Natuur van vermogende particulieren rukt op in Drenthe

In Drenthe zijn vanaf het jaar 2000 tien nieuwe landgoederen gesticht. Wat beweegt met name PvdA-politici bij provincie en gemeenten om de bouw van riante huizen op grote lappen grond te steunen?

TEKST
Lukas Koops

Vanuit zijn woonkamer heeft Jan Harbers een prachtig uitzicht. Vele hectares open veld liggen er tussen zijn woning en de bossen van boswachterij Grolloo verderop. Niet zelden lopen de reeën bijna bij hem op het erf. ‘Ik heb altijd ergens willen wonen waar ik de zon aan de horizon op kan zien komen en ook onder zie gaan’, zegt hij. ‘En dat was hier het geval.’ Maar met de aanleg van landgoed De Dodshoorn komt volgens Harbers een eind aan de schoonheid van dit open gebied. De eerste effecten ervan zijn al zichtbaar. Rijen bomen omzomen inmiddels de gronden die horen bij het landgoed. Aan de andere kant van de woning van Harbers wordt bos geplant in weilanden waar nu nog schapen grazen.
Als voorzitter van de afdeling Aa en Hunze van de PvdA begrijpt Harbers niet dat zijn partijgenoten zich sterk maken voor dit soort projecten. ‘De overheid zou op basis van heldere beleidsdoelen in het landschap moeten investeren via bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of Het Drentse Landschap. Dat zou de principiële keus van de PvdA moeten zijn. Wat hier in deze buurt gebeurt, is dat een rijke particulier volgens zijn eigen smaak een groot gebied als een tuin inricht. Ik neem het mijn partijgenoten kwalijk dat ze hier kritiekloos aan mee werken. Ze gaan blind voor meer bos. Alsof meer bos altijd wenselijk is! Wat een kortzichtigheid.’

Maatschappelijke waarde

In het Drentse provinciale beleid is landgoedontwikkeling onomstreden. Wie zich op het Asser provinciehuis meldt met landgoedplannen, keert huiswaarts met een beleidsnotitie waarin als extra service ook een lijst met adviesbureaus, subsidie- en fiscale regelingen, makelaars, landschapsarchitecten en architecten is opgenomen. Volgens de provinciale visie leveren particulieren met de aanleg van een landgoed een bijdrage aan maatschappelijke doelen. In de notitie Bosuitbreiding en nieuwe landgoederen in Drenthe staat dat als volgt verwoord: ‘Het aanleggen van nieuwe landgoederen en bossen is een middel voor het ontwikkelen van nieuwe natuurgebieden, aantrekkelijke landschappen, nieuwe recreatiemogelijkheden, houtproductie en de vastlegging van CO2. De aanwezige landschaps-, cultuurhistorische- en natuurwaarden zijn mede uitgangspunt voor de inrichting van het nieuwe landgoed of bos.’
Als mogelijke functies voor en activiteiten op de nieuwe landgoederen noemt de notitie waterwinning, milieuvriendelijke landbouw, tuinbouw en sierteelten, toerisme en recreatie, ateliers, cursuscentra en verkooppunten van landbouwproducten of kunst. De landgoedeigenaar wordt geacht op het landgoed een woning ‘met allure en uitstraling’ te bouwen. Aanvullend stelt de provincie Drenthe nog de eis dat een nieuw landgoed een ecologische, ruimtelijke en economische eenheid moet vormen.
In Drenthe zijn tien nieuwe landgoederen met woning klaar. Ze liggen verspreid over de provincie. Op dit moment zijn zo’n 25 nieuwe landgoederen in ontwikkeling en een even groot aantal landgoederen is inmiddels gerealiseerd om bestaande bebouwing heen.

