Waarom Lamsoor uit Mexico?

Een ‘denktank’ met veertien praktijkmensen buigt zich op verzoek van de Waddenacademie over de sociaal-economische versterking van het Waddengebied. Het doel van deze brainstorm: het in beeld brengen van kansen. Duurzame bedrijvigheid staat voorop.

TEKST
KdM

Hoe integreer je bedrijvigheid met de natuur en het open landschap in de Waddenregio? Dat is een van de vragen die de brainstormgroep onder de loep neemt. Waar wetenschappers vaak tamelijk abstract kansen en mogelijkheden nagaan, onderzoekt de denktank of een idee écht in de Waddenklei kan wortelen. Want problemen volop in de regio. Een werkloosheid van tien á vijftien procent en dreigende bevolkingskrimp. Maar ook veel kansen waarvan rust, ruimte, natuurschoon en een fraai cultuurlandschap er slechts enkele zijn.

De in totaal veertien denktankleden komen uit sectoren als industrie, architectuur, landbouw en toerisme. Zelfs de bankwereld is vertegenwoordigd. Allen hebben voelhorens in het Waddengebied en beschikken over detailkennis van de streek. Het idee om hen bij de ontwikkeling van het Waddengebied te betrekken kwam van hoogleraar Jouke van Dijk (bestuurslid Waddenacademie) en van plantkundige Rindert Dankert (lid Raad voor de Wadden). De denktank komt dit jaar en volgend jaar in principe vier keer bijeen.
De eerste bijeenkomst, begin dit jaar, leverde direct al ideeën op. Een breed gedeelde conclusie is dat natuur en omgeving alleen standhouden door duurzame bedrijvigheid. Van Dijk: ‘Je moet geen dingen doen die de Waddenzee verpesten.’ Een centraal thema is voorts hoe sterke sectoren verder te versterken. En: hoe trek je nieuwe, kansrijke sectoren aan? Kun je slimme combinaties maken, zoals tussen landbouw en toerisme?’

‘Een sterke sector is de landbouw, vooral de pootaardappelteelt,’ meent denktanklid Frans Keurentjes, melkveehouder en commissaris bij Friesland Campina. Hij vreest dat een failliet van de landbouw tot verloedering van het landschap leidt. ‘De agrariërs zijn verantwoordelijk voor het beheer van het landelijk gebied. Schaalvergroting kan, mits goed ingepast in het landschap.’ Krimp of leegloop beschouwt hij niet perse als een bedreiging. ‘Je moet niet bang zijn voor veranderingen. Het Waddengebied heeft veel veerkracht.’ Keurentjes ziet kansen in ‘diversificatie van landbouwbedrijven’ en in een ‘gesloten kringloop van plantaardig eiwit.’ Voorbeeld: ‘als alternatief voor de invoer van soja als veevoer kunnen op de vruchtbare klei van het Waddengebied nieuwe gewassen worden geteeld.’
Architect Nynke Rixt Jukema van de brainstormgroep denkt ook dat samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders kan leiden tot groei. ‘In plaats van soja te importeren kan een veehouder maïs afnemen van een akkerbouwer.’ Ze vindt dat boeren nu te veel op hun eigen eilandjes zitten. ‘Betrek de omgeving bij je bedrijfsvoering,’ adviseert zij agrariërs. ‘Laat mensen op je erf komen. Begin een boerenwinkel. Mensen zijn bereid meer te betalen als ze weten waar hun vlees vandaan komt.’ Dankert vraagt zich af of je hogere productie uit de vruchtbare landbouwgrond kunt halen. ‘In feite krijg je dan schaalvergroting zonder extra areaal. Misschien kun je elke plant via een gps-systeem de exact benodigde hoeveelheden water en voeding geven. Dan spaar je grote beregeningsinstallaties uit.’ Hij ziet ook kansen voor de vele veredelingsbedrijven, die reeds in het gebied zitten.
Nynke Rixt Jukema bepleit het behoud van het kwetsbare landschap. ‘Het gebied moet leefbaar en aantrekkelijk blijven, voor bewoners én toeristen. ‘Nodig mensen uit het gebied in te gaan door de aanleg van wandel- en fietsroutes.’ Van Dijk denkt net als Rixt Jukema aan ‘interessante combinaties’ van landbouw en toerisme langs de Waddendijk. Probleem is nog de vaak tegenstrijdige regelgeving. Van Dijk: ‘er mag van alles niet. Horeca is verboden omdat bij een oude boerderij twintig parkeerplekken niet zijn toegestaan. Een lelijke silo daarentegen is geen probleem.’ Dankert vult aan: ‘Misschien kun je zandstrandjes aanleggen aan de kust. Pareltjes als Zoutkamp, Harlingen en Dokkum kun je verder ontwikkelen.’ Van Dijk weer: ‘Ik denk aan een informatiecentrum op de pier bij Holwerd. En misschien kan daar ook een jachthaven komen.’

