Minder bomen kleuren de horizon

Duizenden hectares bos in het Noorden zijn gekapt. Je zou verwachten dat de provincies hun bomen koesteren omdat die de opwarming van de aarde remmen. Maar boseigenaren volgen hun eigen logica.

TEKST
Bert de Jong

BEELD
Harry Cock

Het is meer een zaak van bomen dan van bossen in het Noorden. Van oudsher is het landschap open en ruim. Ooit bestond het uit onmetelijke heidevelden en uitgestrekte hoogveengebieden of vruchtbare kweldergronden. Totdat de mens vanaf de negentiende eeuw het landschap naar zijn hand zette met ontginning en de aanleg van bossen en lanen. Een halve eeuw geleden zijn er in landinrichtingsprojecten nog duizenden hectares aan groen loof toegevoegd.

Hoeveel bomen er zijn? Niemand die het precies kan zeggen. Een gemeente heeft wel een inventarisatie van openbaar groen, Staatsbosbeheer kan het aantal bomen schatten, maar al die bomen op particuliere erven, al die houtsingels en al die bosjes – ze tellen niet echt mee. Er is geen groot oog dat ze registreert. Opeens kunnen ze er ook niet meer zijn. Gekapt.

Staatsbosbeheer heeft in de drie noordelijke provincies de meeste bomen. Geschat gaat het om 27 miljoen exemplaren, van klein tot groot. Dit is een grote verworven rijkdom in een gebied dat in vroeger eeuwen vooral kaal, woest en ledig was. Essen, iepen, eiken en dennen geven het noordelijk landschap kleur en karakter, ze vormen een schat van 55.000 hectare groot.

Zonder dat er nieuwe terugkomen, verdwijnen ieder jaar bomen, vanwege bosbeheer, ziekte of omdat ze in de weg staan. Bomen zijn vogelvrij, op de monumentale exemplaren na. Een particulier kan ze meestal zonder vergunning kappen, een gemeente zelf heeft veel ruimte in de regelgeving om honderden essen en zelfs oude beuken en eiken langs karakteristieke lanen te vellen.

Elke stadjer een boom

De stad Groningen geldt nu als een lichtend voorbeeld. De binnenstad zal vergroenen door de aanplant van 30.000 bomen. Het is een grote plus op de 170.000 bomen die er in de stad al staan. Door de grote zetelwinst van GroenLinks in Groningen bij de gemeenteraadsverkiezingen in november 2018 kan de partijwens in vervulling gaan dat er voor iedere inwoner een boom in de stad staat. Iedere stadjer die een boom wil planten, kan er een krijgen. Zo investeert de gemeente 4,2 miljoen euro in groen.

Anders dan in veel andere gemeenten is het stadsbestuur van Groningen nog strikt in het kapbeleid. Zonder vergunning gaat er geen bijl in een boom. Veel bestaande bomen blijven zo behouden. Monumentale bomen krijgen voortaan de strengste bescherming die mogelijk is.

Een ambitieus plan. De 30.000 bomen bij elkaar vormen een bos van 60 hectare, een kwart van het eiland Rottumeroog. Een klimaatbos mag, maar nog liever ziet de gemeente extra bomen in de stad. Groningen beantwoordt zo de toenemende druk op ruimte door woningen, wegen en bedrijvigheid. Maar eerlijk is eerlijk: in het verleden heeft de stad een correctie van het provinciebestuur te verduren gekregen omdat hij ruimte gaf aan woningbouw maar minder scheutig was met groene oases.

Waar blijven die bomen?

Een groot bosgebied blijft meestal wel in stand. Over het aantal bomen in het bos geeft Staatsbosbeheer inzicht op basis van steekproefsgewijze metingen. In een jonge opstand zijn het er meer dan in een eeuwenoud bos met grote reuzen. Dat levert opmerkelijke verschillen op, legt bosecoloog Ronald Sinke uit. In de provincie Groningen, met veel jonge bossen, staan verhoudingsgewijs 1.500 bomen per hectare. Drenthe haalt de helft daarvan. Friesland zit op ruim 1.000. Staatsbosbeheer heeft in de drie noordelijke provincies 28.845 hectare bos.

