In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

Als ik een auto heb wil ik hier later ook wonen.

In Woltersum kun je makkelijker een speelgenootje regelen dan in de stad. Maar in de stad zijn weer méér vriendjes. Hoe dat kan? Simon Ruigendijk (2007) en Aya Muli leggen het uit.

Simon Ruigendijk uit groep 8 van De Huifkar

Waar woon je?

“K. de Boerweg 23.”

Met wie?

“Met mijn vader Chris (1977) en mijn moeder Inge (1977). Ik heb een broer, Marijn (2005) die op het Stadslyceum H.N. Werkman in Groningen zit. Daar ga ik na de vakantie ook naartoe.”

Heb je altijd in Woltersum gewoond?

“Mijn eerste jaar niet volgens mij. Toen woonden we in Groningen. Daar weet ik niks meer van.”

Hoe vind jij het om in Woltersum te wonen?

“Heel leuk. Ik vind het leuk dat ik bijna iedereen ken. Als ik naar school ga kan ik onderweg ‘hoi’ zeggen, iedereen groeten. Er hangt gewoon een fijne sfeer.

Het is ook een erg mooi dorp. We hebben veel dingen, ook best beroemde dingen. We hebben een kerk met een van de oudste preekstoelen van Noord-Nederland. En onze molen. Die kon vroeger drie dingen, koren malen, gerst pellen en hout zagen. Zulke dingen staan gewoon mooi in het dorp. Soms komt er een band in de kerk spelen, waar je naar kunt luisteren. Dat is ook leuk.”

Wat is er stom aan Woltersum?

“Dat je op school weinig keuze hebt voor vrienden. In mijn combinatiegroep zitten zestien kinderen. Dat zijn maar zestien kinderen waarmee je vrienden kunt zijn. Dat is wel jammer. Als de helft van die kinderen stomme kinderen zijn, kun je uit maar acht kinderen kiezen. Niet echt veel. Ik heb denk ik twee tot drie vrienden op school.”

Vind je het dorp niet ver weg van de stad?

“Het is wel ver. Maar als je een goede fiets hebt is dat niet zo erg. En je kunt ook met de bus.”

Op welke clubs zit je?

“Ik voetbal in het dorp. En ik doe taekwondo in Ten Boer.”

Ben je goed in voetbal?

“Ja.”

Op school mochten jullie bij project Woltersum 2080 fantaseren over de toekomst. Wat heb jij bedacht?

“Een dierentuin. Ik deed samen met Roan uit groep 5 en wij willen meer vermaak in Woltersum. Dan komen er meer mensen naar het dorp die dan zien hoe mooi het is. En dan komen ze hier wonen. Dan wordt de school ook groter. Zo kunnen de kinderen meer vrienden krijgen.”

Hoeveel dieren heb je zelf?

“Te weinig. Ik heb een kat. Als je bijen meetelt heb ik er heel veel. Mijn vader is imker.”

Wil je hier ook nog wonen als je groot bent?

“Als ik afgestudeerd ben én ik heb een auto, dan wil ik ook wel hier wonen.”

Wat wil je gaan studeren?

“Dat weet ik nog niet.”

 

Aya Muli uit groep 8 van De Huifkar

Waar woon je?

“Dobbestraat 33.”

Met wie?

“Met mijn moeder Hanneke (1968) en mijn broertje Yael (2010).”

Heb je altijd in Woltersum gewoond?

“In februari 2016 zijn we hier gekomen. We hebben in Oman, Syrië, Kenia en Qatar gewoond. Mijn moeder werd ziek en wou graag terug naar Nederland. We hebben toen op een paar plekken gewoond. Eerst bij een vriendin van mama in Zaandam. We zijn naar Woltersum gekomen omdat mama haar moeder hier woont, aan het andere eind van de Dobbestraat.”
Wat is er leuk in Woltersum?

“School vind ik heel leuk. En ook dat ik bijna iedereen van het dorp ken. Ook al ben je niet zo bevriend met iemand, je kunt elkaar toch helpen. In de stad kan ik niet zomaar even naar een flat lopen om iemand te vragen buiten te spelen. Hier kun je makkelijker iemand vragen. Soms vraag ik zelf iemand, soms komen kinderen naar mij toe.”

Op welke clubs zit je?

“Ik voetbal bij S.V. Woltersum.”

Ben je goed?

