Na de aardebevingen volgt de versterkingsoperatie en als we niet uitkijken komen er standaardhuizen terug en raakt Groningen zijn eigenheid kwijt. Maar wat is dat eigenlijk: Groninger identiteit. We vroegen het Goffe Jensma, hoofd van het Groninger Bureau voor Taal en Cultuur.

Wat is nou’Typisch Gronings’? Dat kun je niet van bovenaf opleggen, stelt Goffe Jensma, hoogleraar en hoofd van het Groninger Bureau voor Taal en Cultuur. Daarom roepen Noorderbreedte en Libau lezers op om in te brengen wat voor jou ‘Typisch Gronings’ is. Opdat de bestuurders, ingenieurs en architecten die de bevingsschade herstellen daar rekening mee houden. Doe je ook mee?

………

Goffe Jensma past ervoor vanuit de wetenschap te gaan opleggen wat nou karakteristiek voor Groningen is. Zo zit de wereld niet meer in elkaar. Maar hij wil wel iets zeggen.

Stel dat alle gebouwen in het Groningse aardbevingsgebied worden afgebroken, wat halen we dan weg?
‘Ter voorbereiding op dit gesprek zijn mijn vrouw en ik op een zondagmiddag door het aardbevingsgebied gaan rijden. Wat meteen opvalt is de enorme diversiteit van het woningenbestand. Je kunt niet eenduidig zeggen: “Een Gronings gebouw ziet er zó uit.” Absoluut niet. In de  jaren 30 is er veel Amsterdamse school gebouwd, er staan prachtige villa’s uit 1900 en dan heb je nog de arbeidershuisjes uit 1880, die gebouwd werden omdat de boeren zo burgerlijk werden dat ze geen arbeiders meer in de schuur wilde hebben. Je ziet in de gebouwen ook het klassenverschil. Allemaal historische redenen waarom het landschap vandaag de dag er zo uitziet. ‘Wat ook opvalt is dat de moderne tijd grotendeels aan deze regio voorbij is gegaan. Dat is ook waar perifere streken in heel Europa mee schermen. De ongerepte historische identiteit is een toeristische waarde.’

Ziet u naast diversiteit ook gemene delers in de architectuur?
‘Natuurlijk zijn er elementen die je vaak terugziet: de wolfsendkappen, rode Groningse baksteen en oranje Groningse dakpan.’

Hoe erg is het als dit allemaal verdwijnt?
‘Ik zou dat echt een verschrikking vinden. Ik vind het al vreselijk dat we in weilanden van groen beton leven tegenwoordig. Het roept een veel bredere vraag op van het Noorden als wingewest. Zowel door landbouw als door gasboring ontstaat er een negatief veranderingsproces van het platteland. Je vindt er gras en je wint er gas. Persoonlijk vind ik dat heel erg. Maar dingen zijn erg zolang mensen ze zich herinneren, als zij ze vergeten zijn houdt dat op. Iemand die nog nooit in Oost-Groningen is geweest en die daar allemaal flats ziet staan, ligt er niet wakker van.’

Dat is moeilijk voorstelbaar. Denkt u dat echt?
‘Dingen zijn waardevol door de verhouding met het verleden. Daar zit ook die identiteit. We verwijzen met onze identiteit naar iets uit het verleden: vader, moeder, geboorteplaats. Dat hoeft niet lang geleden te zijn, maar er moet wel een bepaalde continuïteit in zitten. Maar identiteit is tegenwoordig niet meer zo’n gemakkelijk begrip. Je spreekt nog steeds een bepaalde taal, bent in een bepaalde streek geboren. Maar we leven niet meer in de voorgesorteerde samenleving zoals die tot de jaren zestig bestond. We opereren in verschillende contexten en hebben meer identiteiten. Friezen zijn ook supporter van het Nederlandse elftal en als je in New York bent, zeg je misschien wel dat je uit Europa komt.’

Zou het toerisme de Groningse identiteit kunnen stimuleren?
‘Je ziet de laatste dertig jaar een verandering in de manier waarop we met identiteit omgaan. Eerst ging het erom dat je dingen moest kennen voor een gedeelde identiteit, een geschiedenis, een taal. Nu gaat het om het beleven van regionale identiteit en kunnen toeristen daaraan meedoen. Toerisme levert geld op, maar het gevaar is dat mensen hun eigen leven gaan spelen in een bordkartonnen stadje waarvan een Amerikaan dan kan zeggen: “gawd darn it , isn’t it a pretty scene.” De vraag is of het dan nog wel authentiek en leefbaar is.’

