De Blauwe Stad

Dit kaartbeeld van Noordoost-Groningen toont ons een lappendeken van landschappen. In het uiterste noorden zien we nog net het wierdengebied met de verhoogde woonplaatsen Termunten en Woldendorp.

TEKST
Wim Boetze

Dit kaartbeeld van Noordoost-Groningen toont ons een lappendeken van landschappen. In het uiterste noorden zien we nog net het wierdengebied met de verhoogde woonplaatsen Termunten en Woldendorp. Ten zuiden daarvan duiden de paarse vlekken op het laaggelegen veenlandschap. De bodem is daar uitgeveend en ingeklonken, en plaatselijk met klei bedekt. Zure klei op veen, dat is slechte grond. Kattenklei, zeggen de boeren. Te midden van al dat paars ligt een zandrug of gast. Wagenborgen heeft daar ruim bezit van genomen.
De inbraken vanuit de zee hebben tot diep in het binnenland hun sporen achtergelaten. In de geulen waaruit het veen is weggespoeld, is de klink veel minder dan in de venige omgeving. De geulen liggen nu als ruggen in het land. Inversie wordt dat genoemd. Zo werd het landschap, mede onder invloed van de mens, een wirwar van veen, zand en klei.
De kern van het kaartbeeld was ooit een uitgestrekt veengebied. Toen in de Middeleeuwen het veen werd ontgonnen en ontwaterd begon het maaiveld te dalen. Dalend land, in combinatie met een rijzende zeespiegel leidde er op den duur toe dat van alle kanten water kwam toestromen. Het was het een kwestie van tijd tot de zee het veen verspoelde en de Dollard ontstond. In 1418 is er een verontrustende melding ‘dat reeds tussen Winschoten en Blijham eb en vloed ging’. Omstreeks het begin van de zestiende eeuw bereikte de Dollard zijn grootste omvang.
De inbraak van de Dollard heeft het kaartbeeld danig getekend. De bewoners verplaatsen hun dorpen naar de hoger gelegen delen en namen hun bakstenen kerken mee.

Jonge zeeklei

Langs de oude zeekust van de Dollardinbraak werd de eerste dijk gelegd. Langs de zuidrand van het paars is de voormalige zeekust herkenbaar. De oude zeedijk is nu een weg die als een slingerend lint de streekdorpen verbindt. Benamingen als Nieuwolda en Nieuw-Scheemda geven aan dat het hier om jonge nederzettingen gaat. Geulen en inbraken hebben niet het eeuwige leven. Er spoelt slib genoeg langs de kust en grote delen van de Dollard werden al snel weer opgevuld.
In een waaier van inpolderingen werden grote delen van het verspoelde land teruggewonnen. Vijf polders tekenen zich als regelmatige lichtgroene banen af. Ze zijn hoger opgeslibd en minder ingeklonken dan het venige achterland. Hoe hoger de polder, hoe jonger het land. Ze bestaan uit jonge zeeklei, die kalkrijk en niet extreem zwaar is want het slib werd dicht bij de getijden afgezet. Plaatselijk is de klei zes meter dik. Dit zijn de beste landbouwgronden van ons land. De graanproductie werd er ooit tot torenhoogte opgevoerd. De boerderijen van waaruit deze gronden worden bewerkt liggen als machtige forten langs de kusten van de voormalige inbraak. Als men van Vriescheloo naar Bellingwolde rijdt, verandert de bodem vrij plotseling van zand in zeeklei en tegelijkertijd worden de boerderijen groter.

Eiland van Winschoten

De zandkoppen rond om Winschoten lagen als een schiereiland in de binnenzee. Ze worden wel het eiland van Winschoten genoemd. Het voormalige eiland oogt op de kaart als een soepbord. De rode en gele vlekken vormen de randen van het bord. Het zijn koppen van zand en keileem die door het landijs werden opgestuwd. Ze zijn noordoost-zuidwest georiënteerd. De bodem van het soepbord wordt gevormd door twee paarse vlekken. Hier lag nog in de achttiende eeuw het Huningameer. Het werd laat in cultuur gebracht. De soep die op het bord wordt opgediend heet de Blauwe Stad. Het Huningameer keert terug.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50