Sjoerd Wagenaar, landschap als inspiratiebron voor theater

‘Ik heb zes jaar lang tapijt gelegd. De meeste huizen hier in de omgeving ken ik. Als je dat soort werk doet, kijk je toch weer wat anders tegen de dingen en tegen de mensen aan dan wanneer je theater maakt.’ Sjoerd Wagenaar zit voor zijn huis aan de rand van het Drentse dorp Gasselte en kijkt om zich heen. Een leeg landschap. Een landschap waar je je, makkelijker dan in steden, verbonden kunt voelen met de natuur en met de jaargetijden.

TEKST
Rob de Graaf

Die uitspraak over zijn woninginrichtersverleden kenmerkt Wagenaar: ook als kunstenaar werkt hij graag met concrete en tastbare zaken, en ook daar gaat het hem om de bestudering van (en de verbazing over) het menselijke gedrag. Maar waar de tapijtlegger zich afzijdig houdt en na geleverde diensten beleefd verdwijnt, daar is de theatermaker niet tevreden voor hij zijn publiek heeft laten delen in die elementaire verwondering. Sjoerd Wagenaar is een man die verbindingen legt. De ambachtsman, die van hard werken en van handige oplossingen houdt, is ook de kunstenaar die van het onmogelijke droomt. De theatermaker die voortdurend alles onderzoekt en die niet tevreden is voordat hij iets gemaakt heeft dat anderen voor onmogelijk zouden houden, is ook de man die het liefst in de meest alledaagse termen spreekt over zijn werk. Niet dat hij wars is van theorieën of bespiegelingen, maar toch zijn het eerder de tastbare gebeurtenissen en de voelbare ervaringen die hem boeien dan het moeilijk begaanbare terrein van de bedoelingen. Sjoerd Wagenaar is theatermaker. Locatietheatermaker, iets preciezer. Decorontwerper, ook. Maar vooral toch een schepper van beeldende gebeurtenissen, een organisator van ontmoetingen, een graver in landschappen en geschiedenissen. Sjoerd Wagenaar maakt muziek met keukengerei en organiseert vijf keer per dag dezelfde scheepsramp. Hij werkt met jongeren en met verhalenvertellers, hij bouwt kantelende ruimten en zoekt op het Drentse land naar sporen van een bijna vergeten verleden. Hij laat zijn publiek genieten van de weidsheid van een waddenstrand of hij sluit het op in een broeiend warme zeecontainer. Met de blijmoedige energie van een amateur maar met de doelgerichtheid en de volharding van een scherp denkende vakman bouwt hij aan een wereld; een wereld waar belang wordt gehecht aan het avontuur en aan de directe, zintuiglijke belevenis. Om zich heen heeft hij een aantal makers en organisatoren verenigd in de PeerGrouP. In deze organisatie ontwikkelt hij zijn werk en brengt hij zijn producties onder.

Een bijna fatale lekkage

Na een begin als amateurtheatermaker bezocht Sjoerd Wagenaar in de jaren negentig Academie Minerva in Groningen. Daarna was hij student aan de tweedefaseopleiding voor theatermakers DasArts in Amsterdam. Het beeldende en het dramatische hebben bij hem altijd naast elkaar gefunctioneerd, als twee gelijkwaardige krachten. Ze kunnen niet zonder elkaar, al was het maar omdat de dramatiek vaak rechtstreeks uit beeld en materiaal voortkomt. Neem de voorstelling Waterkracht, gemaakt voor het Oerol-festival op Terschelling in 2001, samen met André Pronk. Een schip dat in de haven van West-Terschelling lag aangemeerd, was zodanig geprepareerd dat het voor een theatervoorstelling gekomen publiek de sensatie onderging van een bijna fatale lekkage. Eerst lijkt alles nog de kant op te gaan van een mooi stukje theater, met dans, video en muziek, maar dan opeens spuit het water met grote kracht het ruim van het schip in, alles wat los en vast zit in een apocalyptische stroom met zich mee voerend. Alle schoonheid wordt genadeloos weggespoeld; slechts de eenzame drummer blijft tot het allerlaatst met zijn slagwerk in de weer. En pas als de toeschouwers na een minuut of twintig weer veilig (en droog) aan wal staan, krijgen ze de gelegenheid om beseffen dat wat ze hebben meegemaakt geen bijna-ramp was, maar een Zappsnacks-gebeurtenis, zoals Wagenaar en Pronk dat noemen.

