In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

Sien Steenhuis-Hoving

 

Een klop op de deur. Daar staat Joost in de keuken. De leerkracht van De Huifkar brengt een schoongewassen spijkerbroek terug die hij van Sien geleend heeft voor de uitvoeringen van de toneelclub die net achter de rug zijn. De middag dat ik Sien spreek, bij haar thuis aan het Kerkpad, staat ook de telefoon roodgloeiend. Gedoe met de kroeg van het dorp, zo blijkt. Advocaten zijn er mee bezig. De uitbater moet deze middag uiterlijk vier uur zijn biezen hebben gepakt. Men is niet tevreden over hem, zijn contract wordt niet verlengd. Best mogelijk dat Sien zelf nu komende zaterdag achter de tap moet. De vaste kaartavond moet immers wel doorgaan. Ze lacht om de consternatie: “Wat moet ik anders?” Op Marktplaats staat de kroeg op dat moment alweer te koop of te huur. Nog dezelfde dag wordt een nieuwe uitbater gevonden.

 

Sien Steenhuis-Hoving en haar man Kees zijn eigenaar van het dorpscafé van Woltersum. Samen met Siens broer Fokko van Dijk, broer Gert van Dijk en zijn vrouw en Gerts schoonmoeder. Alle partijen bezitten een kwart. Hoe ze aan die familiekroeg komen, wil ik natuurlijk weten. Dat is min of meer per ongeluk gebeurd, vertelt Sien. In Woltersum was men gewend om tijdens de kermis heen en weer te pendelen tussen het dorpshuis en de kroeg, voor wat muziek, en een natje en droogje. Maar in het jaar 2005 had de Groningse familie die eigenaar was van het café een pachter die het waagde dicht te zijn met de kermis. Bovendien had de man een paard in het café gestald, zegt Sien. “Wij zeiden tegen elkaar: Die uitbater is een hampel van een vent. Eigenlijk zouden wíj het café moeten kunnen kopen. En dan verhuren. We hebben een bod gedaan en, o help, het werd geaccepteerd!”

 

Sien is geboren in Woltersum en woont er nog altijd, sinds 1983 met Kees (1955) die bijstandsconsulent is in Groningen en zelf uit Garmerwolde komt. Eerst woonden ze aan de Kollerijweg, sinds 1999 aan het Kerkpad. “Het huis aan de Kollerijweg was oud en er moest van alles aan gebeuren. Kees is niet zo’n klusser, dus toen zijn we hier naartoe gegaan.” Dochter Arenda (1993) woont met haar vriend in Enschede. Maar verder woont al Siens familie plus aanhang ook in Woltersum.

 

Ze heeft een baan als administrateur van een landbouwmechanisatiebedrijf in Hellum. Woltersum zou je een baan erbij kunnen noemen. Het penningmeesterschap van de begrafenisvereniging heeft ze na vele jaren net neergelegd, maar ze is nog steeds penningmeester van de toneelvereniging Old Egypte waarin ze ook speelt. Van dorpshuis De Bongerd is Sien eveneens penningmeester. Het zit in de familie. Stiefvader Henk van Dijk was al net zo’n duizendpoot. “Hij is heel lang voorzitter van Dorpsbelangen geweest, en van de begrafenisvereniging. Hij zat wekelijks op het gemeentehuis.”

 

De Bongerd is gerenoveerd en aardbevingsbestendig gemaakt. “Een dorp zonder dorpshuis is geen dorp”, vindt Sien die zich geroepen voelde de renovatie in goede banen te helpen leiden. Had ze geweten hoe het haar op zou slokken, dan had ze wel drie keer nagedacht voor ze zich in het project stortte, geeft ze toe. Niet normaal, wat er allemaal bij kwam kijken. “Kees was er op het laatst helemaal flauw van. Hij zei: Ik hoor niks anders dan dorpshuis, dorpshuis en dorpshuis.” Klaske Piebenga, voorzitter van De Bongerd, en Sien waren niet alleen druk met subsidies binnenhalen, ze moesten ook achter vloerverwarming, vloerbedekking en gordijnen aan. En toen het leeggehaalde dorpshuis na een verbouwing van een paar maanden weer kon worden ingericht, pakten zij, met hulp van wat dorpsgenoten, eigenhandig de inventaris weer uit.