“Ik vind zelf dat ik best goed ben. Ik weet niet of anderen mij goed vinden. Ik ben keeper en sta op het veld. Er is nog een meisje in mijn team, Leanne. Leanne is een vriendinnetje van mij. Ik vind haar heel stoer. Eerst zat ik ook nog op turnen, in Bedum. Maar ik vond dat niet meer zo leuk. En ik heb gitaarles. Een muziekleraar komt na schooltijd lesgeven op De Huifkar. Mijn broertje Yael krijgt drumles.”

Wat heb jij gezegd toen jullie mochten brainstormen over de toekomst van Woltersum bij het project Woltersum 2080?

“Ik wil graag meer huizen voor gezinnen. En een grote school. En een dierenspeeltuin. Ik bedoel daar een grasveld mee waar honden kunnen spelen, en katten, en ook vogels. Een plek waar je je huisdieren mee naartoe kunt nemen. Je kunt de dieren er ook laten blijven als je zelf naar het werk moet. Dan kunnen de dieren in die speeltuin nieuwe vriendjes maken.”

Heb je zelf dieren?

“Ik heb een Afrikaanse wilde kat. Pepper. We hebben haar in Kenia gevonden. Met gebroken pootjes.”

Denk je dat je hier over tien jaar nog woont?

“Dat denk ik niet. Dan zit ik denk ik ergens in de wereld. In Frankrijk ben ik nog nooit geweest, daar wil ik nog wel graag naartoe. En ook naar Italië en nog een paar landen. Maar ik zou best nog een keer langskomen, denk ik. Rondkijken hoe het eruit ziet en of er nog dingen veranderd zijn.”

Wat wil je worden?

“Na de zomer ga ik naar het Montessori Lyceum in Groningen. Later wil ik architect worden.”

 

Tweeling Sem en Indi Rozema

Tweeling Sem en Indi Rozema (2003) en hun broer Noah (2000) wonen aan de Hoofdweg 13. Kort voor er kinderen kwamen verhuisden vader Fré Rozema (1960) en moeder Meriam Ausema (1973) vanuit de stad Groningen naar Woltersum. De kids racen heen en weer tussen school, sporten en werk. Welke plek heeft het dorp in hun uitpuilende agenda’s?

Wat doen jullie voor school of studie?

Sem: “Ik zit op het Maartenscollege in Haren. Elke dag twee keer 19 kilometer fietsen.”

Indi: “Ik zit bij Sem in de klas. Dat is gezelliger. We fietsen altijd samen heen en samen terug.”

Noah: “Ik doe de opleiding voor maritiem officier op Noorderpoort in Delfzijl.”

Hoe besteden jullie je vrije tijd?

Sem: “Die vrije tijd is er bijna niet. Ik ben altijd aan het voetballen. Ik speel bij Be Quick in Haren.”

Je bent een goeie voetballer heb ik gehoord, Sem.

Sem: “Ja, ik ben een hele goeie voetballer. Ik ben ook gescout, voor FC Emmen. Ik heb een tijdje meegetraind, maar het vervoer kon niet geregeld worden. Er was geen plek voor mij in het busje dat gescoute kinderen haalt en brengt. Heel jammer. Ik wou er natuurlijk heel graag heen. Anders had ik daar nu op school gezeten, we hadden school al afgesproken.

Nu zit ik in de selectie van Be Quick, we spelen oefenwedstrijden tegen FC Emmen, tegen Cambuur. Superleuk.”

Indi: “Ik doe taekwondo in Groningen. Al zeven jaar. In juni ga ik voor mijn zwarte band. Ik doe het op maandag, woensdag, donderdag en zaterdag. Ik doe ook aan vechtwedstrijden mee. Pasgeleden ben ik bij een wedstrijd tweede geworden.”

Doen jullie ook dingen in het dorp?

Sem: “Slapen bij vrienden hier of samen met een vriend op de Playstation. Of ik ga met de honden Messi en Vriend uit. Verder voetbal ik alleen maar. Soms ook hier op het voetbalveld. Mijn eerste twee jaar heb ik bij S.V. Woltersum gespeeld.”

Indi: “Ik ben vaak met vrienden aan het chillen op het schoolplein, dat vind ik gezellig. Dinand uit het dorp is mijn beste vriend. Op maandag en dinsdag loop ik folders met hem. En wij hebben onze paarden Lorenzo en Douwe natuurlijk, daar rijd ik op. En mama ook. Voor de lol. We rijden meestal bij de dijk. Ze staan nu in de wei bij de eierkeet.”

