Peter de Ruyter van Atelier Fryslân: ‘Friesland heeft niet goed opgelet’

Peter de Ruyter van Atelier Fryslân geeft tekst en uitleg over het Atelier, Friese landschapstypen, ontwikkelingen en plannen.

TEKST
Abe de Vries

Wat doet Atelier Fryslân?
‘We zijn een onafhankelijk werkatelier, dat gevraagd en ongevraagd adviezen geeft, inspireert en stimuleert. We komen met ideeën over de inrichting van het landschap, het liefst in de beginfase van de ruimtelijke planvorming. Op 1 oktober 2008 zijn we begonnen op basis van een financiering door de provincie van twee jaar, als uitvloeisel van het Streekplan Fryslân 2007. We hebben inmiddels al flink wat gedaan: adviezen uitgebracht over onder meer het waterfront van Heeg, de verrommeling bij Kollumerzwaag, de landschappelijke inpassing van de N359 van Leeuwarden via Bolsward naar Lemmer, over windenergie, klimaatmaatregelen en de westkant van Leeuwarden.’

Is Friesland zo’n unieke provincie dat het een eigen atelier nodig heeft?
‘Nou ja, Friesland is wel de rijkste provincie van Nederland wat landschapstypen betreft. Denk aan zand, veen, klei en alle nuances daartussen, en vergeet de Friese meren en de Waddeneilanden niet. Ik zeg vaak: het landschap van Friesland is uniek door zijn verschillende tempi, verschillende belevingssnelheden. Een goed voorbeeld is het natuurgebied De Deelen, met z’n oneindige rietvelden, dat vlak bij de industriezone Heerenveen-Drachten ligt. Is er een groter contrast denkbaar? Met die verschillen moeten we zorgvuldig omgaan.’

Hoe komt het dat het Friese landschap volgens velen zo ‘verrommeld’ is?
‘De mobiliteit heeft een andere snelheid geïntroduceerd in het Friese landschap. Dit is een provincie van dorpen, en al die dorpen willen mee in de vaart der volkeren. Wat krijg je dan? Veel lukraak aangebouwde nieuwbouwwijkjes en bedrijfsterreintjes, ontwikkeld als zichtlocatie vanaf een rijksweg of een snelweg. Maar landbouw en recreatie, in bossen of op het water, leveren een veel langzamer landschap op. Die bedrijfsterreinen passen daar niet goed in, ze zijn er niet op ontworpen. Je krijgt dus veel lelijke achterkantsituaties.’

U wilt de klok toch niet stilzetten?
‘Nee, bedrijfsterreinen en nieuwe infrastructuur zijn voor ons economische realiteiten, uitgangspunten. Ze zijn er, of ze komen er. Ik zie ze als kansen, als voorbeelden van een nieuwe snelheid in het landschap. Het punt is: we moeten toe naar verschillende voorkanten van bedrijventerreinen in relatie tot het landschap. We moeten de bestaande rijkdom aan landschappen veel beter laten terugkomen in het ontwerp van wegen en gebouwen. Wat we in het verleden bouwden, is maar al te vaak inwisselbaar. Dat moet anders. Alleen dan geeft economische ontwikkeling kansen om de diversiteit van het landschap te vergroten.’

Loopt u niet het gevaar te worden gevraagd om de landschapsverwoesting die hoe dan ook plaatsvindt nog enigszins van een acceptabel verhaal te voorzien?
‘Zo zie ik dat zeker niet. De provincie heeft aangegeven dat we met het landschap in Friesland goud in handen hebben. Maar verandering is nu eenmaal het enige onveranderlijke in het landschap. Ik vergelijk het wel ’s met een boek dat wordt geschreven: elke generatie voegt er een hoofdstuk aan toe. Maar dan moet je wel de rode draad vasthouden, de verhaallijn, anders wordt het boek onleesbaar. Ik heb een optimistische inslag, dat merkt u wel. Verandering is van alle decennia, je moet die alleen zo goed mogelijk zien vorm te geven.’

Uw plan voor de opstelling van rijen honderd meter hoge windmolens langs de monding van de oude Middelzee heeft onlangs een storm van kritiek geoogst. Had u dat niet kunnen voorzien?
‘Die molens zijn een poging om de leesbaarheid van het landschap te vergroten. We wilden door de plaatsing ervan belangrijke historische lijnen in het landschap een extra accent geven en daardoor meer harmonie in het landschap brengen. In eerste instantie waren de reacties positief, maar toen begon de publieke opinie te kantelen.’

Een van de verwijten was dat u zich niet de beginvraag hebt gesteld: is windenergie wel de oplossing voor onze behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit?
‘Maar dat hangt samen met de opdracht die we kregen. De vraag van de provincie aan ons was: kijk naar windenergie op het land, hoe zou dat kunnen? Die opdracht hebben we graag aangenomen, want als het om windenergie gaat moet de provincie per slot van rekening toch de regie voeren, dat kun je niet aan gemeenten overlaten. Het is denk ik zaak dat er eerst een brede inhoudelijke discussie komt over landschap en windenergie. Het is ook de rol van het Atelier die discussie op gang te brengen.’

