In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

Onze kinderen zijn sociaal wel tien keer zo sterk als stadskinderen

Een watertaxi! Ideetje van de kinderen van basisschool De Huifkar in Woltersum, toen ze hardop mochten dromen over de toekomst. Leuk voor toeristen, zo’n taxi. Maar ook handig om juf Dieta, locatieleider van de school, van huis naar het werk te brengen. Dieta Strijk (1963) mag dan een Woltersumse zijn in hart en nieren, ze woont in Overschild, aan de andere kant van het Eemskanaal.

Het zuidelijkste stukje van Woltersum kwam aan de overzijde van het water te liggen toen in de negentiende eeuw het kanaal van Groningen naar Delfzijl werd gegraven. Eerst was er nog een brug, maar die werd opgedoekt toen het kanaal werd verbreed. Ook sneuvelden er door de verbreding nog wat huizen. Vanaf toen hoorde het plukje Woltersum dat nog restte aan de zuidzijde van het Eemskanaal bij Overschild, gemeente Slochteren (nu Midden-Groningen).

Ete van der Laan (1959), de man van Dieta Strijk, komt uit het stukje Woltersum dat nu Overschild is. Hij heeft er een akkerbouw- en loonbedrijf. Via de liefde belandde ook Dieta in Overschild. Maar een ding is zeker, zegt Dieta. Zodra zoon Tabe de zaak overneemt maken zij en haar man ‘de oversteek’ en komen ze in Woltersum wonen.

Erik Bulthuis (1964) is een Stadjer die samen met zijn vrouw Wilma Naaijer (1963) op zoek ging naar rust en ruimte. In 1996 betrokken ze in Overschild een bescheiden witte woning aan de zuidelijke kanaaloever. Sinds kort wonen de jonge poesjes Rinus en Tygo daar ook. Op zoek naar rust hadden Erik en Wilma even buiten meneer en mevrouw Misker gerekend, twee, intussen overleden, leden van de kerkenraad van de Nederlands Hervormde Kerk. “Zij stonden al gauw bij ons op de stoep. Wilma en ik werden bij de kladden gegrepen. We zijn allebei belijdend lid van de Nederlands Hervormde Kerk, wij moesten ook maar in de kerkenraad. We hebben het nog een jaar weten tegen te houden, maar uiteindelijk konden we er niet onderuit actief te worden.” Erik was jaren ouderling in de kerk, Wilma is scriba.

“Via de kerk hadden wij de gang naar Woltersum en leerden daar allerlei mensen kennen”, vertelt Erik. Van het een kwam het ander. Woltersum omarmde de talenten van Erik, voormalig basisschooldocent en freelance theatermaker en regisseur. Toen in 2012 de voetreis naar Rome van Abt Emo (1212) werd herdacht schreef Erik een toneelstuk. Ook was hij twee jaar regisseur van toneelvereniging Old Egypte. Wilma draagt ook haar steentje bij. Haar interieurwinkel in de stad Groningen leverde bijvoorbeeld de gordijnen voor het nieuwe dorpshuis. “Voor de gewone prijs”, zegt Erik desgevraagd. Zelf vraagt hij voor zijn inzet meestal “een vriendenprijsje”.

 

Dieta Strijk is al drieëndertig jaar verbonden aan de basisschool van het dorp. Als jonge onderwijzeres deed ze eerst invalwerk in Tjuchem en Schildwolde en werd toen benoemd op de school in haar geboorteplaats. Ze schopte het tot locatieleider van wat nu basisschool De Huifkar, locatie Woltersum heet. De school is samengegaan met basisschool De Huifkar in Ten Boer.

Een kleine school in een plattelandsdorpje, die hangt vaak aan een zijden draadje.  Zonder Dieta geen school meer in Woltersum, hoort ze wel eens. Hoewel ze het zeker niet alleen deed, heeft ze wel gevochten als een leeuw voor de school. “Die school is een beetje van mij. Als ze daar aan komen, dan komt er een soort oerdrang bij mij boven.” Ze is er heilig van overtuigd: “Een dorp hoort een basisschool te hebben, anders bloedt het dood.”

Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw werd de Woltersummer basisschool bedreigd met sluiting. Er waren nog maar 17 leerlingen. Nu – schooljaar 2018-2019 – zitten er vierenveertig kids op. Er zijn zes leerkrachten, inclusief Dieta die niet meer voor de klas staat. De resultaten zijn goed: “Wij vergelijken onze resultaten natuurlijk altijd met die van andere scholen. Vaak zitten we boven het gemiddelde. Dit jaar gaan van de acht afzwaaiers er drie naar het vwo. Dan doe je het niet slecht.”

