De kop-hals-rompboerderij die betovergrootvader van Geert in 1808 had laten bouwen was in twee eeuwen tijd al uitgebreid tot een monumentale boerderij met een driekapsschuur. Toch had de teler meer ruimte nodig voor de opslag van zijn poters. Omdat een traditionele schuur bij dit monumentale familiebedrijf niet mogelijk bleek te zijn, kwam Bos terecht bij het project Boerderijen aan de Waddenkust. Daar zijn onder meer LTO Noord, Libau en Landschapsbeheer Groningen bij betrokken.

Harry Ehrenhardt van architectenbureau Rombou uit Zwolle ontwierp een grote schuur met een flauw aflopend lessenaarsdak. Hierdoor ontstond een hoog gebouw met een groot volume, waar Bos meer kisten in kan herbergen dan als het een traditioneel puntdak had gehad. Enorme rolluiken, een computergestuurde klimaatbeheersing en een doorgang via de oude schuur dragen bij aan het praktische gebruiksgemak van de nieuwe opslagloods.

Het moderne bouwwerk van staal en aluminium contrasteert zeer met de authentieke, stenen boerderij. De zaagtandlijn in het dak doet zelfs wat industrieel aan. Doordat Ehrenhardt de kleur bescheiden donkergrijs heeft gehouden en het dak net onder de nokhoogte van de driekapper, dringt de nieuwe schuur zich echter niet op. Tegelijkertijd speelt de daklijn met de iets lagere overkapping aan de voorkant wel het spel mee van de driekapsschuur, waar de buitenste twee nokken ook iets lager zijn dan de middelste. Als detaillering loopt een randje van de overkapping nog even door over de zijgevel. Een alliteratie met de knik aan de achterkant van het gebouw. Die eindigt een meter of twee boven het maaiveld, voor de luchtinlaat van de klimaatbeheersing. Gezien vanaf het erf lijkt die achterkant precies te rusten op de Middendijk aan de noordelijke horizon. Zo wordt de nieuwe schuur één met zijn omgeving.