Moeder Meriam brengt in herinnering: “Jullie werken ook nog op de markt in Groningen.”

Indi: “In een groente- en fruitkraam. Ik op zaterdag. Tussendoor ga ik naar trainen en dan werk ik weer verder.”

Sem: “Ik train op maandag, woensdag en vrijdag. Op zaterdag heb ik een wedstrijd. Als ik dinsdag vrij ben van school sta ik op de markt. Wat geld verdienen.”

Noah: “Ik werk daar ook. Een druk leven.”

Wat betekent Woltersum voor jullie?

Sem: “Tot rust komen. Het is hier veel rustiger dan in de stad. Dat voel ik echt. Heerlijk. Yesss, ik ben weer thuis.”

Noah: “En dan gaat ‘ie op bed liggen en dan valt ‘ie in slaap.”

Sem: “Nee hoor, dat is niet zo!”

Indi: “Alle mensen in Woltersum zijn vriendelijk en gezellig met elkaar en het is hier niet zo druk. Ik houd van de stemmetjes van de kinderen van De Huifkar die je overal hoort op straat. En ik houd van buiten zijn. Hardlopen langs het kanaal en door het open veld als ik van school kom of ik heb heel lang geleerd, dan kom ik ook tot rust.”

Moeder Meriam grinnikt: “Vorige week wilden ze allemaal graag in de stad wonen, nu komen ze hier ineens tot rust.”

Noah: “Ik had het altijd druk hier. Buiten. Met vrienden. Gingen we naar het schoolplein. Of we zaten bij elkaar spelletjes te spelen. Ik heb ook gevoetbald bij S.V. Woltersum. De laatste jaren ben ik meer op de stad gericht. In Woltersum is niet zo veel te doen voor mijn leeftijdscategorie. Ik fitness bij Basic Fit of ik ga op stap. Poelestraat. News Cafe. Ik ben denk ik meer een stadsmens dan Sem en Indi. Ik ben ook ouder hè.”

Kom jij ook in de keet in de tuin van Dani van Dijk, Noah?

Noah: “Ik ga wel met die mensen van de keet om, maar ik heb niet veel tijd er te zitten.”

Als ik aardbevingen zeg…zeggen jullie.

Indi: “Daar hebben wij veel last van. We hebben veel schade. Als je hoort over weer een beving denk je bij jezelf: Kan het niet stoppen?”

Noah: “Ons voorhuis hangt helemaal naar voren. Daar slapen Sem en ik.”

Wat willen jullie worden, Sem en Indi?

Sem: “Profvoetballer blijft een droom van me. Dat zou geweldig zijn. Als ik geen profvoetballer kan worden, dan fysiotherapeut. Fysiotherapeut van FC Groningen! Ben ik toch nog met sport bezig. Ik heb zelf een keer mijn enkelbanden gescheurd en vond het heel interessant hoe de fysiotherapeut mij weer op het goede been zette.”

Indi: “Ik wil heel hoog in taekwondo worden en hopelijk veel wedstrijden doen in het buitenland. Als dat niet lukt wil ik ook fysiotherapeut worden.”

Sem: “Praktijk Rozema en Rozema klinkt goed.”

En Noah?

Noah: “Ik heb me hier altijd thuis gevoeld, nu wil ik graag wat van de wereld zien. Vorig jaar waren we met vakantie naar Montenegro, daar zag ik dingen die ik nog nooit eerder had gezien. Toen begon het te kriebelen.

Op een cruiseschip werken lijkt me tof. Hard werken, de wereld over, een half jaar thuis en een half jaar aan het werk.”

In elk stadje een ander schatje?

Noah: “Ik zeg niks.”

 

In Woltersum geen Rijdende Rechter-taferelen.

Dani van Dijk (1998), Amy Wietsma (1998) en Remco Pot (2000) horen bij de Keetclub, een mannetje/vrouwtje of tien die regelmatig komen chillen in de blokhut bij Dani in de tuin.

Waar woon je en met wie?

Amy: “Aan de Kollerijweg 13 met mijn ouders Klaas Anne (1974) en Henriëtte (1971) en broertje Maik (2007). Vanaf mijn tweede. Daarvoor woonde ik in Sint Annen. Mijn moeder is hier geboren, wij zijn weer terug gekomen.”

Remco: “Aan de Hoofdweg 23 met mijn ouders Frans (1962) en Jenny (1964). Zus Marjon (1995) is al uit huis.”

