Tussen Delfzijl en Iquique

column Aafke Steenhuis

TEKST
Aafke Steenhuis

Onlangs werd in de Chileense salpeterhaven Iquique herdacht dat daar honderd jaar geleden, op het plein van de Santa Maria de Iquique-school, enkele duizenden salpeterarbeiders door mitrailleurvuur van het leger gedood werden. De arbeiders, hun vrouwen en kinderen hadden eind 1907 een lange weg vanuit de salpetermijnen in de hete en droge Atacama-woestijn afgelegd om bij de autoriteiten in de stad betere arbeidsomstandigheden te eisen. De Chileense geschiedenisboeken verzwegen de moordpartij lang, tot de componist Luis Advis in de jaren zeventig van de vorige eeuw een muziekstuk over het gebeuren schreef, dat indertijd overal werd opgevoerd, ook in Nederland. Ik was nu uitgenodigd voor de herdenking, omdat mijn boek over de historische salpeterhandel tussen Iquique en Delfzijl net was uitgekomen in Chili.
De bijeenkomst vond plaats in de aula van de universiteit van Iquique, een mooie, plechtige, amfitheaterachtige zaal, waar honderden academici en autoriteiten verzameld waren. Bij de opening zong het koor van de universiteit stijlvol de strijdbare liederen uit de cantate van Luis Advis. Maar waarom vond de bijeenkomst niet plaats in de Santa Maria-school, die er nog steeds is?
‘Ja, dat kan niet,’ werd me gezegd, ‘want de school is al maanden bezet door mijnwerkers. Die eisen betere werkomstandigheden!’
‘Hè? Net als honderd jaar geleden?’
Na de opening spoedde ik me naar de school. Aan alle kanten van het armoedige gebouw hingen vlaggen en spandoeken. Uit luidsprekers schalden vrolijke Latijnse ritmes, met af en toe een toespraak van de bezetters.
Wat bleek? Duizenden mijnwerkers in de kopermijnen in Chili werkten al jaren als losse sub-contractarbeiders zonder sociale voorzieningen, onder vaak onveilige werkomstandigheden. Of als sub-sub-contractarbeiders. Zij eisten dat ze in vaste dienst kwamen van de mijnen, met vastgestelde lonen en condities. Nu het Chileense koper op de wereldmarkt veel geld opbracht, omdat China voor zijn industrialisering veel koper nodig heeft, wilden ook zij een deel van de verdiensten. Om de onderhandelingen die al tijden stagneren te bespoedigen, had een deel van de kopermijnwerkers de school Santa Maria bezet.
Ik dacht aan de sociale strijd van honderd jaar geleden. In de haven van Iquique had je toen vaak stakingen als havenwerkers die de salpeter in schepen moesten laden meer loon eisten. Maar ook in Delfzijl legden de bootwerkers geregeld het werk neer, als ze het keiharde, onhanteerbare spul uit het ruim van schepen moesten lossen en meer geld ervoor wilden beuren. En zoals nu, door de economische globalisering, de lonen en banen in landen als Chili onder druk staan, zo wordt ook het werk in Nederland steeds flexibeler en onzekerder en nemen de contractbaantjes toe.
Volgend jaar, in augustus 2009, komt er weer een groot feest in Delfzijl: Delfsail, de manifestatie van oude historische zeilschepen. Ongetwijfeld zullen er ook voormalige salpeterbarken naar de haven komen, zoals de Kruzenshtern. Het zangkoor De Volkstem uit Groningen wil dan in Delfzijl de Cantate Santa Maria de Iquique gaan uitvoeren, de liederencyclus over de dappere salpeter-arbeiders van honderd jaar geleden.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50