In de hal hangt een foto van de oude Aebinga State, met Pixelhobbypixels ingezet. In mei 2010 brandde de monumentale boerderij van de familie Reitsma af. Binne Reitsma en zijn vrouw waren op de camping in Makkinga. Hun oudste zat in Nigeria, hun dochter en tweede zoon waren op stap in Dokkum. Zij waren de eersten die het hoorden, van de taxichauffeur. Binne en Nel hadden nog wat kleren in de caravan, verder was alles weg.

Nu is het eind december, 2016, tussen kerst en oud en nieuw. De donkere dagen, maar vandaag schijnt de winterzon. Reitsma zit aan de keukentafel, in een keuken zoals je in nieuwbouw ziet. Modern spul. Alles is weer opgebouwd, op dezelfde plek, aan de Ljouwerterdyk buiten Blije, Noord-Friesland. Niet in de originele staat maar in de staat van nu: een modern woonhuis en een moderne schuur voor de opslag van aardappelen, uien, bieten, machines.

Je krijgt het niet cadeau. Reitsma heeft een baan van zeventig procent als docent op de agrarische school in Leeuwarden. Nog eens die tijd gaat op aan het werk op de boerderij, de akkers, de weiden. Dat maakt een werkweek van 140 procent, minstens. Het is elke dag vechten voor een bestaan. Je bouwt wat op met elkaar, en kunt het door pech, toeval of de natuur zo weer kwijtraken. Dan is het uithuilen, opstaan en weer doorgaan.

Hij pacht de boerderij en 36 hectare grond van de Stichting Old Burger Weeshuis in Leeuwarden. Wezen zijn er al lang niet meer, maar de stichting leidt nog een florerend bestaan als weldoener en grootgrondbezitter. Reitsma heeft 30 dertig hectare in eigendom. Hij heeft 25 hectare pootaardappels, 5 ui, 6 suikerbiet, 5,5 graan. In de zomerpolder buiten de Waddendijk grazen van april tot de late herfst zijn 200 schapen.

De zilte, buitendijkse wei en kwelder bij Blije zijn samen een waterstaatkundig uitzonderlijk stukje Nederland: Blija Buitendijks, ’s lands kleinste waterschap. Reitsma zit in het bestuur. Het gebied, honderd hectare, ging niet mee toen de Friese waterschappen in 2004 opgingen in Wetterskip Fryslan. Er was geen belangstelling voor, volgens Reitsma. Door buitendijks ‘eigen baas’ te blijven, konden een paar buiten de dijk boerende boeren er op een boerenmanier blijven beheren. ‘Boeren is en blijft een economische activiteit’, zegt Reitsma.’Het is de bedoeling dat de grond wat opbrengt. Het kan niet gratis. Als het voor niks moet, zijn we verkeerd bezig.’ Hij doet wat in agrarisch natuurbeheer, met een vogelakker, en ‘strookjes met het een of ander’. Hij is de beroerdste niet. Maar boeren zijn er niet voor de bloemetjes en de bijtjes, en ook niet voor de grutto’s, maar voor aardappels, graan, vlees, melk.

Er woont geen mens in Blija Buitendijks. De grond is van de weeshuisstichting, It Fryske Gea, een paar boeren. Een gebiedje met een kleine economische en een grote natuurwaarde; zomerpolder en kwelder, van elkaar gescheiden door de zomerdijk. Het overgangsgebied tussen land en zee is een pleisterplaats voor kust- en weidevogels, en voor ganzen, voor landbouwers een van de plagen van Egypte.

Door er in de geschikte seizoenen schapen te laten grazen, paarden, pinken en ‘droge koeien’ (pas gedekt, tijdelijk geen melk) halen de boeren het beetje gewin dat er in de grond zit eruit. Gemiddeld een keer per jaar, meestal ’s winters, komt de zee over de dijk en loopt het tot aan de zeekering onder. Dat is, met de beesten binnendijks, geen ramp. Als er veel slik meekomt, wordt het in het voorjaar wat later groen.

Een gewoon waterschap zorgt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, voor de waterstand, -kering, de zuivering van afvalwater. Voor wat met een kranig eufemisme ‘droge voeten’ heet. Het heeft een dijkgraaf en doet mee aan de waterschapverkiezingen. Bij Blija Buitendijks is dat allemaal niet aan de orde. Het waterschap, bestaand uit Binne Reitsma en Tjalling de Jong, zorgt dat ‘de boel een beetje netjes blijft’, dat de zomerdijk er als een dijk blijft uitzien, dat het water in en uit kan. Van de zeewering tot de zee lopen afwateringssloten, met in het midden, bij de zomerdijk, een afwateringsklep. Die werkt door de zwaartekracht: hij opent zich naar zee toe bij overtollig regenwater in de polder, bij vloed gaat hij de andere kant op. De klep is het belangrijkste instrument van het buitendijkse waterbeheer: water erin laten en er weer uit. Het gaat vanzelf.

