In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

Frans Pot

De rode busjes van Pot zie je in de wijde omgeving. H. Pot staat er op, de naam van Frans’ vader Hendrik. Hendrik Pot uit Siddeburen vestigde zich in de jaren vijftig van de vorige eeuw als aannemer in Woltersum. Toen Frans de zaak overnam handhaafde hij de H., zo stond de zaak immers bekend.

Hij heeft vijf mensen in dienst en regelmatig uitzendkrachten aan het werk. Echtgenote Jenny (1964) verzorgt een dag per week de administratie. Frans is de grootste werkgever van Woltersum. Ooit wemelde het van de bedrijvigheid in Woltersum – een bakker, een fietsenmaker, een huisschilder en ga zo maar door – maar die tijden zijn voorbij.

Frans deed hts werktuigbouwkunde. Na wat omzwervingen over de arbeidsmarkt, langs een metaalbedrijf en een schoolmeubelfabrikant, kwam hij eind jaren tachtig bij zijn pa in de zaak. Kort daarop werd vader ziek. Hij overleed in 1992, “Wat doe je dan hè? Ik ben maar gewoon doorgehobbeld”, aldus Frans.

Op Frans kun je rekenen, hoor ik in het dorp. Een man van zijn woord. Niet iemand van enorme verhalen en breedsprakigheid. “Ik maak het vaak mee op verjaardagen en feestjes, lui met állemaal verhalen, het ene is nog spectaculairder dan het andere. Dan kijken mijn vrouw en ik elkaar aan en dan vragen we elkaar later: Gut, hebben wij nou zo’n saai leven?”

 

Hij is penningmeester van de begraafplaats. Een beetje tegen wil en dank. “Mijn pa zei altijd: Als ondernemer moet je niet in een bestuur gaan zitten.”

“Er ontstaat wel eens een spanninkje”, verduidelijkt Frans die waarschuwing van zijn vader. “Als er nieuwe doelpalen moeten komen zal iedereen vinden dat de plaatselijke houtleverancier daar voor moet zorgen. Maar als die houtleverancier of zijn familie in het bestuur van de voetbalclub zit wordt het alweer anders.” Frans kon het lang tegenhouden, maar ging toch voor de bijl toen de voorzitter van de begraafplaats hem polste voor het penningmeesterschap. Hij heeft iets met het kerkhof. Als jongen verdiende hij een centje bij door in de werkplaats van zijn vader betonnen grafkelders te gieten. “Dat zijn bakken waardoor een begraven lichaam langer geconserveerd blijft. Die dingen wogen zeker duizend kilo, we brachten ze met een takeltje naar het kerkhof. Tegenwoordig gebruiken ze ze nauwelijks meer.”

Frans trad ook wel eens op als klokluider bij een begrafenis. Als de kerkdienst voorbij was, of de herdenkingsbijeenkomst voor de overledene in de kroeg, kwam Frans in actie. Zijn taak was het drukken op een knop in de kerktoren om de klok te laten klinken. Het kon lang wachten zijn, op een seintje. Frans verzon een eigentijdse oplossing: Een afstandsbediening waarmee de voorganger het klokgebeier zelf in gang kan zetten.

 

Aan de Dorpstafel praat Frans mee over de toekomst van Woltersum. Het is een heel vergadercircus met inwoners en lokale politici dat moet resulteren in concrete maatregelen voor een beter dorp. De recente herindeling bij Groningen is een mooi moment voor een toekomstplan. Frans vindt het vooral belangrijk dat er huizen genoeg zijn. Voor nieuwe inwoners, maar ook voor de Woltersumer jeugd die op zichzelf wil gaan wonen in het dorp en nu, zolang Frans zich kan heugen, bot vangt bij het zoeken van een woninkje. “Huur, koop, voor senioren of alleenstaanden, gebouwd door mij of door een ander, het interesseert me niet, maar we moeten zorgen dat we een aanvulling van woningen krijgen.”

 

Nu Woltersum bij de grote stad Groningen hoort is er misschien meer geld beschikbaar voor een opfrisbeurt, hoopt Frans die het vervallen pand in zijn eigen straat noemt als voorbeeld van een rotte kies in het straatbeeld. Keerzijde van de fusie is dat de lijnen langer worden. “Toen we nog onder Ten Boer vielen belde ik naar de gemeente als het sneeuwde en we hadden de dag daarop een begrafenis. Dan werd de sneeuw nog gauw even opgeruimd. Als ik nu bel weten ze waarschijnlijk niet eens waar het kerkhof is.”