“Onze kinderen zijn op sociaal gebied wel tien keer zo sterk als stadskinderen”, claimt Dieta. Sociale vaardigheden zijn net zo belangrijk als taal, rekenen of aardrijkskunde. “Als iemand gevallen is ga je erheen, vraagt wat er is en of je kunt helpen.” Erik Bulthuis was onderwijzer op een grote basisschool in de stad Groningen.  De leerlinggroepen hadden om de beurt pauze, vertelt hij. In Woltersum treffen de jonkies en de oudere jongens en meisjes elkaar op het schoolplein. “Dat komt het sociale gedrag zeker ten goede”

Riëtte, de dochter van Dieta, treedt in haar moeders voetsporen. Riëtte is onderwijzeres in Stedum. En ook een plattelandsmens. Dieta herinnert zich nog goed hoe Riëtte studeerde in Groningen maar niet op kamers wilde. Op een keer bleef ze na een feestje slapen bij een vriendin. “De volgende ochtend om negen uur of zo, hoor ik een brommertje aankomen. De deur ging open. Daar was ze weer. Het was mooi weer. Ze had geen zin om in de stad op zo’n postzegelbalkonnetje te zitten.”

Dieta houdt van Woltersum omdat haar familie er woont. Haar ouders, 83 en 85, en tante Carla Ruben. En niet te vergeten dochter Riëtte en haar man Job, die naast Carla wonen. Riëtte en Job hebben Dieta net oma gemaakt. In januari is de tweeling Renske en Lise geboren.

 

“Ik heb een geweldige jeugd in Woltersum gehad”, vindt Dieta die de betrokkenheid van de inwoners prijst. “Als bij mijn ouders de gordijnen dicht blijven, dan weet ik zeker dat iemand aan de bel trekt.” Bemoeizuchtig wordt het nooit, is haar ervaring:

“Als ik op zaterdagavond naar een feestje in de kroeg wil en ik sta de hele avond op de dansvloer, dan doe ik dat. Ik sla dat niet over omdat ik toevallig locatieleider van school ben. En dan is er niemand die op maandag tegen me zegt: Nou, jij ging ook mooi los hè, zaterdag!”

Ook Erik voelt zich thuis in Woltersum. “De kern van Overschild ligt drieënhalve kilometer verderop. Woltersum is veel dichterbij. We gaan naar Overschild om in dorpshuis De Pompel te stemmen, verder heb ik er niks te zoeken.”

De molen, de kerk, het diepje door het dorp maken Woltersum ook mooi voor Erik en Dieta. En de ligging aan het Eemskanaal, haast als een verborgen schat. Erik: “Het ligt niet aan een doorgaande weg, je komt er alleen als je er wezen moet.”

Ik heb horen zeggen dat Woltersum iets goddeloos heeft, een goddeloze vibe zou er zelfs hangen. Dieta herkent dat wel. Haar opa van moederskant kwam uit een gelovig gezin. “Maar hij vond dat je aan één regel uit de Bijbel: heb uw naasten lief gelijk uzelf, al een levenstaak had.”

Erik staat daar anders in natuurlijk. Met zijn vrouw Wilma bezoekt hij trouw de diensten van de Kloosterkerkgemeente Ten Boer, Woltersum en Sint Annen. Elke tweede zondag van de maand vinden die plaats in de kerk van Woltersum. Erik is drijvende kracht achter de kindernevendiensten in de kerk. Wilma is zes keer per jaar koster bij de diensten in Woltersum.

De kerk is ook het toneel voor culturele activiteiten. Erik heeft wel eens gemerkt dat niet-gelovigen het lastig vinden om dan te komen of mee te doen. “Ze hebben moeite om een voet over de drempel van een kerk te zetten.” Die weerzin wordt wel  minder, is zijn idee. “Bij de herdenking van de Kerstvloed van 1717, twee jaar geleden, deed ik een act in de kerk met dorpsgenoot Laurens Mengerink. Daar kwamen gelukkig heel veel mensen op af.” Ook is Erik enthousiast over de samenwerking met de Huifkar bij kerkelijke activiteiten als het versieren van Palmpaastakken of een Kerstmusical. “Kinderen van school worden door de kerk uitgenodigd, via mij. Belangstellenden kunnen meedoen. Niet dat het dan storm loopt, maar van een goddeloze vibe is niets te merken. Ik vind het prettig dat de school hier voor open staat en mij de ruimte geeft voor die toenadering.”