Patserigheid

Als gedeputeerde van 1995 tot 2007 heeft Ali Edelenbosch de ontwikkeling van landgoederen krachtig gestimuleerd. De PvdA’ster is ervan overtuigd dat landgoederen in Drenthe een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap. ‘Als provinciaal bestuur hebben we samen met de gemeentebesturen altijd gezocht naar locaties waar zowel het landschap als de ecologische kwaliteit van de natuur wel een impuls kon gebruiken’, zegt ze. Volgens Edelenbosch bemoeit de provincie zich ook met de aard van de bebouwing op landgoederen. ‘Maar de gemeente beslist uiteindelijk. Er vindt op gemeentelijk niveau niet altijd een goede esthetische toets plaats. Soms krijg je dan een soort patserigheid in de bebouwing die je niet moet willen. Het landhuis bij De Kiel is daarvan een voorbeeld. Dat huis had nooit gebouwd mogen worden.’
De kritiek dat de PvdA zich met de steun voor de ontwikkeling van landgoederen vooral sterk maakt voor de welgestelden, noemt de oud-gedeputeerde ‘pertinente onzin’. ‘Negen van de tien landgoedeigenaren zijn boeren die zochten naar een andere bestemming van hun gronden en naar andere middelen van bestaan. Bovendien versterken we hiermee de kwaliteit van het buitengebied. Wij doen niet iets speciaal voor de rijken. Wij doen iets voor het landschap.’

Zeer summiere beleidskaders

De erfgoedorganisatie Drents Plateau plaatst kritische kanttekeningen bij het provinciale landgoederenbeleid. Medewerker Frits Pentenga, architect en ook lid van de welstandscommissie, schreef in oktober een projectvoorstel voor een evaluatie van nieuwe Drentse landgoederen gebouwd tussen 1998 en 2009. Hij plaatst onder meer vraagtekens bij de omvang en de architectonische kwaliteit van de bebouwing op landgoederen. ‘Huizen met allure moeten dat zijn. Maar wat is een huis met allure? Wat wordt daaronder verstaan? Dat weet niemand. Architecten en opdrachtgevers geven er in elk geval geen gedeelde betekenis aan.’
In zijn projectvoorstel schrijft Pentenga: ‘Er is geen gemeenschappelijke visie waaraan landgoederen moeten voldoen en de zeer summiere beleidskaders missen een samenhangende strategie en doelen op gemeentelijk en provinciaal niveau. (…) De huidige landgoedontwikkeling kan het best worden omschreven als ad hoc en gericht op het privé landschappelijk wonen.’
Met name deze laatste opmerking sluit aan bij de kritiek van Harbers. Pentenga mist adequate beeldkwaliteitsplannen om het ontwerpproces te sturen en het resultaat welstandshalve te beoordelen. Verder vraagt hij zich af of de huizen wel ‘cultuurhistorisch vernieuwend’ zijn. Drents Plateau wil zich de komende jaren nadrukkelijker gaan bemoeien met de ontwikkeling van landgoederen door in ieder geval een ontwerpseminar voor beleidsmakers, architecten en belangstellenden, en een symposium te organiseren.

Landgoederen kunnen gaten vullen

Tien van de twaalf Drentse gemeenten hebben inmiddels eigen, aanvullend beleid geformuleerd voor landgoederen, zegt Meino Lumkes. Volgens de beleidsambtenaar bij de provincie Drenthe volstaan alleen Noordenveld en Coevorden met het provinciale beleid als toetsingskader.
‘Landgoederen ontwikkelen is een middel en geen doel’, zegt Geert-Jan ten Brink, wethouder voor de PvdA in de gemeente Aa en Hunze. ‘We ontwikkelen geen landgoederen om enkele vermogende grondbezitters aangenaam in riante landhuizen te laten wonen. Voorop staat een doelmatige inrichting en beheer van het landelijk gebied, waarbij er een optimale balans is tussen landbouw, natuur en recreatie. In onze gemeente zijn verschillende gebieden te onderscheiden met elk een geheel eigen landschapskarakteristiek. Daar proberen we met de plannen zo nauw mogelijk bij aan te sluiten.’ In het landelijk gebied van de gemeente Aa en Hunze is volgens Ten Brink de landbouw nog altijd de belangrijkste economische drager. ‘Maar toch is de terugloop van de landbouw een onmiskenbare ontwikkeling die niet in z’n geheel door schaalvergroting wordt opgevangen. Door bedrijfsbeëindiging vallen er ook “gaten” in de inrichting en het beheer van het landelijk gebied. Daarom is het noodzakelijk om een integrale visie op de toekomstige inrichting en het beheer van het buitengebied te hebben. Daarbij spelen nieuwe landgoederen in sommige gebieden een belangrijke rol.’