Te gast in de Graanrepubliek

Hij maakt voorstellingen in schuren of in de buitenlucht, op schepen en in verlaten bedrijfsgebouwen. Plekken die ertoe doen, plekken waar mensen zich mee verbonden voelen of die een geschiedenis hebben – plekken die medebepalend zijn voor de aard van de voorstelling die er gemaakt wordt. Hij liet voor een manifestatie ten tijde van het Groningse Blue Moon-festival, Het dolende land, een veld aanleggen waar de maïs hoog opgroeide, een even simpele als perfecte manier om voor schoolkinderen uit de stad een doolhof te suggereren, een plek waar ze kunnen merken dat theater niet alleen iets vreemds is dat met donkere zalen en mooie woorden te maken heeft, maar dat het ook een ervaring kan worden die je individueel ondergaat, een lijfelijke confrontatie waarbij je al dwalende voelt hoe de spanning en het contact met het onbekende je maag aan het rommelen brengen.
Wagenaar heeft gewerkt met dansers, acteurs en beeldend kunstenaars, maar ook met jongeren, met amateurs, met mensen die nooit hadden gedacht dat ze ooit nog eens iets met theater te maken zouden hebben. In de buurt van Nieuweschans zocht hij een oude locomotievenremise op, een monument met een grimmige geschiedenis die hij liet herleven en verrijken met de verhalen van oude en nieuwe bewoners: de welgestelde boeren en de voormalige landarbeiders, maar ook asielzoekers die hier in de omgeving zijn gehuisvest. Te gast in de Graanrepubliek, heette het weekend waarin deze actie plaatsvond.

Veelomvattende manifestatie

Mensen zijn zo nietig als een korrel zand, en daar staan de grote krachten tegenover, zoals het water in Waterkracht, of de niet te loochenen wetten van de zwaartekracht in Strak stuk, de productie die Wagenaar in samenwerking met het Grand Theatre maakte voor het Noorderzon-festival van 2002. In Strak stuk komen mensen met hun hele hebben en houden terecht in een ruimte die langzaam steeds verder kantelt. Ze hebben altijd heel gemakkelijk langs elkaar heen geleefd, maar nu worden hun zekerheden verstoord; ze zitten samen in een klein Arkje van Noach en dan moeten ze wel iets aangaan met elkaar. Dat is misschien wel de waarde van het werk van Wagenaar: hij bereikt iets door de orde te verstoren. Naast vormen van beeldend bravouretheater ontwikkelt Sjoerd Wagenaar projecten met een meer bespiegelend karakter. Een voorbeeld daarvan is Treffen, een veelomvattende manifestatie die hij nu aan het voorbereiden is en waarin onderzoek wordt gedaan naar geschiedenis en beleving van het Drentse landschap. Treffen zal in 2005 worden gerealiseerd.

Artistieke archeologie

Wagenaar interesseert zich voor tradities, geschiedenis en cultuur. Cultuur in wording, zoals hij zelf zegt. In Drenthe, waar voor het oog van de buitenstaander nauwelijks iets lijkt te veranderen, zoekt hij naar sporen van het verleden en naar tekens van beweging. Hij noemt de Britse historicus Simon Schama als voorbeeld, die in zijn boek Landschap en herinnering laat zien hoe, voor wie goed kijkt in het landschap, de tekens zijn te vinden die verwijzen naar wat mensen ooit op al die plekken hebben gewild, gedaan, geprobeerd en gehoopt. Wagenaar zou zijn publiek het liefst mee willen nemen naar al die plekken, naar een stuk bouwland waar ooit een weg gelopen heeft, of naar een plek langs zo’n lange Drentse weg waar iemand bloemen heeft neergelegd, waarschijnlijk als herinnering aan een hier gevallen verkeersdode. Treffen zou kunnen worden omschreven als een vorm van artistieke archeologie, waarbij de verschillende lagen van het (cultuur)landschap onderzocht worden en hun geheimen prijsgeven. De verhalen, de tekens en de geschiedenissen worden geactiveerd door middel van performances en andere ingrepen. Het publiek volgt een theatrale route en beseft als het goed is dat Drenthe meer omvat dan een rustig plekje waar het zo prettig kamperen is. Maar net zo sterk wil Sjoerd Wagenaar zich richten op de bevolking van de streek, niet alleen omdat hij deze mensen nodig heeft als leverancier van de geschiedenissen waarop het project gebaseerd zal zijn en als actief betrokkene bij de manifestatie, maar ook omdat hij hoopt dat een project als dit bij deze Drenten een scherper bewustzijn kan bewerkstelligen ten aanzien van de waarde van hun streek en van hun eigen, grote en kleine geschiedenissen.

