Een gevoel van vrijheid

De Nota Ruimte, een vloek of een zegen? De één zal er de zondeval van een losbandige planologie in zien, de ander een opluchting na jaren van ademnood.

TEKST
Wim Boetze

De Nota Ruimte, een vloek of een zegen? De één zal er de zondeval van een losbandige planologie in zien, de ander een opluchting na jaren van ademnood. We waren de laatste tijd al aardig op weg om het wurgkoord van de rode contouren, het favoriete speeltje van minister Pronk in zijn onvoltooide Vijfde Nota op de Ruimtelijke Ordening, te doorbreken. Ambitieuze projecten als Blauwestad, Meerstad en buiten de noordelijke regio IJburg, waren een aantal jaren geleden al de voorbodes van het verlangen naar buiten wonen. De welvaart had in de jaren negentig een niveau bereikt waarop menig huisgezin zich een ruime woning in een lommerrijke omgeving kon permitteren. Dit vertaalde zich dan ook in een typisch Noord-Nederlandse vraag naar twee-onder-één-kappers voor wie zijn woonsituatie verbeterd wilde zien, terwijl de westerling niet verder kon komen dan een rijtjeshuis in een Vinex-wijk. Het Noorden mag dan economisch achterlopen, we hebben wel de ruimte, waar we ruim in willen wonen en ruim van willen genieten.

Trend

Met de komst van de Nota Ruimte is de tijd voorbij dat de minister zich hoogstpersoonlijk naar het zuiden van Drenthe spoedt om de stichting van een nieuw landgoed met woonaccommodatie te verhoeden. Een groenbewogenheid die doorschiet als je bedenkt dat het Nederlandse landschap voornamelijk een uitdrukking is van cultuurtechnische hoogstandjes en minder van ongerepte natuur. Nota Ruimte, de titel alleen al geeft ruimte. Het klinkt heel anders dan een nota die wenst te ordenen.
Maar goed, er zou nu dan eindelijk een rijksnota zijn die het buitengebied van het slot haalt. Een nota die ruimte biedt voor bestemmingsveranderingen van landbouwgronden, voor suburbaan bouwen, voor landgoedwonen en natuurontwikkeling. Kortom voor een creatieve herontwikkeling van het landelijk gebied. De nota laat de agrarische ondernemer de keuze te investeren in een renderende toekomst, of grond te verkopen voor project-, natuur- of infrastructuurontwikkeling. In sommige gebieden zie je dat de verhouding agrarisch-niet agrarisch grondgebruik al dicht bij de 50-50 procent is gekomen, vooral veroorzaakt door natuurontwikkeling en buiten wonen. Blauwestad en Meerstad zetten deze trend grootschalig door.

Ideale plekken

Welk type landschap hoort bij het vrijheidsgevoel dat vervolgens weer bij het buitenleven hoort? Water scoort hoger dan bos, en bos weer hoger dan boerenland. In een onlangs door het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra gepresenteerd onderzoek naar favoriete landschappen kwam het moeraslandschap van de Weerribben in Noordwest-Overijssel als nummer één uit de bus. Ruim voor de Veluwe. De ontwerpers en ontwikkelaars van de twee Groningse meersteden hadden al ver voor het onderzoek de voorkeur voor een waterrijk woonlandschap aangevoeld.
In haar onderzoek Landschap van de vrijheid onderzocht ruimtelijk ontwerper Ivonne de Nood de relatie tussen landschappen, de variatie aan activiteiten daarin en gevoelens van vrijheid. Ook hier werden waterlandschappen met open water en oevers genoemd als ideale plekken voor activiteiten met een groot vrijheidsgevoel: ‘Water heeft veel verschijningsvormen en straalt tijdloosheid en grenzeloosheid uit. Zeilen geeft het vrijheidsgevoel van daarheen gaan waar je wilt. Wandelen langs zee geeft het gevoel dat er geen beperkingen zijn. De keuze van de plek (in of bij een mooi landschap) is belangrijker dan de vrijheid in architectuur.’

Natuurwoners

Toch zal niet elke ‘buitenwoner’ zich een ‘natuurwoner’ willen noemen. De overgang van stad naar buitengebied wil op een zondagmiddagwandeling nog wel eens in een beekdalletje of op een heideveld uitkomen. Maar wónen in zo’n stil landschap wil maar een enkeling. Omgevingspsychologen hebben aangetoond dat veel mensen ‘verlaten’ landschappen en ruige natuur een beetje eng vinden, en zeker niet aantrekkelijk om dagelijks in te verkeren.
Buiten wonen oké, maar dan wel in een buurtje of straat; het moet wat op de stad lijken. Twee voorbeelden illustreren dat treffend. Enkele jaren geleden was ik getuige van een dichtersvoordracht door de Groningse dichter Jean Pierre Rawie aan de oevers van het riviertje de Ruiten A. Rawie begon zijn optreden met de verontschuldiging dat zijn stem wat onvast zou zijn omdat het de eerste keer was dat hij in de natuur was. En de Volkskrant berichtte in haar magazine van 4 maart 2006 onder de titel ‘De stilte is vreselijk’ over spijtoptanten die het romantisch buiten wonen voor gezien hielden en terug wilden naar de dynamiek van de stad.
Natuurbeschermers hoeven, kortom, niet te vrezen voor horden natuurwoners. Deze groep woningzoekenden is niet talrijk maar wel natuurminnend. Dus geef ze de ruimte.

