Nu dit weer – Eddie Marsman

Dat de buitengrenzen parallel lopen aan de voormalige N46 en A7. Dat die N46, van Groningen naar de Eemshaven, ten westen van Middelstum is omgelegd daar immers ook Middelstum helaas moest wijken voor Nationaal Park Groningen.

TEKST
Eddie Marsman

Kaart

Dat de buitengrenzen parallel lopen aan de voormalige N46 en A7. Dat die N46, van Groningen naar de Eemshaven, ten westen van Middelstum is omgelegd daar immers ook Middelstum helaas moest wijken voor Nationaal Park Groningen. Dat de A7 sindsdien ten noorden ligt van Blauwestad. (Dat u zich de slogan ‘Blauwestad Blijft!’ ongetwijfeld herinnert.)

Dat Delfzijl als havenstadmonument nu een toeristische attractie is: aan de ene kant het Park, aan de andere de Dollard.
Dat de industrie van het voormalige chemiepark met hulp van Chinese investeerders is verplaatst naar de Eemshaven.

Dat het jaren heeft geduurd voor het Nationaal Park niet langer het ‘Nationaal Moeras’ werd genoemd. Dat moeras trouwens berust op een hardnekkig, bovenal Randstedelijk misverstand. Dat het Nationaal Park méér is dan alleen het moerasgebied op de plek die ooit Siddeburen heette.

Dat de gedwongen vrijwillige herhuisvesting van de bewoners van het voormalig aardbevingsgebied de bevolkingskrimp elders in
Groningen tijdelijk tot staan bracht.

Dat er desalniettemin na veertig jaar nog altijd mensen tijdelijk zijn gehuisvest in de zogeheten ‘Kampdorpen’. Dat die dorpen, hoewel de naam misschien anders suggereert, zijn vernoemd naar voormalig minister van Economische Zaken Henk Kamp.

Dat het verbod op langdurig verblijf in het Park buiten het toeristenseizoen inmiddels wat soepeler wordt gehanteerd ter stimulering van de rouwverwer-king onder oud-inwoners (en hun kinderen!) van Opgeheven Plaatsen als Wagenborgen, Loppersum en Ten Boer.

Dat menigeen zich nog de Grimmigers herinnert, de Grimmige Groningers die zich verscholen in vergeten kelders van gesloopte huizen. Dat die Grimmigers boobytraps plaatsen. Dat zes slopers de dood vonden.

Dat het Nationaal Park is geopend door koning Willem-Alexander. Dat zijn opmerking ‘hier over enkele jaren graag te komen jagen’ kwaad bloed zette. Dat hij zich veront-schuldigde, opmerkende juist blij te zijn met het uitzetten van de eland, de wolf en de bever in het Park. Dat hij het er met dat woord ‘uitzetten’ niet beter op maakte.

Dat de Nieuwe Energie Exploitatie Maatschappij (NEEM; voorheen NAM) al jaren weigert bij te dragen aan een Monument voor de Verdwenen Dorpen. Dat de NEEM van mening is dat de aandeelhouders met de overname van de hypotheken en de bijdrage in de herhuisvesting al ruim voldoende hebben bijgedragen.

Dat het boek De Kaart inmiddels al weer toe is aan zijn dertigste druk. Dat Frank Westerman daarin schrijft over de protesten van de Noord-Groninger bevolking tegen de gevolgen van de gaswinning. Dat het een bitter boek is. Dat het laat zien hoe de Groningers streden voor het behoud van hun leefgebied. Dat ze hun ‘problemen op de kaart zetten’. Dat die problemen werden weggenomen door niet de oorzaken maar de kaart te veranderen.

Dat je achteraf kunt vaststellen dat de grondslagen voor Nationaal Park Groningen in 2013 werden gelegd: het jaar waarin er een recordhoeveelheid gas uit de bodem werd gehaald en er gemiddeld iedere drie dagen een aardbeving plaatsvond. Dat er nog altijd mensen zijn die denken dat niet de bevingen maar de sluiting van aluminiumfabriek Aldel het beslissende zetje was.

Dat het craquelé op menig woonkamermuur in die dagen fijnmaziger was dan het wegennet van de provincie Groningen ooit geweest is.

Dat je dit kunt bedenken terwijl je in Oterdum staat. Dat Oterdum, tweehonderd inwoners, niet meer bestaat. Al ruim veertig jaar geleden: uitgeruimd, platgewalst, weggewerkt. Omdat de industriehaven van Delfzijl moest uitbrei-den en de dijk op Deltahoogte moest komen.

Dat de nieuwe dijk de oude begraafplaats bedekte. Dat er ter herinnering vijftig zerken terugkwamen: monument. Dat er ook een kunstwerk kwam: een hand op een sokkel. Dat in de palm van de hand een kerkje rust. Dat op het uitlegbordje staat dat de hand het kerkje beschermt tegen elementen en oprukkende industrie. (Dat dat onzin is omdat die kerk van Oterdum er immers niet meer is. Dat trouwens die industrie ook niet meer oprukt. Dat je vanaf hier de Aldel goed kunt zien.)

Dat het uitlegbordje zegt dat het kunstwerk een replica is. Dat bronsdieven het origineel gestolen hebben.
Dat je dan denkt: Grimmigers! Dat je in de archieven de platte-grond van Oterdum nog kunt bekijken.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50