Duurzaamheid is bij Van Dijk een sleutelwoord. Een combinatie van vooral kleinschalige bedrijvigheid, die bij de maat van het gebied past, biedt naar zijn smaak de meeste kansen op economische vooruitgang. ‘Je moet dingen opzetten die geen schade aan het gebied toebrengen. De geplande afvaloven in Harlingen past daar niet bij. Alleen al niet uit imago-overwegingen.’ De status van Werelderfgoed zou het Wad toeristisch kunnen verzilveren, denkt Van Dijk. Maar ook duurzame visserij biedt kansen. ‘Vroeger kon je een baaltje verse vis kopen van een schip bij de pier. Dat zou op de Waddeneilanden wéér moeten kunnen. Ook de plaatselijke horeca kan vis afnemen.’ Een andere suggestie van Van Dijk is om de exotische Japanse oesters in de Waddenzee aan de man te brengen. Verder is een keurmerk voor Waddenzuivel, afkomstig van runderen uit het gebied, een optie. Dankert denkt ook aan verse visverkoop op de vaste wal. ‘Net als in Bretagne. Dat trekt toeristen.’

Toeristen kun je ook trekken door meer ligplaatsen in jachthavens op de eilanden te creëren, stelt een ander lid van de denktank, Jan Asselbergs van Vereniging De Wadvaarders. Meer boten zorgen niet per definitie voor meer verstoring op het wad, verzekert hij. ‘Negentig procent van de watertoeristen zijn natuurliefhebbers – zij blijven in de buurt van de ligplek van hun boot. De rest houdt zich aan de strenge gedragsregels op de droogvalplaten.’
Asselbergs vindt dat overtredingen op de platen harder moeten worden aangepakt. ‘In plaats van gebieden afsluiten, zoals nu gebeurt, moet je overtredingen hoger beboeten. Dat kan door er milieudelicten van te maken.’ Een andere suggestie is om wadwachten aan te stellen voor toezicht in droogvalgebieden. ‘Dat kunnen vogeltellers zijn. Die zijn er al veel. Zij kunnen mensen wijzen op verkeerd gedrag en hun van alles leren over flora en fauna.’

Nog enkele overwegingen uit de denktank. Keurentjes: ‘De teelt van zilte groenten wacht op een doorbraak: als ik nu biologische lamsoor wil, komt die uit Mexico. Dit product kan ook in het Waddengebied een sterke troef zijn.’ Jukema: ‘Om leegstand en verpaupering tegen te gaan, kunnen gemeenten als stimulans gratis bouwvergunningen afgeven of bewoners korting kunnen geven op de WOZ-waarde van hun woning. Belonen werkt beter dan straffen. Misschien moet je mensen zelfs een korting van twee procent geven op hun hypotheek.’
Nog niet aan de orde geweest: de indu-
striële Waddenhavens. Monique van den Dungen, denktanklid en adviseur bij Groningen Seaports, vindt dat de Eemshaven en de haven van Delfzijl zich moeten kunnen blijven ontwikkelen. ‘Het is een zoektocht om dit zo duurzaam mogelijk te doen en toch een goede boterham te verdienen. Uitbreiding van beide havens aan de droge kant van het Wad kan.’ Nu staat het natuurbelang te veel voorop, meent zij: ‘misschien moet dat ook wel, maar van natuur alléén kun je niet leven. Met alleen kleinschaligheid red je het niet in een krimpende regio. Grootschalig en duurzaam kunnen samengaan.’ Windparken op de Noordzee bijvoorbeeld. ‘Het zou mooi zijn als het onderhoud en de assemblage daarvan in de Eemshaven kunnen plaatsvinden.’

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50