Mijn vader zat anders in de wedstrijd. In de laatste jaren van zijn leven vertelde hij meermalen aan mij: ‘Rein, oud worden, dat wilde ik. Maar oud zijn is een hoogst dubieuze aangelegenheid.’

Hij was eind tachtig, behept met fysieke klachten. Met name zijn ogen lieten het steeds meer afweten. Zijn vrouw, mijn moeder, was de weg kwijt. Het contact met haar was op een kinderlijk niveau. Warm, ze was blij met mensen in haar omgeving. Maar ze was ook vaak angstig, een gesprek aangaan lukte niet meer. De wereld van mijn vader werd letterlijk en figuurlijk steeds kleiner. Zijn leven werd hem meer tot last dan tot lust.
Plato beschreef lang geleden hoe ouder worden leidt tot rijping, verdieping en innerlijke verrijking. Die fase was mijn vader voorbij. Wat hem restte was overleven. Mijn eigen verlangen om oud te worden liep een stevige deuk op. Wat rest lijkt kort, wat voorbij is, is lang. Het voelt als ongenood somberen.

Al decennialang voetbal ik met kornuiten in het Stadspark. Op vrijdagmiddag, mijn vrijdagmiddag. Zo’n tien jaar geleden, ik solliciteerde naar de functie van directeur, vertelde de commissie mij dat de vrijdagmiddag voor het bedrijf belangrijk was in verband met het netwerken. Of ik mijn voetbal daarvoor wilde opgeven. Geen denken aan. Prompt werd ik aangenomen. Nog immer beleven wij ons zelf als jonge goden. We zijn technisch, snappen het spelletje, we zijn razendsnel en gepassioneerd. Zodra het korte broekje de strakke billen omkleedt, worden wij weer het jongetje dat we waren.
Emotioneel, verongelijkt, continu in discussie, een orgastisch genoegen bij het scoren.
Weer of geen weer, regen, ijzel, brandende hitte, het deert ons niet. Niets kan ons weerhouden om op vrijdagmiddag in het Stadspark te verschijnen. Na afloop in café Bolhuis voeren we heftige gesprekken, felle discussies of het wel of geen doelpunt was. De Affligem Blond stemt soms milder of wakkert de emoties juist aan. En passant wordt de wereldproblematiek becommentarieerd. Het zijn wijze, grijze, soms kalende mannen aan de stamtafel. Terugblikkend op de wedstrijd, wetend hoe de wereld in elkaar steekt. Elly, inmiddels 82, bedient ons liefdevol en streng. Verbaal ongepast gedrag levert je een mep op. De hele week voel ik mijn lijf. Sleept mijn linkerbeen lusteloos achter mij aan. Maar deze last valt in het niet bij de lust van die vrijdagmiddag. Het jongetje in mij heeft ruimte nodig.

Ouderdom, zo lees ik, bevrijdt je van het verlangen naar seks, rijkdom en bezit. Niet van dat naar scoren in het Stadspark. Emoties kwellen niet meer zoals vroeger. Ze zijn er, gevoed door de bewijsdrang op het veld. Anderhalf uur. De relativering wordt gekoesterd.
Ouder worden, ja dat wil ik. Maar ik wil ook het spelende jongetje koesteren; de geest open voor de wijsheid van anderen en genietend van de vrijheid die in de loop van mijn leven is ontstaan.

Ontmoeten en spelen, nait slecht.