, lijkt daarom ongegrond.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50