Ruw gebeiteld

In mijn eigen beroepsuitoefening als ontwerper kom ik regelmatig voorbeelden tegen van spontane vrijheidsbeleving van vers ontworpen landschapselementen. Jonge bossen bijvoorbeeld, die worden gebruikt als podium voor moderne kunst. Of gronddepots die zijn vrijgekomen uit gegraven plassen en worden gezien als crossheuvels, waarbij de plassen zelf ideaal zijn voor beginnende surfers en de flauw hellende natuuroevers geschikt blijken voor barbecuen. Ontgrondingen voor natuurontwikkeling ook, die heerlijk zijn om bij te zonnen en in af te koelen, zoals bleek toen ongebruikte speelweiden in de dorpsbossen van Uithuizen en Middelstum werden omgevormd tot bosvijvers. Deze ontgrondingen waren eigenlijk bedoeld als biotoop voor amfibieën en rietzangers. Er was even niet gerekend met het spontane gebruik van de nabijwonende dorpeling als natuurlijke doelsoort. De plaatselijke IVN-afdelingen raakten er wat door in verwarring maar werden gerustgesteld toen na enige tijd het volk weg bleef omdat de boel begon dicht te groeien. Het bracht de onlangs overleden Henk Jurriaans, levensgezel van de kunstenares Marte Röling, op het idee om dan maar op eigen erf een recreatiegat te graven.
Al die wat ruw gebeitelde natuurplannen zijn veel leuker om in te recreëren dan de duur aangelegde stadsparken. Jaren geleden kreeg ik van Rijkswaterstaat de opdracht om een beplantingsplan te maken voor het slibdepot naast de Gideonbrug over het Winschoterdiep. Ik gaf de opdracht terug met het argument dat er op het terrein overal jonge kiemplanten van de schietwilg waren te vinden en dat het terrein zichzelf in korte tijd massaal zou bebossen. Na twintig jaar stond er een woud van reusachtige wilgen, sommigen meer dan vijfentwintig meter hoog. Het bos was inmiddels spontaan geannexeerd door allerlei clubs en verenigingen, waaronder een modelracebaan en een Martin Gaus Hondenschool. Die waren er nooit gekomen als het terrein met een duur plantsoen was ingericht.

Slimme reclame

Kun je ontwerpen aan een landschap voor spontaan en vrij gebruik?
Ontwerpen gaat altijd over planning en vormgeving, terwijl vrijheid eerder gaat over het ongeplande.
Zal het woonconcept ‘buiten wonen’ dat ten grondslag ligt aan Blauwestad en Meerstad, appelleren aan het gevoel van buiten leven?
De ontwikkelaars richten zich wel degelijk op het vrijheids- en rust- en ruimtegevoel bij de toekomstige bewoners. De slimme reclame voor Blauwestad roept het gevoel van ruimte en veel natuur op. Dit kan zeker worden waargemaakt bij het geplande aantal van 1200 woningen in een gebied met een meer van 800 hectare en 350 hectare nieuwe natuur.
Het aantal woningen (10.000) in Meerstad is stukken hoger, maar hier liggen de woningen verspreid in een plangebied van maar liefst 4000 hectare met veel open water, natuur en landbouw.

Bankje

In 2001 schreven omgevingspsycholoog Agnes van den Berg en biologe Magdalena van den Berg (geen zussen) een essay met de titel Van Buiten word je Beter. Niet eerder werd door wetenschappers zo duidelijk het verband gelegd tussen gezondheid en natuur. ‘Een natuurlijke omgeving vervult een sleutelrol bij uitrusten, leren en groeien’, schrijven ze. Met leren wordt bedoeld vaardiger worden in het psychisch en sociaal-emotioneel functioneren. Groei slaat op het geestelijk rijker worden bij inspannende en ontspannende activiteiten in de natuur. De onderzoeksters: ‘Gewoon op een bankje zitten en naar de natuur kijken is al genoeg om je weerbaarheid te vergroten’.
Als wetenschappelijk vervolg op het essay presenteerde de Gezondheidsraad in mei 2004 een advies waarin ondubbelzinnig wordt aangetoond dat mensen zich gezonder voelen als hun omgeving groener is. En ook Natuurmonumenten heeft de link met gezondheid ontdekt.
Ikzelf ben me in mijn Friese Stelp op het Groninger Hogeland al jarenlang bewust van de heilzame werking van het buitenleven. Ik woon daar op de klei, samen met uilen, spechten en reeën die in mijn erfbos leven. Af en toe arriveert er een vriendengroep uit de Randstad op mijn erf. Er wordt dan een weekendje gesnoeid, gezaagd, gekloofd, gemaaid en boompje geklauterd. We eten buiten bij een ondergaande zon en zitten tot middernacht met wijn en veel verhalen bij een vuur. Voor mij hoeft het niet meer wetenschappelijk te worden bewezen dat dit heel gezond is.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50