Het klinkt logisch: bij ingrepen in het landschap houd je rekening met de ruimtelijke identiteit van de plek. Maar hoe doe je dat? Een boek van de adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit Libau biedt uitkomst.

‘Kweldervlakten’, ‘dijkdorpen’, ‘houtwallen’, ‘beekdalen’, ‘zandruggen’, ‘pingoruïnes’, ‘groene linten’. Het Inspiratieboek, kleinschalige ingrepen in het Groninger landschap, is gelardeerd met dit soort woorden. Alles met de oprechte bedoeling om de lezer met andere ogen te laten kijken naar het gebied en dorp waarin hij leeft.

De schrijvers, Arnoud Garrelts en Tim Willems Kruize, werken beide bij Stichting Libau, adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit in Groningen en Drenthe. De opdrachtgever was de provincie Groningen. De doelgroep: mensen die ‘kleinschalige ingrepen’ in het landschap doen. Denk aan particulieren die een paardenbak willen plaatsen. Aan waterschappen die aan een watergang werken. Of aan gemeenteambtenaren die een nieuwe parkeerplaats willen bouwen.

Stuk v…