Toch verdwijnen voor het eerst sinds lange tijd bossen. De provincie Groningen – toch al niet ruim begenadigd met bomen – is in vijf jaar tijd ruim 1.000 hectare kwijtgeraakt. In 2013 stond de teller nog op 8.193 hectare, in 2017 op 7.126. Ook Drenthe is ruim duizend hectare kwijtgeraakt. Daar is het aantal van 35.755 naar 34.704 gedaald. In Friesland zakte het bosareaal van 12.693 naar 12.355 hectare.

Natuurontwikkeling, verstedelijking, wegenaanleg en het verdwijnen van tijdelijke productiebossen hebben het Nederlandse bosareaal in vijf jaar tijd met 5.400 hectare verminderd. Opmerkelijk is dat er de laatste jaren ook minder bos wordt aangeplant. Ook de compensatie voor gekapte bomen is onvoldoende. De vrijstelling voor herplant bij natuurontwikkeling vormt een deel van de verklaring.

Heide boven bos

Altijd zijn er weer nieuwe inzichten en financiële prikkels die het landschap laten veranderen. Met subsidiestromen voor nieuwe natuur worden bossen gekapt en wordt er ruimte geboden aan een terugkeer van oude cultuurhistorische landschapsstructuren, zoals heidevelden en zandverstuivingen. Met natuurherstelprojecten lukt het om landschapsbeheer gefinancierd te krijgen. De verwachting is dat er in de komende jaren meer bos verdwijnt.

Bosecoloog Eric Arets van Wageningen Universiteit ziet niet zo snel een ommekeer. De trend is duidelijk ingezet om bossen te ruimen voor andere natuur. Heidecorridors en zandverstuivingen als bij Gasselte krijgen de ruimte. ‘Heide wordt gezien als meer waardevolle natuur dan bos, vanwege de hogere biodiversiteit’, verduidelijkt Arets.

Financiële prikkels stimuleren de zucht naar nieuwe natuur. Op de biodiversiteit verhogen, staat een premie. Met nieuwe natuur kunnen natuurorganisaties vaak maximale subsidie binnenhalen. Ze ruimen de voor houtproductie bedoelde bossen met grove dennen, Japanse lariksen en fijnsparren of dunnen die uit. De diversiteit van de bossen is vaak klein.

Ook heeft Staatsbosbeheer in sommige gebieden de primaire doelstelling verlegd naar natuurbehoud en recreatie. Zo verdwijnen in het Dwingelderveld bomen en is het ook in Nationaal Park Drents Friese Wold de mensenhand die weer een ander landschap creëert. Het accent ligt op robuuste heidevelden waar alleen nog plaats is voor van oudsher voorkomende soorten als eiken en berken.

Sinds 1970 is er in de drie noordelijke provincies bijna 11.000 hectare grond met bomen beplant. Het betreft 7.000 hectare aan herbebossing, de rest is echt nieuw areaal, vooral in Friesland en Groningen voor landinrichting. In Drenthe is 90 procent vervanging van gekapt bos of herstel van door stormen gehavende bossen.

Agrarisch bos

Prikkels van buiten kunnen het landschap ook weer in snel tempo van bomen voorzien. Vaak gaat het om een politieke keuze, soms om een gevolg van andere doelen. Zo stonden er aan het eind van de vorige eeuw ineens bomen op honderden hectares landbouwgrond in de provincies Groningen en Drenthe. Populieren en wilgen hebben een kwart eeuw de wuivende landbouwgewassen vervangen.

Met name in Groningen en Drenthe is de verleiding groot geweest. Van de 1.596 hectare nieuw Nederlands bos hebben Groningse boeren er 900 voor hun rekening genomen en de Drentse collega’s 500. Een jaarlijkse Europese subsidie van 1.853 gulden (840 euro) per hectare gaf de boeren een vaste inkomstenbron. Die compenseerde ook de kosten toen zij op de akkers weer aardappelen en graan gingen telen.

Als bij toverslag is er in Groningen en Drenthe 1.400 hectare bos toegevoegd en zo snel is het ook verdwenen. Bomen mogen net als gras en maïs op landbouwakkers groeien, mits tijdelijk. Na 25 jaar zijn de meeste bossen gekapt, op een enkel perceel na. Daar is op verzoek en na toestemming een eeuwigdurend bos van gemaakt.