 

Het was het waard. Op 2 november was de feestelijke opening. Allerlei clubs in Woltersum hebben nu een oogstrelend nieuw onderkomen. In de grote gymzaal danst Sien zelf iedere dinsdagavond met haar vriendinnen van de countrydansclub. Countrydansen of linedancen is een van haar hobby’s, al dertig jaar.

 

Het mooie aan Woltersum? Sien: “Dat het een rustig en redelijk sociaal dorp is. De meeste mensen kennen elkaar wel. En met al onze verenigingen en feesten is het zeker niet ingeslapen, mocht je dat denken.” De vrijheid stelt ze ook op prijs: “We zijn geen christelijk dorp. Wij kunnen op zondag grasmaaien en krijgen dan geen boze gezichten. We houden trouwens wel rekening met de mensen die naar de kerk gaan.”

 

Het doet Sien deugd als nieuwkomers zich thuis voelen in Woltersum. Helemaal blij wordt ze ervan als nieuwelingen van de partij zijn als er iets georganiseerd wordt. “Dit jaar is het tijdens de jaarlijkse kermis ook weer dorpsfeest. Dat is om de drie jaar. Alle straten zijn versierd, we spannen bogen over de wegen en er is een optocht van versierde wagens. Nieuwkomers krijgen altijd de vraag of ze mee willen doen.”

Van participeren wordt een dorp beter, daar is Sien van overtuigd. “Wat is er leuker dan met je buren de straat versieren? Zo leer je iedereen goed kennen. Je kunt soms jaren naast iemand wonen en alleen over het hek wat woorden wisselen. Maar met zo’n feest, werk je samen en je drinkt samen iets na de tijd.”

 

Sien heeft ook een duidelijke mening over de school. Woltersum moet de school koesteren. Dat houdt in dat Woltersumse kinderen in Woltersum naar school gaan. “Ik heb er moeite mee dat je hier woont en je kinderen in Ten Boer op school doet. Ga dan in Ten Boer wonen. Wij hebben hier al niet veel kinderen.”

 

Hoe waardevol een kleine dorpsschool is ziet ze dagelijks met eigen ogen uit haar woonkamerraam dat uitkijkt op het schoolplein. “Hoe vaak ik het wel niet gezien heb: Een kleintje op de schommel en een kind uit groep acht dat de hele pauze lang die schommel staat te duwen.” Voor haar is er geen twijfel mogelijk: Op zo’n kleine school worden jongens en meisjes socialer.

Haar eigen dochter Arenda had het niet altijd leuk op de dorpsschool, vertelt Sien openhartig. “Zij had weinig aansluiting bij de kinderen in haar klas.” Aan haar mening dat een Woltersums kind naar De Huifkar hoort te gaan, verandert dat niets. “Voor hetzelfde geld had mijn kind het wel leuk gevonden hier op school, dat wisten we niet van tevoren. En ze is er ook niet minder van geworden.” Arenda is goed terecht gekomen. Na een gymnasiumopleiding is ze gaan studeren en nu werkt ze als medisch fysisch engineer in het ziekenhuis van Arnhem.

 

Haar beste vriendin heeft Arenda uit Woltersum overgehouden, maar het dorpse leven heeft ze achter zich gelaten. Het past niet bij haar, begrijpen haar ouders. Voor Sien, op en top Woltersumse, is het best slikken dat Arenda nooit meer in haar geboortedorp wil wonen. Het zet zelfs haar eigen vaste voornemen – altijd in Woltersum blijven – op losse schroeven. “Stel dat ik straks met pensioen ben, en mijn dochter wordt zwanger en woont een heel eind weg. Dan kan ik nooit oppasoma worden. Misschien ga ik dan toch verhuizen, haar kant op. Het zou kunnen. Mijn man en mijn dochter zijn het allerbelangrijkst voor mij.”