 

Dat hij zelf met zijn bedrijf naar Ten Boer wil verkassen heeft een goede reden. In Ten Boer is meer ruimte. “Vorig jaar hadden we het heel druk, ik had veertien man aan het werk. Ik kon het materieel niet kwijt. De geïsoleerde dakplaten lagen hier voor op de stoep. Dat vond ik geen gezicht voor de buurt.”

“De een zegt: Je hebt een bedrijf, daar mogen best wat stenen voor de deur staan. Maar ik vind dat daar grenzen aan zijn. Mijn pa had alles ook voor bij de weg staan, dat was toen gewoner. Ik wil het iets netter hebben.”

 

Hoofdweg 23 blijft thuishaven van Frans, Jenny en voorlopig ook nog zoon Remco (2000). Dochter Marjon (1995) woont in Winschoten. Aan de muur van het kantoor van Frans, boven de werkplaats, hangen tekeningen voor een nieuwe woning op de huidige plek. Het is allemaal gaan rollen door de aardbevingstoestanden. De huidige woning van de familie Pot is onveilig volgens de NAM. Frans: “Twee jaar terug zat ik hier, met een constructeur, die ook voor de NAM werkte. Ik vroeg die man wat versterken inhield. De man stampt op de grond en vraagt: Wat zit er op de vloer? Ik zeg: Een plaat. Hij zegt: Dat moeten er twee worden. Ik: Tot aan de plint? Hij: Nee, dat moet in een stuk doorgelegd tot in de kantine. Hij zegt: Wat ligt er op het dak? Ik zeg: Hardboard. Moest er allemaal af.” Ze hadden nog geen tien minuten gesproken of ook alle vloeren beneden moesten er al uit. “Ik zei: Lieve kerel, we zijn toch niet gek? We gaan toch geen kapitalen in een huis uit 1900 stoppen?” Frans kreeg van de constructeur de tip zich aan te melden voor Heft in eigen Hand, een traject van de NAM waarbij een beperkt aantal woningeigenaren de mogelijkheid heeft als particulier opdrachtgever op te treden bij versterking of verbouwing van hun woning. Later kreeg het pand van de familie Pot ook nog officieel het predicaat onveilig, als een van de weinige panden in Woltersum.

 

Frans participeert ook in de Burenband, een initiatief van een paar dorpelingen. De Burenband organiseert bijeenkomsten om te voorkomen dat het dorp verscheurd raakt door bevingsstress. “Het leek ons wel plezierig dat na herstel en versterking iedereen elkaar nog aan zou kijken. Dus dat je geen hommeles krijgt met je buurman omdat hij een nieuw huis heeft gekregen en jij niet.” Hij springt er zelf, als de voortekenen niet bedriegen, goed uit. Niet alleen leveren versterking en herstel hem als aannemer het nodige werk op, nu kan hij met steun van de NAM waarschijnlijk ook nog nieuw gaan bouwen. Hoe voelt dat? “Ik heb wel gehoord: Frans Pot zit lekker dicht bij het vuur. Maar iedereen kon zich aanmelden voor Heft in Eigen Hand. Ik ben er nooit op uit geweest om een nieuw huis te krijgen.” Aan de andere kant wil hij er niet omheen draaien: “Toen die constructeur er over begon heb ik wel mijn kans gegrepen.”

Toch zou hij niet raar staan te kijken als er niets terecht komt van nieuwbouw aan de Hoofdweg 23 of verhuizing naar Ten Boer. Eerst zien dan geloven, vindt Frans. Wat vandaag lijkt te zijn afgesproken of voorgenomen kan immers morgen weer van tafel zijn of ingehaald door een andere maatregel. De Groningers hebben het al zo vaak beleefd. “De wegen van minister Wiebes zijn ondoorgrondelijk.”

 

Mocht de dag komen dat de sloopkogel tegen de gevel landt, dan houdt hij het waarschijnlijk niet droog, bekent hij. Hij mag dan een nuchtere vent zijn, dan gaat wel het huis tegen de vlakte waar hij werd geboren en altijd heeft gewoond. Ik vraag wat het Woltersumgevoel voor hem inhoudt. Een antwoord op zijn Frans’ volgt: “Het is allemaal niet zo’n bewuste keuze. Ik ben hier geboren en heb geen problemen met hier wonen. Of ik iemand van sleur en tradities ben? Misschien wel. Als je mijn zoon vraagt zal hij vast ja zeggen.” Hij waardeert het vele groen in het dorp, de frisse lucht als hij de fiets pakt voor een rondje om het hoofd leeg te maken. In Woltersum wonen toegankelijke mensen, vindt hij ook. Iedereen wordt in zijn waarde gelaten en men laat elkaar vrij. En als het moet, zoals bij de dreigende dijkdoorbraak in 2012, kijkt men naar elkaar om. “Maar of dat nou specifiek voor Woltersum is, weet ik niet hoor.”