De afgelopen dagen was het hoog water. De kerstdagen werden gevierd met een schuin oog op een telefoonapp met de waterstanden. Verderop liep het even vol, zegt Reitsma. Inmiddels is het water weer gezakt. Reitsma is aan het werk, met de heftruck en kisten pootaardappelen, in overall, werkjas, op klompen. Er gaan leveringen naar Irak, Algerije, Syrie, naar Israel, Jemen. Aan de aardappels ligt het niet, daar. Boven in de schuur, met een trap te bereiken, is een cabine waar de aardappels op een band doorheen lopen. Nel en volwassen zoon Bartel, die op termijn de boerderij overneemt, zitten aan weerszijden van de band tegenover elkaar en lezen gemankeerde knollen eruit, aardappels met butsen, schimmel, rotte plekken. Reitsma doet een greep in een kist met uitvallers, die tot veevoer worden verwerkt.

We rijden naar de zeedijk, erop en erover, de zomerpolder van Blija Buitendijks in. Langs de dijk, voorbij hekken die Reitsma opent en sluit, een stuk vervaarlijk schuin over de zeekering, tot bij nog een hek. Daar klimmen we overheen, voorzichtig, kijk uit. Het is noordwestenwind. De grond is drassig. Verderop op zee gaan de boten van de veerdienst Holwerd-Ameland.

Het waterschap, bestaand uit Binne Reitsma en Tjalling de Jong,
zorgt dat ‘de boel een beetje netjes blijft’

Grote stukken van de kwelder staan onder water. Kwelder en zomerpolder liggen op 1,50 meter boven NAP, de zomerkade die ze scheidt ligt op 2,50 meter. Sinds het drama met de paarden bij Marrum in 2006 vindt It Fryske Gea dat vanaf half oktober alle vee binnen de zeedijk moet zijn. Reitsma had hier tot Sinterklaas schapen lopen. Het is opletten. Als het om acht uur hoog water is, moet je om zes uur je schapen op het droge hebben, op de zeedijk. ‘Als het water over de zomerdijk komt, haalt het je in.’

Het tweepersoons waterschap zorgt voor drinkwater voor de beesten. Reitsma wijst op een betonnen bak, twee dobbes verderop. Een paar keer per jaar belt hij met It Fryske Gea, dat de afwateringsloten moet ontdoen van aanslibsel en plantengroei. Bij het punt waar de sloot de zomerdijk raakt, kijken we naar beneden. Hier bevindt zich de klep waar we het eerder over hadden. Hij staat bijna helemaal onder water. Er is niets van te zien.

We kijken richting land. Tegen de dijk aan zit een grote kolonie brandganzen. Vijanden van de boer. Ze maaien het gras onder de voeten van Reitsma’s schapen weg. Het is een ongelijke strijd. De ganzen zijn sneller, beweeglijker, slimmer. Reitsma is ook voorzitter van de LTO Noordafdeling Ferwerderadiel en Leeuwarderadiel. Je doet wat je kunt, maar tegen de ganzen is geen kruid gewassen. Je kunt er af en toe een afknallen. ‘Het Faunafonds gaat ze nu wegjagen, met laserpennen.’ ‘We willen het buitendijks land voor de boeren behouden.’ De tendens is, zegt Reitsma: steeds meer ruimte voor de natuur, en steeds minder voor de boeren. Het is het een of het ander: komt er bij het een wat bij, gaat er bij het ander wat af. ‘Tegenwoordig is het: laat de natuur haar gang maar gaan. De natuur, de vogels: fantastisch. Als ze niet aan mijn brood komen, heb ik er geen last van.’ Maar dat komen ze helaas wel. Ze gaan voorlopig nog door met het waterschap, zegt Reitsma. Het is niet veel werk. Hij betaalt de rekeningen van het waterbedrijf. Er is weer een administratie. Het postadres was het enige wat niet afbrandde, in 2010. Het is eindig, Blija Buitendijks. Hij doet de administratie, het andere bestuurslid doet het toezicht.’Als een van ons zegt: we zetten er een punt achter, houdt het op.’

Terug naar de boerderij, waar het werk wacht. We rijden de dijk over, landinwaarts, Blija Buitendijks weer overlatend aan de wind, het water en de vogels.