Dani: “Aan de Kollerijweg 50 met mijn ouders Gert (1967) en Tjakelien (1966) en broertje Marco (2002).”

Jullie hebben alle drie op het H.N. Werkman Stadslyceum gezeten in Groningen. Wat doen jullie nu?

Amy: “Ik heb een opleiding tot onderwijsassistent afgerond, een jaartje bij de slager in Ten Boer gewerkt en daarna een half jaar als onderwijsassistent. Toen ging ik weer studeren, pedagogisch educatief medewerker, maar die studie paste niet bij me. Nu werk ik bij de slager in Bedum. Het liefst wil ik aan het werk als onderwijsassistent of in de kinderopvang.”

Remco: “Ik werk bij de Albert Heijn in de Stad. Vanuit hier de eerste Albert Heijn die je tegenkomt. Ik werk als groenteman. Nee, ik mag niet hopen dat dat mijn eindbestemming is. Zoals het nu lijkt ga ik bedrijfseconomie studeren. Ik ben eerder ook begonnen met een studie, technische bedrijfskunde, maar daar ben ik na vijf weken mee gestopt. Dat was het niet. Toen ik stopte met studeren moest ik per se aan het werk van mijn ouders, ik mocht niet thuis gaan hangen.”

Dani: “Ik heb op dit moment wel werk, alleen geen opleiding. Afgelopen mei ben ik via het uitzendbureau en MUG ingenieurs in Leek begonnen met een werkend leren-project voor landmeter. Alleen door vertraging bij de aanleg van de Ringweg is de opleiding verschoven, omdat ze op dit moment geen werk hebben. Het is hartstikke mooi werk. Ik heb nu tijdelijk ander werk gevonden, bij DUO in Groningen in de afwaskeuken. Thuis zitten is ook niks, iedereen is bezig en jij zit niks te doen.”

Verkering?

Amy: “Met Ronan uit Ten Boer.”

Remco: “Nee.”

Dani: “Nee.”

Wat doen jullie in die keet?

Remco: “Een biertje drinken in het weekend. Af en toe loopt dat uit tot drie, vier uur ‘s nachts.”

Dani: “Goede gesprekken komen ook voor.”

Amy: “In de kroeg van het dorp zitten we niet met zijn allen. Daar zitten ook allemaal oude mensen.”

Ben jij de bink, Dani, omdat jij die keet in de tuin hebt?

Amy: “Best wel.”

Dani: “Neuh.”

Amy: “Wél! Die keet is echt een begrip.”

Remco: “In de Whatsappgroep is het altijd: Dani, kunnen we ook naar jouw blokhut toe?”

Ben je blij dat je in Woltersum woont?

Amy: “Ik wel. Ik vind het hier gezellig. Bijna al mijn familie woont hier. Dani is ook familie. Mijn moeder is een nicht van zijn vader. En mijn andere buurmeisje is familie. Ik vind dat fijn. Je kunt altijd bij iemand terecht als je je huissleutels niet bij je hebt. Of als je niks te doen hebt.

De vriendengroep vind ik ook fijn. Het zijn heel andere mensen dan in de stad. Die stadse mensen bekijken en beoordelen iedereen zo. Hier hoor je er gewoon bij. Iedereen hoort erbij. Als je wilt. We zullen nooit tegen iemand zeggen: Jij mag niet meedoen.

Ik heb het op school wel meegemaakt dat meisjes niet bij mij wilden zitten of dat ik niet mee mocht de stad in. Ik denk omdat ik geen make-up draag en uit een dorp kom. Dan ben je al een beetje anders. Die meisjes in de stad doen zoveel make-up op omdat de jongens hen anders niet leuk vinden.”

Remco en Dani, aangenomen dat jullie meisjes leuk vinden, welke zijn leuker, met of zonder make-up?

Remco: “Maakt niet zo heel veel uit.”

Dani: “Ligt eraan hoe ver ze gaan.”

Remco: “Je hebt er bij die zijn half oranje. Dat ziet er niet uit.”

Wat vinden jullie mooi in Woltersum, Remco en Dani?

Remco: “De gezelligheid. De vriendengroep. Het kermisweekend. Ik voetbal nu in de stad bij Lycurgus. We hebben een vriendenteam van het H.N. Werkman om nog wat contact met elkaar te houden. Ik had liever dichterbij willen voetballen, in Ten Boer, of Woltersum, maar daar was niemand het mee eens.”