Effecten voor de landbouw

De gemeenteraad van Aa en Hunze heeft stevige discussies gevoerd over de wenselijkheid van landgoederen, vooral vanwege veronderstelde negatieve effecten voor de landbouw. Tot aan de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan buitengebied is er – naast de bestaande landgoederen – nu ruimte voor twee landgoedinitiatieven als ‘pilot-projecten’.
Ten Brink toont zich enthousiast over de nieuwe buitens. ‘Landgoederen leveren veel meer natuurlijke rijkdom op dan de tijdelijke bossen die vanaf halverwege de jaren tachtig her en der werden aangelegd. We kunnen zo het landschap versterken met een minimale toevoeging van bebouwing. Via zo’n landgoed proberen we te werken aan een evenwichtige verhouding tussen landbouw, natuur en recreatie. Zo krijgt het gebied een maatschappelijke meerwaarde.’
Aan de Randweg in Schipborg is op dit moment als pilot een plan in ontwikkeling om ongeveer veertien hectare agrarische grond van een voormalige varkensboerderij her in te delen. In de nieuwe opzet zullen de gronden worden ingericht met soortenrijke graslanden, graanakkers, houtwallen, bos en een waterpartij met venvegetaties. Een deel van de agrarische gronden blijft behouden als weidegebied voor kleinschalige agrarische functies op hobbyniveau. Over de terreinen komen wandelpaden. Binnen het plangebied verschijnen twee landhuizen. Terra Beheer uit Velserbroek is de initiatiefnemer van dit project.

Goede ecologische verbindingszone

Harbers woont al lang aan de doorgaande weg tussen Grolloo en Schoonloo. Samen met zijn buren diende hij bij de gemeente Aa en Hunze een bezwaarschrift in tegen andere plannen van Terra Beheer, namelijk voor het eerder genoemde landgoed De Dodshoorn. Hun bezwaren betreffen vooral de aantasting van het karakter van het gebied. ‘Waar nooit een woning heeft gestaan, wordt een groot landhuis gebouwd. Langs de weg komen grote, nieuwe schuren, extra woningen. In een open gebied wordt bos geplant. Er zal een forse toename van menselijke activiteiten plaatsvinden, juist dáár waar de verbinding tussen beide boswachterijen het smalst is, ook na de geplande ingrepen. Er is op deze wijze geen sprake van het versterken van de ecologische verbindingszone. Integendeel.’
Beleidsambtenaar Lumkes bestrijdt dit. ‘De winst van bredere natuurstroken is groter dan het verlies door bebouwing.’ Wethouder Ten Brink is dat met Lumkes eens: ‘Dit landgoed brengt een goede ecologische verbindingszone Balloërveld-Grolloo een stuk dichterbij.’ Lumkes noch Ten Brink zien bosaanplant in dit gebied als een ernstige bedreiging voor de openheid van het landschap.

Niets tegen particuliere natuur

Tot slot kloppen we aan bij Eric van der Bilt, directeur van Het Drentse Landschap. Hij kan, redenerend vanuit het natuurbelang, alleen maar positief oordelen over de netto-toename van de hoeveelheid bos, water, bloemrijke graslanden en andere vormen van natuur door de aanleg van landgoederen. Net als de landbouwsector plaatst hij wél de kanttekening dat landgoedontwikkeling alleen maar op zorgvuldig uitgezochte locaties moet kunnen plaatsvinden. ‘En dat is vooral in het overgangsgebied tussen natuurgebieden en de landbouw in zone 1 uit het Provinciaal Omgevingsplan. Een landgoed in zo’n overgangsgebied kan conflicterende belangen of contrasterende functies prima overbruggen.’ Dat tegenwoordig particulieren met veel geld het aanzien van het landschap medebepalen, daar maakt Van der Bilt zich niet druk over. ‘Er zijn nu eenmaal veel rijke mensen. En de politiek is van mening dat natuur net zo goed gemaakt kan worden door particulieren als door organisaties zoals Het Drentse Landschap.’

———————————————————–

Waarde landgoederen voor natuur en landschap omstreden
Jan Harbers (voorzitter PvdA in Aa en Hunze): ‘Wat hier in deze buurt gebeurt, is dat een rijke particulier volgens zijn eigen smaak een groot gebied als een tuin inricht.’ En: ‘Mijn partijgenoten gaan blind voor nieuw bos.’

