Ontvangen door de heer des Huizes Christiaan Klasema, stappen we een donkere gang in met deuren waarachter weleens een geheime wereld op je zou kunnen wachten. Oosthouw is een plek die je doet vergeten waar je naar op weg was.

In deze oude weelderigheid nemen drie bestuursleden afscheid die erin slaagden Noorderbreedte een nieuwe tijd in te loodsen. Van een tijd waarin geldzorgen niet bestonden, naar een tijd waar minder mensen lezen en de overheden de geldkraan steeds verder dichtdraaien. Niemand had gek opgekeken als het tijdschrift hierdoor ten onder zou zijn gegaan. Maar mede door de inzet van deze bestuursleden kunnen we zeggen: Noorderbreedte is er nog  en vertegenwoordigt een belangrijk geluid in de regio.

Afscheid nemen kreeg in het eclectische huis uit 1868 een ander gewicht. Met de boeken van Bergson en Meister Eckhart op de achtergrond gingen de gesprekken als vanzelf de diepte in. Terwijl het met zorg bereide eten als vanzelf op tafel kwam, spraken we over waar we vandaan kwamen, waar we staan en hoe we de toekomst tegemoet gaan: als tijdschrift Noorderbreedte, als het Noorden. Vragen waar geen antwoord op zijn en die toch goed zijn om te stellen.

De drie bestuursleden kunnen tevreden afscheid nemen, tevreden omdat ze weten dat ze zich voor honderd procent hebben ingezet. Helaas niet omdat ze weten dat het wel goed komt. Want dat blijft de vraag. Maar wat wel duidelijk werd was dat je een instituut als Noorderbreedte moet koesteren. Mensen komen en gaan, maar het tijdschrift staat, als een huis.