Hoogte op kleur

De markante keileemrug ligt in stukken. Eén oogopslag op de hoogtekaart van de Hondsrug tussen Glimmen en Noordlaren volstaat om dat te constateren. Compleet doorgesneden.

TEKST
Wim Boetze

De markante keileemrug ligt in stukken. Eén oogopslag op de hoogtekaart van de Hondsrug tussen Glimmen en Noordlaren volstaat om dat te constateren. Compleet doorgesneden. De Drentse Aa (ter linkerzijde) wist ooit bij hoge waterstand het dal van de Hunze (ter rechterzijde) te bereiken. Zo ontstond een stroomdalletje dat dwars op de dalen van Aa en Hunze ligt. Het westelijke deel van het dal draagt de dichterlijke naam ‘de Besloten Venen’.
Als we het afgebeelde fragment van de Hondsrug wat beter bekijken, vallen de talloze ringvormige gaten op. Het zijn de restanten van tijdens de laatste ijstijd gevormde ijslenzen (pingo’s). Omdat de hoogtekaart dwars door bomen en struiken heen kijkt, komen er heel wat meer ronde gaten te voorschijn dan je in het veld ervaart. Het natuurgebied Appèlbergen blijkt vrijwel geheel uit voormalige pingo’s te bestaan. Mogelijk heeft een reeks ijslenzen de Drentse Aa een handje geholpen toen die de Hondsrug doorbrak.
De weg tussen Groningen en Coevorden liep eeuwenlang hoog en droog over de Hondsrug. De karrensporen op de kaart herinneren nog aan die tijd. Ter hoogte van de Besloten Venen moesten de reizigers echter een moerassige laagte passeren. Groningen-Coevorden was een hoofdverkeersweg en het is begrijpelijk dat deze lastige passage geleidelijk werd opgehoogd. Het diepje werd afgedamd en het stroomdal raakte afgesloten en werd een ‘besloten veen’.

De doorsnijding bij de Besloten Venen vormde de natuurlijke grens tussen de Groningers in het noorden en de inwoners van het landschap Drenthe in het zuiden. De deuk in de Hondsrug vormde tevens een taalgrens. De doorsnijding heeft daar eeuwenlang rustig gelegen, totdat de volle middeleeuwen uitbraken. Vanaf dat moment was er steeds gedonder bij de laagte, want de doorsnijding bleek een militaire toplocatie. De noordkant van het dal behoorde tot het domein van de Groningers, die hun militaire hoofdkwartier bij het Huis te Glimmen hadden. De Drenten, onder aanvoering van de heren van Coevorden, verschansten zich aan gene zijde van het dal. Met een fort beheersten ze de toegang tot het gebied van de Groningers. Een ideale uitvalsbasis om de stadjers (en daarmee de bisschop van Utrecht) aan te vallen. Want de Drenten hadden het niet op de bisschoppen. In 1227 hadden ze immers Otto II tijdens de slag bij Ane een kopje kleiner gemaakt. Alle reden om zijn opvolger goed in de gaten te houden.
Volgens de kronieken zouden de Drenten na de roemruchte slag hun hoofdkwartier hebben verplaatst naar het fort Nutspete. Zou de versterking bij ons stille groene dal soms de Nutspete zijn geweest?

In 1963 heeft de rechtbankpresident en amateur-historicus Gerrit Overdiep op luchtfoto’s langs de zuidwal van de Besloten Venen al de restanten van een fort ontdekt. Dat moet de Nutspete wel zijn, want de locatie komt nauwkeurig overeen met de wijze waarop het fort in oude documenten is omschreven: ten noorden van Laren en ten zuiden van een moeras. Op de hoogtekaart zijn de fundamenten ervan (aangegeven met een vierkantje) slechts vaag zichtbaar. Maar eerlijk is eerlijk: onze concurrent Google Earth doet het ditmaal beter. Die laat de dubbel omgrachte, ronde burcht haarscherp zien. Een vergelijkbare ‘waterburcht’ lag aan de oostkant van het Zuidlaardermeer vlak bij Wolfsbarge. Samen met de waterburcht ten zuiden van Eelde, die enige tijd geleden op kunstzinnige wijze weer zichtbaar is gemaakt, vormden de burchten de zuidelijke verdediging van de stad tegen vijandelijke troepen.
Tot 1996 was Appèlbergen een militair oefenterrein. Nu lijkt de rust bij de Besloten Venen weergekeerd. Maar niets is minder waar. Nu wordt de ecologie in de strijd geworpen. De Besloten Venen moet zich als beekdal ontwikkelen en als een ecologische verbindingszone dienen tussen het dal van de Drentse Aa en de Hunze. Het diepje en de houtwallen moeten hersteld en de graslanden gaan in botanisch beheer. Op zich geen slechte zaak, want de vele pingo’s lieten zich ooit voeden door kwelstromen uit de ondergrond. En kwel is nu eenmaal als kwijl voor de natuurbeheerder.

Jan Wittenberg en Thijs Duijm uit Haren tipten ons voor deze aflevering. Dank!

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50