Waarin onderscheidt Atelier Fryslân zich van andere landschapsarchitectenbureaus?
‘Wij zijn geen uitvoerend bureau. Wij proberen pro-actief te kijken naar toekomstige ontwikkelingen. Neem het boezemwatersysteem. Dat houdt nauw verband met de landbouw. Door de zeespiegelstijging en de verzilting is er in de nabije toekomst steeds meer zoet water nodig uit het IJsselmeer, bijvoorbeeld om pootaardappelland door te spoelen. De vraag zal dan zijn: hoe kan Friesland genoeg zoet water bergen en bufferen? In dat verband hebben we gekeken naar het laagveengebied in het midden van de provincie. Nu is daar nog veel veeteelt, maar laagveen occideert en over honderd jaar zit je daar op zandgrond met grote kweldruk vanuit het Drents plateau. Het accent zal daar moeten worden verlegd van veeteelt naar natuurontwikkeling en recreatie. En aantrekkelijk wonen in lage dichtheden.’

Wat is uw antwoord op de zeespiegelstijging?
‘In de toekomst zul je naar mijn idee een toenemende verkweldering zien langs de Waddenkust en de IJsselmeerkust. Daarmee voorkomen we dat de dijken veel hoger en breder moeten worden gemaakt, waardoor historische stadjes in gevaar zouden komen. It Fryske Gea en It Wetterskip hebben positief gereageerd op onze ideeën. We hebben die dan ook in ons klimaatadvies opgenomen. Voor de IJsselmeerkust komt wat ik noem een “zandmotor met biobouwers” te liggen: buitendijkse oevers met stranden, gorzen en wilgen, die golfremmend werken, waardoor de IJsselmeerdijk niet hoeft te worden opgehoogd. Ook voor de Waddenkust willen we zo’n zone laten opslibben. In die kwelders kunnen paden op palen komen, die ze toegankelijk maken voor recreatie. Ook hier ontstaat een voorland dat de dijken beschermt.’

De schrijver Geert Mak veegt in zijn recente essay ‘Een land in overgang’ de vloer aan met de praktijk van ruimtelijke ordening in Friesland. U ziet hem als een van uw inspiratiebronnen.
‘In het verleden heeft Friesland inderdaad niet goed opgelet. De laatste twintig jaar is de achteloze en onverschillige omgang met het landschap flink uit de hand gelopen. Het moet anders. We moeten voorkomen dat deze provincie Brabant achterna holt, of, erger nog, Zuid-Holland tussen Den Haag en Rotterdam.’

Leeuwarden aan Zee

Aan de zuid- en westkant van Leeuwarden liggen delen van het oude Middelzeegebied: vroeger water, nu een groene long rond de dorpen Marssum, Deinum, Ritsumazijl en Boksum. Maar de afgelopen jaren is de stad met haar industrie stapje voor stapje dit unieke landschap binnengedrongen. Bovendien bestaan er plannen voor de aanleg van een snelweg door het gebied, de zogenoemde ‘Haak om Leeuwarden’. Hoe deze Haak het beste landschappelijk in te passen? Dat vroeg de provincie, veroorzaker van de snelweg, aan Atelier Fryslân. Het resultaat is ‘Leeuwarden aan zee’, een plan dat het Atelier eerder dit jaar aan gedeputeerde Hans Konst van Ruimtelijke Ordening heeft gepresenteerd.
Peter de Ruyter: ‘Schrijnend hoe stiefmoederlijk Leeuwarden het Middelzeegebied behandelt. Het gebied verrommelt enorm. De aanleiding voor ons advies is natuurlijk dat die Haak er komt, die zal zelf al van de huidige achterkant een voorkant maken. Dat is een kans om het hele gebied op de schop te nemen. Het interessante van Leeuwarden is de inzet op duurzaamheid. De Middelzee is nu een redelijk anoniem gebied, door fiets- en wandelpaden en dergelijke aan te leggen kun je dat veel toegankelijker maken. Daardoor vergroten we de sociale duurzaamheid, en dat is een vorm van duurzaamheid waaraan meestal niet wordt gedacht. Je krijgt met al die paden een soort “doorwaadbaar landschap”. Je zou de Schenkenschans [een afvalberg bedekt met aarde – AdV] verder kunnen verhogen en er een groen ankerpunt van kunnen maken, waar recreatieve activiteiten kunnen plaatsvinden.
‘In het advies vragen we met name aandacht voor de oude, westelijke oeverwal langs de Hegedyk. Wij stellen voor om nieuwe oevers te maken, om de oeverwal in feite te verbreden met rietvelden, boomweides en brede, nieuwe sloten. Met dat soort landschappelijke ingrepen kun je veel bereiken. Je maakt daar eigenlijk een echo van het verleden. In dat gebied zou je dan ook heel goed landelijk kunnen wonen.
‘Verder kiezen we niet voor nieuwe industrieterreinen; we kiezen voor “inbreiding” in de bestaande bedrijventerreinen. Dat is een effectiever gebruik van de ruimte die bedrijven nu al in beslag nemen. Het gaat om functiemenging: wonen, werken, recreatie en natuurontwikkeling. Die terreinen vormen nu een probleem; het zijn non-plekken, ook in het weekeinde. Markante nieuwe gebouwen aan de invalswegen naar Leeuwarden maken het plan “af”. Het worden bakens in een nieuwe Middelzee.’

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50