Mijn mooiste ervaring met de Waddenzee was toen ik naar het Duitse Waddeneiland Juist ging. Er kon die dag geen veerboot varen want er was te weinig water onder de kiel. Moeder Natuur domineerde.

Maar er vloog een klein vliegtuig en aarzelend, vanwege de CO₂-uitstoot, stapte ik in. Om vervolgens met hoge hartslag ademloos uit het raam te kijken. Dolenthousiast zag ik van een beperkte hoogte de zandbanken met hun door golfslag veroorzaakte rillen en de geulen waar het water uitstroomde en die zo ondiep waren dat je erdoorheen naar de bodem kon kijken. Kronkelend, kabbelend, glinsterend hier wat groenig, daar geler, soms blauwig, dan weer grijs. Het is lastig die ervaring in woorden te vatten. Daarna maakte ik nog vele tochtjes over het Wad en steeds genoot ik volop. Maar zo indrukwekkend als tijdens die zes minuten durende tocht door de lucht werd het nooit meer.

Met die achtergrond kijk en luister ik naar het gekibbel over het Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog. Een gebouw aan de Waddenkust mag niet te dominant zijn. Allicht, ook ik houd de horizon graag leeg. En als dat ideaal sneuvelt voor een vierkante industrieloods, pak ik direct mijn gele hesje. Maar wanneer we het hebben over een publiekscentrum dat de harten (en portemonnee) van het publiek beoogt te openen, hebben we wat mij betreft een heel andere dimensie te pakken. Die kerk ben ik als atheist toegedaan.

Ik gun iedereen mijn Juist-ervaring, maar graag zonder Jan en alleman het vliegtuig in te jagen. Ook op het water houd ik het graag rustig. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om onze fantastische Waddenzee te tonen aan een breed publiek – opdat mensen helpen te voorkomen dat het Wad verdwijnt. ‘Bescherming begint met verwondering’, poneert de schrijver van de nieuwe Waddengids Dirk Hilbers. Terecht. Ook hij benadrukt dat we scherp moeten zijn op de plek waar recreanten naartoe gaan: in Noordpolderzijl en Zwarte Haan vernietigen twee bussen met toeristen al de magie van de plek. Maar in Lauwersoog kunnen goed bussen parkeren en grote aantallen bezoekers over het Wad uitkijken (en een visje eten). Dat ligt namelijk op de hoek van de fraaiste wildernis, tussen tal van vierkante hallen, industriele loodsen, dokken en kades vol grote, ronkende schepen en sluizen van twintig meter boven het maaiveld, op een plek waar dagelijks duizenden mensen op vier wielen langsrazen.

In Lauwersoog, aan de buitenhaven, zie ik daarom graag een kerk verrijzen met een hoge toren. De spits van Tzum (72 meter) in de Waadhoeke is nu de topper van de kust – al is de nok onbereikbaar. De Achmeatoren (115 meter) in Leeuwarden ligt ver van de Waddenzee, net als de Martinitoren (96 meter) in Groningen. Aan het oosteind van Groningen tippen windmolens bij de Eemshaven de grens van tweehonderd meter voor de mammon van schone energie. Geef Lauwersoog een monument voor de Waddenzee dat daarmee kan concurreren. Een plaats waar je je liefde voor het gebied kunt belijden. Zet een punt op de horizon en gun Lauwersoog een iconisch bouwwerk. Ik wil wel deur-aan-deur gaan om Lauwersoog aan een eigentijdse Waddenkerk te helpen. Wie gaat er mee?