Is het wel nodig om de Groningse identiteit te behouden? Moeten we niet accepteren dat we over twintig jaar in het
aardbevingsgebied in tupperware doosjes wonen?
‘Misschien moeten we daar een middenweg in vinden. Je kunt als een soort museumdirecteur van het Groninger platteland zeggen: “Mijn tentoonstelling wordt zo ingericht en daar moeten de mensen zich maar naar schikken.” Maar dat is niet de manier waarop het gaat werken. Aan de andere kant: als je de vrije markt zijn gang laat gaan, krijg je inderdaad allemaal tupperware doosjes. Dat zou toch wel zonde zijn.’

Hoe zouden we dat kunnen voorkomen?
‘Daar heb ik wel een leuk idee voor, al zeg ik het zelf. We kunnen in Groningen de baksteenfabrieken heropenen. De provincie zou ervoor kunnen zorgen dat die fabrieken de karakteristieke handgebakken Groningse baksteen net zo goedkoop aanbieden als een doorsnee fabriekssteen. Zo behoud je de prachtige rode kleisteen, met het oranje van het ijzer dat hier in de grond zit. Kijk maar eens goed naar zo’n steen, daar zitten zo ontzettend veel kleuren in. Dit plan zal mensen vast ook stimuleren om mooier en met meer aandacht voor architectuur te gaan herbouwen.’

Er zijn ook veel typisch Groningse kerken waar we nu geen functie voor hebben. Moet je dan veel geld investeren om ze
weer te repareren na een aardbeving?
‘Wat dan? De kerken afbreken?’

Ze staan leeg
‘De kerken waar we het over hebben zijn middeleeuwse kerken uit de elfde tot en met de zestiende eeuw. Als we die niet behouden vind ik dat toch wel getuigen van weinig eerbied tegenover het verleden, daar zal ik me met het mes tussen de tanden tegen verzetten. Dat er voor zo’n mooi gebouw geen functie is, vind ik armoede van de samenleving. Ga het oplossen, dat zou het uitgangspunt moeten zijn. Er staan veel lelijke dorpshuizen in de omgeving. Die zijn gebouwd toen de kerk nog volop in functie was. Sloop die dorpshuizen, die waarschijnlijk ook nog aardbevingsschade hebben, en gebruik in plaats daarvan de kerken.
‘Het grote probleem van de aardbevingen is trouwens volgens mij de waardevermindering van de huizen die in het gebied staan en het feit dat er daardoor niemand meer wil wonen. Doe daar iets aan, iets wat de gemeenschap ten goede komt en de streek aantrekkelijk maakt.’

U wilt een middenweg vinden tussen het verdwijnen van de Groningse culturele identiteit en het halsstarrig eraan
vast blijven houden. Maar hoe kunnen we dat in de praktijk brengen?
‘Ik denk in ieder geval dat je het niet top-down moet organiseren, dat past niet bij deze tijd. Met het Groninger Bureau voor Taal en Cultuur zijn we bezig met het Groningse woordenboek. Als je vroeger een woordenboek maakte, begon je woorden op te schrijven, vanuit je moedertaal en vanuit boeken. Wanneer het boek gepubliceerd was, werd dat de standaardtaal. Je zei eigenlijk als wetenschapper: “Dit is jullie taal,” heel normatief. Door de nieuwe digitale technieken kunnen we mensen zelf vragen om materiaal aan te dragen, kom maar op met je woorden. Citizen science, noemen we dat. Wij faciliteren daarmee een proces dat het bewustzijn van eigen cultuur stimuleert. Wat eruit komt is uiteindelijk niet aan ons. Dat zou je ook kunnen vertalen naar monumenten of gebouwen. Het is de kunst om dat communicatieproces op gang te krijgen, om te verbinden.’

Afwegingskader erfgoed en aardbevingen

Ook door beleidsmakers wordt er nagedacht over hoe om te gaan met erfgoed dat gammel is geworden ten gevolge van de aardbevingen. Kijk hier voor het concept afwegingskader erfgoed en aardbevingen waarop RTV Noord de hand legde.