Waarom de geschiedenis van het Veen belangrijk is voor de toekomst

Hoe vertel je een verhaal? Het is een vraag die ons bij Noorderbreedte veel bezighoudt. In een feitenvrije samenleving – waar één derde van de mensen niet gelooft dat de opwarming van de aarde door de mens komt – heb je niet de luxe daar lichtzinnig over na te denken.

TEKST
Merel Melief

Een van die verhalen is het verhaal over het veen. Hoe belangrijk dat is werd me weer eens duidelijk tijdens de 4e editie van het Schuilingcongres over de toekomst van het veenlandschap in Fryslân. Een jaarlijks congres ter ere van de aardrijkskundedocent Roelof Schuiling.

Het veenprobleem in het kort

De toekomst van het veen staat onder druk. Niks doen betekent dat al het veen verdwijnt. Door ontwatering van het veengebied, noodzakelijk voor de intensieve landbouw, zakt het maaiveld soms wel tot één centimeter per jaar. Daardoor komt er zuurstof bij het veen, dat leidt tot oxidatie (verbranding) van het veen. Twee problemen dus: het verdwijnen van het veen betekent het verdwijnen van het specifieke ecosysteem dat daarbij hoort en de verbranding van het veen zorgt ook nog eens voor een enorme CO2-uitstoot.

Volg je het nog? Ik zou nu namelijk graag willen benadrukken hoe ernstig het is (!!). Maar onderzoek wijst uit dat negatieve waarschuwingen op deze manier alleen maar averechts werken (lees hier meer over in de column van Maartje ter Veen). Dus ik ga hier even op een andere tour. Letterlijk herhalen lukt me niet en heeft waarschijnlijk weinig zin. De sprekers van het Schuilingcongres wisten mij te inspireren met hun verhaal. Maar dat was live en het enige wat ik tot mijn beschikking heb zijn de digitale versie van pen en papier: een toetsenbord en internet.

Lesje aardijkskunde

Wat ik graag met je wil delen is de lessen die ik kreeg van de sprekers (had ik al gezegd dat één derde van de zaal uit aardrijkskundedocenten bestond?). Waarschuwing: ik ben een filosoof en geen geograaf, het is mijn interpretatie van de lezing en het zou kunnen dat ik niet alle feitjes goed heb meegekregen. Het gaat mij om de grote lijn van het verhaal en – vertrouw me – aan het einde komt het zelfs nog goed.

De eerste spreker was Dennis Worst, hij schrijft zijn proefschrift over veenvorming en veenontginningen in Friesland. Er zijn mensen die meteen enthousiast worden van de woorden GIF, hoogtekaart en boormetingen. Ik ben er daar geen van, het kostte mij dus enige moeite om het verhaal goed te kunnen volgen. Maar het enthousiasme van Dennis Worst zorgde ervoor dat zelfs ík het verhaal werd ingezogen (terwijl ik in mijn schriftje driftig woorden opschreef waar ik later toch even de betekenis van moest opzoeken).

Worst vertelde over het ontginnen van het veen in de middeleeuwen: “De mens probeert zijn omgeving zo goed mogelijk te benutten maar door de afgravingen en de bodemdaling komen ze in de problemen en wordt het water de vijand. Ze beginnen met het bouwen van dijken om het water tegen te houden,” vertelt Worst. “En daarmee hebben ze hun eigen graf gegraven, de corrigerende werking van het water hebben ze buitengesloten. De mensen waren niet in staat om over hun behoeften heen te kijken, om na te denken over de lange termijn,” zegt Worst.

Geen weg terug

Eddy Wymenga, directeur Ecologische Bureau Altenburg & Wymenga, neemt het stokje over en begint zijn verhaal met een quote van J.D. Botke uit 1932. De quote is in het oud friesch maar zover ik het begrijp komt het neer op de vraag: “Moet men eerst het mooie kapot maken om het later weer op te bouwen?” Wymenga sluit aan bij de inzichten van Worst: “Het landschap heeft het zwaar te verduren gehad onder de economisering. En dat is geen fenomeen van de laatste eeuw. Dat begint veel eerder. Ja, het is ook waar we onze welvaart vandaan hebben, maar nu zitten we met de problemen.”

Het beroep dat wij doen op het landschap neemt toe: verdijking, ontwatering, bodemberoering, precisielandbouw, bemesting en bestrijdingsmiddelen. Op een steeds dieper niveau tast de mens de grond aan. En dat heeft grote gevolgen volgens Wymenga: ‘Je kunt wel zeggen; we brengen het waterpeil omhoog, maar we kunnen niet meer terug naar de oude situatie.” De natuur heeft een enorme aanpassingskracht. Maar de veranderingen gaan nu zo snel, dat aanpassen onmogelijk wordt. Zo’n beetje de enige soorten die kunnen leven van de landbouw zoals hij nu is zijn de gans en de veldmuis. De biodiversiteit is nul.

Les één van Dennis Worst: de geschiedenis herhaalt zich. Les twee van Eddy Wymenga: we kunnen niet meer terug. Met je permissie sla ik een aantal lessen over om door te gaan naar de laatste les van de dag. Ik hou graag rekening met je aandachtsspanne en ik had je immers een goed einde beloofd.

De toekomst

De laatste les kreeg ik tijdens de laatste lezing onder de titel ‘Inbedding van problematiek met de veengebieden in het aardrijkskundeonderwijs.’ Enthousiaste docente Johanne Krol vertelde over het veldwerk dat ze deed met haar leerlingen. De leerlingen hadden grondboringen gedaan en de leerlingen gaven zelf aan dat ze er ontzettend veel van hadden geleerd. Het was vaak voor het eerst dat ze op die manier naar hun omgeving hadden gekeken en begrepen wat voor belangrijke invloed de bodem heeft. Het was tijdens die les dat de eerdere lessen voor mij op z’n plek vielen. Want als we willen leren van de geschiedenis moeten we beginnen bij het onderwijs. Hoe kun je ervan leren als je die geschiedenis niet kent? Want het is de volgende generatie die een nieuwe weg moet zoeken, we kunnen niet terug, alleen vooruit. Maar kennis van de geschiedenis is nodig om die toekomst te kunnen verbeelden.

Oké nog eentje dan. Johanne Krol zei het even tussen neus en lippen door maar voor haar leerlingen geldt: wil je leerlingen iets bijbrengen moet je het eindeloos herhalen. Misschien gaat het er aan het einde van de dag niet alleen om hoe je iets vertelt, maar vooral dát je iets vertelt.  Niet één keer, maar duizend keer.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
€42,50