Mobiele werkplaats

Het project heeft ook te maken met de wens van Sjoerd Wagenaar en zijn medemakers van de PeerGrouP om zich een plaats te verwerven in Drenthe. Zo goed als Wagenaar zich thuis voelt in de marges tussen allerlei erkende kunstvormen, zo graag wil hij zich manifesteren in een regio waar theater en andere vormen van kunst niet zo vanzelfsprekend zijn als in de grote steden. Ergens iets op willen bouwen waar je een pionier bent, weten dat het moeilijk is en er toch aan beginnen, geloven dat ook in het schijnbaar onaanzienlijke iets wonderbaarlijks zit verborgen; dat is kenmerkend voor Sjoerd Wagenaar.

War against poverty

Pratend over zijn visioenen voor Treffen komt Wagenaar terecht bij het werk van John Malpede, een Amerikaanse kunstenaar die met zijn Los Angeles Poverty Department werkt aan vormen van theater die rechtstreeks te maken hebben met de sociale realiteit. Wagenaar kent Malpede nog van zijn DasArts-tijd en hij is dit najaar naar de Verenigde Staten geweest om te zien hoe Malpede in de staat Kentucky een manifestatie voorbereidt waarbij 35 jaar later een reis wordt overgedaan die Robert Kennedy in 1968 maakte in het kader van de door hem en zijn medestanders beoogde War against poverty; de achterliggende vraag is hoeveel er terecht is gekomen van de hoop die er toen was en van de beloften die toen zijn gedaan. In augustus 2004 gaat Wagenaar opnieuw naar Kentucky, om samen met John Malpede vorm te geven aan deze reconstructie. Het wordt een coproductie met de PeerGrouP. Malpede wordt bij het project Treffen in 2005 betrokken als regisseur. De situatie in Drenthe is minder grimmig dan die in een verarmd industriegebied in de VS, maar de mentaliteit van waar uit gewerkt wordt, is in beide situaties zeker vergelijkbaar. Net als Malpede wil ook Wagenaar kijken naar een geschiedenis, luisteren naar de verhalen die mensen vertellen en op basis daarvan iets duidelijk maken over wat er in een vaak veronachtzaamde streek aan de hand is. En net als zijn Amerikaanse collega overschrijdt hij daarbij grenzen tussen kunst en sociale realiteit, tussen een voorstelling en een gebeurtenis waar men als bezoeker ook deelnemer wordt, en tussen de wereld van de artistieke abstractie en die van de tastbare alledaagsheid. De ambachtsman verloochent zich niet.
Op dit moment is Sjoerd Wagenaar met de PeerGrouP bezig aan een grote locatieproductie Faust Inc. in de oude aardappelmeelfabriek in Ter Apel. Het regionaal Cultuurplan Oost-Groningen is de initiatiefnemer van dit spektakel. Zie voor meer gegevens het overzicht elders in dit nummer.

De auteur is journalist en toneelschrijver.

[…] ik een en ander opgezocht en wat blijkt: de naam Kalkman (die ik wel kende) is een synoniem voor Engelsmanplaat. Vooral in Wierum en omgeving wordt deze oude naam nog gebruikt, vanwege de vele schelpen (=kalk) […]

[…] armoedige maar ongedwongen vertoning heen. Het eenvoudige maar prima ontbijt maakt veel goed. Deze humoristische beschrijving van het hotel is ook […]

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50