Frits Pentinga (architect en lid welstandscommissie): ‘Huizen met allure moeten het zijn. Maar wat is een huis met allure? Wat wordt daaronder verstaan? Dat weet niemand.’ En: ‘De huidige landgoedontwikkeling kan het best worden omschreven als ad hoc en gericht op het privé landschappelijk wonen.’

Ali Edelenbosch
(oud-PvdA-gedeputeerde): ‘Negen van de tien landgoedeigenaren zijn boeren die zochten naar een andere bestemming van hun gronden en naar andere middelen van bestaan. Wij doen niet iets speciaal voor de rijken. Wij doen iets voor het landschap.’ Maar: ‘Het landhuis bij De Kiel had nooit gebouwd mogen worden.’

Geert-Jan ten Brink
(PvdA-wethouder Aa en Hunze): ‘Landgoederen leveren veel meer natuurlijke rijkdom op dan de tijdelijke bossen die vanaf halverwege de jaren tachtig her en der werden aangelegd.’

———————————————————–

Nieuwe Friese landgoederen moeten ‘krachtige statements van deze tijd’ zijn

Friesland kent vanouds landgoederen, waaronder het bekende Lauswolt en Oranjewoud. De provincie zet in haar huidige streekplan (2007) in op ‘landelijk wonen’ om mensen uit andere provincies naar Friesland te lokken. Ze wil ruimte geven aan tien nieuwe landgoederen. Gemeenten konden tot 1 maart dit jaar ideeën aandragen. De provincie stelt een aantal voorwaarden: de landgoederen moeten minimaal tien hectare groot zijn, waarvan negentig procent openbaar toegankelijk. Het hoofdgebouw mag maximaal tien wooneenheden huisvesten. Verder moeten de landgoederen liggen in de stedelijke bundelingsgebieden. Want, zo betoogt de provincie, juist daar staat de kwaliteit van het landschap onder druk en juist daar groeit de vraag naar een aantrekkelijk landschap met mogelijkheden voor exclusief wonen en recreatie. De nieuwe landgoederen moeten daarom bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. In hun vormgeving moeten ze aansluiten op historische waarden, maar tegelijk een ‘krachtig statement van deze tijd’ vormen.
Uit de ingezonden plannen heeft de provincie inmiddels twee projecten geselecteerd: Driesum en Trijntje Wiel. De gemeenten krijgen 25 duizend euro om deze pilots uit te werken.

Landgoed Driesum

Dit plan behelst een nieuw landgoed van ruim vijftien hectare bij Driesum, ten zuiden van Dokkum. In het markante hoofdgebouw komen tien wooneenheden. Een ‘groene rug’ moet geparkeerde auto’s aan het zicht onttrekken. Weilanden veranderen in een ecologische zone. Voor de recreant komen er fiets- en wandelpaden, en een schaatsvijver/speelplas. Buro 14 in Tytsjerk ontwerpt het landschap, architectenbureau Jan Dorenbos in Roodkerk de architectuur.

Landgoed Trijntje Wiel

Ten noorden van Joure, bij het historische lintdorp Broek, komt het landgoed Trijntje Wiel van 16,5 hectare. Bureau Noordpeil uit Sneek maakt het inrichtingsplan. Het landgoed ontleent zijn naam aan historisch water dat hier opnieuw wordt uitgegraven. Op het landgoed komen drie woonvolumes met een hoogte tot twaalf meter. Eerde Schippers, architect van Museum Belvédère in Oranjewoud, ontwerpt die. Verder zal het landgoed een natuurobservatorium, een zwaluwenmuur en wandelpaden omvatten.

Het landgoed bij Driesum is tot nu toe positief ontvangen. Landgoed Trijntje Wiel heeft daarentegen al geleid tot hevige protesten van omwonenden. Met name de hoogte van de wooneenheden en de aanplant van bomenrijen zouden het open landschap aantasten. ‘Van onze collega’s in Drenthe hebben we geleerd dat nieuwe landgoederen ontwikkelen een kwestie is van lange adem’, zegt Arjan Hoks van de provincie Friesland. ‘Op weerstand waren we dus wel voorbereid.’ Het is nu aan de gemeenten om via inspraakprocedures met omwonenden in gesprek te gaan.

Annelies Vreeken

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50