Puzzelen met bomen

Verkleining van het bosareaal is een vreemd fenomeen, zeker omdat het tijdens de nationale klimaattop van 2016 ondertekende actieplan Bos en Hout ervoor pleit 100.000 hectare bos aan te planten om zo de uitstoot van koolstofdioxide te helpen verminderen. Het bevreemdt ook bosecoloog Eric Arets. ‘Meer bos is een deel van de oplossing van het klimaatvraagstuk.’

De rijksoverheid moet de regie nemen en met provincies naar mogelijkheden zoeken, beklemtoont Arets. ‘Het komt aan op een toekomstvisie, want het gaat om grote gebieden.’ Bestaande bossen uitbreiden ligt voor de hand, maar ook landbouwgronden en lege industrieterreinen zijn interessant. Zeker is dat het puzzelen wordt op de kleine postzegel die Nederland heet.

‘De neiging bestaat om nieuw bos te plannen daar waar het de minste mensen treft’, waarschuwt Arets. Het plan voorziet onder meer in 30.000 hectare nieuw bos in de Veenkoloniën van Groningen en Drenthe, maar toch ook in het Groene Hart in de Randstad. De klimaatambities moeten het verteerbaar maken, net zoals met windmolens en zonnevelden.

Iepen en essen

Groningen is veel meer een provincie van bomen dan van bossen, ook al koestert bijvoorbeeld Ter Apel prachtige oude eikenbossen uit het begin van de negentiende eeuw. De weidsheid van het Groninger landschap krijgt pas diepte door een enkele iep of een rij essen langs de weg. De statige boerderijen mogen in grootsheid wedijveren met enkele monumentale eiken of beuken.

Maar de iepen en essen die zulke typische en veel voorkomende landschapselementen zijn in de kleibouwstreken van Groningen en Friesland, hebben het al jaren zwaar te verduren. Vanwege iepziekte en essentaksterfte zijn er duizenden exemplaren omgezaagd. Er zullen er nog duizenden volgen. Het lijkt een gesel ten faveure van het vlakke land.

Slechts een enkel resistent exemplaar kan blijven. ‘95 procent van de essen legt het loodje’, zegt bosecoloog Ronald Sinke. Hij maakt een rekensom voor de komende vijf jaar. In Groningen wordt 500 hectare bos omgezaagd, in Friesland 300 hectare. En in Flevoland, waar na de inpoldering grote boscomplexen vol essen zijn geplant, maar liefst 2.000 hectare. ‘Wat de eik voor het zand is, was de es voor de klei.’

Bosbeheerders hebben hun lesje geleerd. Monotone bossen zijn veel te kwetsbaar. Vooral als er ziekte in komt, zoals nu met de essen. De noodzakelijke kaalslag haalt de hele biotoop overhoop. ‘Dan ben je in een klap alles kwijt’, stelt Sinke vast. De klimaatveranderingen maken het probleem alleen nog maar erger. De Drentse lariksbossen lijden door de warme en droge zomers als van 2018.

De bossen in het Noorden krijgen in de toekomst meer diversiteit. Staatsbosbeheer heeft het eerder al gedaan in de Drentse bossen. Daar heeft het flink gedund in bossen vol met dennen en lariksen om zo jonge loofbomen de kans te bieden.

Heel wat houtvesters hebben in het verleden al een boom opgezet over de beste manier om op de woeste gronden bossen te planten. ‘Gelukkig is er in Drenthe al vaak gekozen voor gemengde bossen’, oordeelt Sinke. Op de vruchtbare gronden kan dat zelfs prima: ‘Eiken doen het ook heel goed op de klei.’

Bomen uit Waddenfonds

Vanuit het Waddenfonds is er een pot met geld beschikbaar gesteld om de herplant van 7.000 iepen mogelijk te maken in de Waddenregio, 4.000 in Friesland en 3.000 in Groningen. ‘Daarmee kunnen we het landschap weer verrijken met bomen die er van oudsher ook thuishoren’, legt Albert Erik de Winter uit, projectleider bij Landschapsbeheer Groningen en de Bomenwacht Groningen.

‘Het is minder groen dan het was’, merkt De Winter op. De zogeheten ruilverkavelingsbossen maken weer plaats. Dat past bij de weidsheid van het Groninger land en versterkt op sommige plaatsen de oorspronkelijke landschapsstructuren. Wel ziet De Winter met lede ogen dat er duizenden essen uit het Groninger landschap verdwijnen. ‘Het landschap is leger geworden.’

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
€42,50