De plicht om te vergroenen

Windenergie moet. Daarover zijn Friesland, Drenthe en Groningen het eens.
Hoe groot is hun bijdrage en waar is ruimte voor (meer) windmolens?

TEKST
Karin de Mik

In Friesland staan zo’n vierhonderd solitaire windmolens. De provincie liep in de jaren tachtig van de vorige eeuw voorop met windenergie. Dertig jaar later is van die voorsprong weinig meer over. Maar daar treurt de provincie niet om. Zij vindt de belasting van molens voor het landschap te groot. Of zoals PvdA-gedeputeerde Hans Konst het zegt: ‘Windmolens hebben een forse ruimtelijke impact.’ Alleenstaande exemplaren worden daarom geweerd uit het open gebied.
Op drie plaatsen is er ruimte voor windenergie: bij de kop Afsluitdijk, het industrieterrein van Heerenveen en in het IJsselmeer. In de startnotie van 2010 stond ook nog de gemeente het Bildt in het noordwesten van de provincie genoemd, de ‘kleihoek’. Maar die locatie is geschrapt in het collegeprogramma van PvdA, CDA en de Fryske Nasjonale Partij – die laatste partij is mordicus tegen windturbines in het open landschap.
Friesland wekt momenteel 175 megawatt (MW) aan stroom op via de wind. In 2020 moet dat 400 MW zijn. De oude tweewiekers leveren relatief weinig. Afbreken is niet aan de orde, zolang de eigenaar ze wil laten draaien. Die heeft namelijk ooit een vergunning gekregen voor zijn molen die hij eeuwig blijft houden. Vandaar het plan voor een mogelijke ‘windbank’ waarin de rechten om windenergie te produceren liggen opgeslagen. Wie zijn rechten daarin onderbrengt, kan zo windrendement halen. Voorwaarde is wel dat hij zijn eigen solitaire molen opruimt. ‘Initiatiefnemers die een nieuw windpark willen oprichten, hebben windmoleneigenaren nodig’, aldus Konst. ‘Die twee kunnen elkaar vinden. De regel geldt dat je voor één nieuwe windmolen er twee moet afbreken. Voor een park van tien windmolens, moeten er dus twintig verdwijnen.’
De provincie Groningen levert een ‘robuuste bijdrage’ aan de 6.000 MW windenergie die het rijk op land wil realiseren, vindt de Groningse gedeputeerde William Moorlag (PvdA). Groningen hoort bij de landelijke koplopers. Vóór 2015 wil het 750 MW aan windenergie produceren. Nu levert Groninger wind 370 MW. Moorlag zegt geen ‘flevolandisering’, te willen. Hij doelt hiermee op de vele windturbines die in Flevoland ‘als hagelslag’ over de polder lijken te zijn uitgestrooid. ‘Ik moet er niet aan denken dat het Hoge Land wordt volgeplempt met windturbines.’ De economische waarde van windenergie moet je afwegen tegen andere waarden, zegt hij, zoals die van kleinschalige recreatie en toerisme en de woonfunctie van een gebied. Ook Groningen heeft kerngebieden gereserveerd voor windenergie: in de Eemshaven en bij Delfzijl, waar overigens nu al windmolens staan, en langs de N33 (bij Veendam en Menterwolde). Begin 2008 is begonnen met de bouw van het grootste windmolenpark van Nederland in de Eemshaven/Emmapolder. Het totale vermogen daarvan bedraagt 264 MW en er komt nog eens 120 MW bij. In totaal komen er zo’n 70 nieuwe windmolens (als het 6 MW molens zijn) of 140 als ze 3 MW leveren. Oude solitaire molens, waarvan Groningen er 80 heeft, mogen worden vervangen, maar alleen op een windpark. Windenergie is het idealisme voorbij, aldus Moorlag, die vorig jaar nog pleitte voor een werkeiland op zee om van daaraf ‘zeemolens’ effectief te onderhouden.
Drenthe is een verhaal apart. Grote windparken staan er niet en er zijn slechts twee solitaire windmolens. Er is nu een discussie gaande over een windpark met een omvang van 350 tot 450 MW in de Veenkoloniën – zie het artikel hiernaast. Eén groot park van 350 MW of groter op één locatie kan niet, zegt de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma (PvdA). Drenthe is bereid tussen de 200 en 280 MW aan windenergie op te wekken. Dat zijn maximaal 90 windturbines, groepsgewijs te plaatsen. Ze moeten komen in het ‘zoekgebied’ tussen het Zuidlaardermeer en Coevorden. De vier gemeenten (Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden) en de provincie Drenthe schrijven momenteel een gebiedsvisie windenergie, die begin volgend jaar klaar moet zijn. Daarin staat waar ruimte is voor windenergie. Ook hier gelden criteria: passend bij schaal en maat van het landschap en op redelijke afstand van bebouwing. ‘Onze gebiedsvisie leggen we naast de MER-procedure van het rijk voor het megaplan Drentse Monden’, vertelt Munniksma. ‘Als je niets doet, word je overruled.’ Op het voormalig defensieterrein in Coevorden gingen overigens op 21 november drie windmolens officieel draaien. Want windenergie is noodzakelijk, daarvan is Munniksma overtuigd. ‘We hebben de maatschappelijke plicht om te vergroenen.’

Naschrift (red.): Het Drentse college van GS maakt zich ernstige zorgen over de ‘buitensporigheid en de samenhang van de ingediende plannen voor windparken in de Drents-Groningse Veenkoloniën’, zo brachten de gedeputeerden Klip en Munniksma op 16 november naar buiten. ‘Om de onrust in het gebied in te perken’ pleit het college bij de verantwoordelijke ministers voor ‘een gecombineerde beoordeling van alle lopende windparkinitiatieven’.
(Bron: website provincie)

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50