Dani: “Ik ben hier opgegroeid. Alles is heel normaal voor mij. Ik heb ook geen vergelijkingsmateriaal. Iedereen gaat normaal met elkaar om. Niemand kijkt elkaar raar aan. Je groet elkaar rustig.”

Remco: “In Woltersum geen Rijdende Rechter-taferelen. En wij konden gewoon op straat spelen, in de stad zouden we meteen zijn aangereden.”

Dani: “Op de middelbare school was ik een van de weinigen uit een dorp. Daar werd ik wel anders om aangekeken. Maar dat maakte mij niet echt uit.”

Amy: “Ze denken ook altijd direct dat je een boer bent en dom.”

Remco: “Of dat iedereen familie van elkaar is. Zoiets als Urk of Volendam.”

Amy: “Dat iedereen hier familie van elkaar is klopt wel!”

Remco: “Ik ben toch ook familie van jou, Amy?”

Amy, lachend: “Ja, ver weg. Héél ver weg.”

Remco: “Hier woont ook wel veel import hoor.”

Op jullie leeftijd wil je toch zo snel mogelijk weg bij pa en moe en op kamers?

Remco: “Woon je daar in de stad op een kamer met allemaal van die kakkerstudenten. Van die verschrikkelijke personen van Vindicat en zo. Ik vind dit ook wel makkelijk. Ik hoef mijn kleren niet te wassen. Ik hoef niet alles zelf te betalen.”

Dani tegen Remco: “Haha, zo kom jij erop te staan!”

Wat doen jullie in Woltersum? Van welke clubs zijn jullie lid?

Dani: “Ik voetbal bij S.V. Woltersum. En ik zit sinds kort op de klaverjasclub.”

Amy: “Ik zit op fitness, maar niet in het dorp, in Siddeburen.

Remco: “Oh, wacht, dat doen Dani en ik ook, fitness. We zijn gisteren nog geweest, bij Basic Fit in de stad.”

Ik heb nog steeds niets gehoord wat jullie stoort aan Woltersum.

Dani: “Ik zou het niet weten. Je hebt eigenlijk alles hier. Een basisschool, een kroeg, een sportvereniging. Er mist niet zoveel. En de stad is binnen handbereik, een kwartiertje rijden.”

Remco: “Alles is hier, alleen geen winkel. Maar ik werk bij de Albert Heijn, dus als ik naar huis ga kan ik gelijk eten meenemen. Als ik als eerste vrij ben kook ik voor iedereen. Een kleine supermarkt zou wel makkelijk zijn, voor als je iets vergeten bent. Maar ach. Nu pak ik de elektrische fiets van mijn moeder en ben binnen vijf minuten in Ten Boer.”

Zijn er genoeg leuke meisjes, Dani en Remco? Komen jullie dadelijk thuis met iemand uit het dorp?

Remco en Dani bijna in koor: “Dan wordt het wel heel erg een eh…een eiland!’
Laatste poging, jongens. Wat is hier minder?

Amy: “Er zijn geen huisjes voor starters. Ik wil hier heel graag blijven. Maar nu kan het niet. Kopen is veel te duur, ik ben nog maar twintig en je hebt hier alleen dikke koopwoningen, geen kleine huisjes om mee te beginnen, een gezinswoninkje. Om te huren is er ook niks. Ze zijn er nu wel mee bezig. We hebben er laatst een gesprek over gehad in de kroeg, met jongeren die hier willen blijven. Twee jaar, dan wil ik wel weg uit huis.”

Dani: “Er moeten nieuwe huizen bij zodat hier ook nieuwe mensen kunnen komen wonen.”

De aardbevingen. Hoe spelen die een rol in jullie leven?

Dani: “Je krijgt er wel wat van mee thuis. Het is niet echt prettig dat je de scheuren in je muur ziet zitten. Ik heb wel eens op de bank gelegen dat ik er bijna af viel. Mijn broertje had op zijn slaapkamer een barst in het raam, van boven naar beneden. Dubbel glas.”

Remco: “Ik lag een keer in bed. Ineens begon alles te trillen. Ik naar buiten. Mijn vader stond daar ook al in zijn onderbroek.”

Amy: “Ik heb nog nooit een beving gevoeld. We hebben wel veel scheuren in ons huis. Maar ik ben niet echt bang voor de bevingen. Als het gebeurt dan gebeurt het.”