Schuiven met zorggebouwen

Groningen staat binnenkort model voor moderne zorg. De partijen die in maart 2019 het Groninger Zorgakkoord sloten, gaan mede dankzij de NAM-versterkingsgelden stevig vernieuwen.

TEKST
Ineke Noordhoff

BEELD
Reyer Boxem

Aan de vroegere rand van dorpen zie je soms van die merkwaardige, wegkwijnende, grote panden. Ooit woonden er oudere mensen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er heel wat gebouwd: bejaardenhuizen waar gepensioneerden van hun oude dag mochten genieten. Ze waren moderne uitvoeringen van de proveniershuizen, de begijnhoven en armenhuizen. Een eerbetoon van onze voorouders aan degenen die hen hadden opgevoed. In de jaren zeventig werd ‘bejaard’ een vreselijk woord en bouwden we verzorgingshuizen (vaak gestapeld) en aanleunwoningen voor ouderen met gezondheidsproblemen. Sinds 2015 doen we het weer een slag anders: alleen ouderen met ernstige gezondheidsproblemen wonen in instellingen. Thuis oud worden is nu de norm. In vier jaar tijd is het aantal ouderen in een instelling met een kwart gedaald (tot 117 duizend). Dat scheelt heel wat geld – thuis wonen is goedkoper voor de samenleving. Bovendien sluit het beter aan bij wat mensen willen; velen willen helemaal niet verhuizen.

De vergrijzingsgolf is nog maar net begonnen. Bovendien: de mensen die nu op leeftijd zijn, blijven langer leven – ook als ze een lichamelijk of geestelijk gebrek hebben. Het aantal mensen dat meervoudige zorg nodig heeft, zal dus nog stevig groeien. Daarom zoekt de minister van Volksgezondheid gretig naar innovatieve routes om deze mensen zorg te kunnen bieden tegen zo laag mogelijke kosten. De Groninger zorginstellingen en overheden vonden bij hem dus gewillig gehoor toen ze in eind vorig jaar aankwamen met een visie om de zorg anders aan te pakken.

Het initiatief om met elkaar aan tafel te gaan en een grote deal te sluiten, kwam van de Nationaal Coördinator Groningen. In plaats van de vele verpleeghuizen en instellingen stuk-voor-stuk te versterken en vernieuwen vanwege de aardbevingsschade, schetsten zorgverleners, gebouwenbezitters, overheden en verzekeraars een moderne zorgsector die rekening houdt met een krimpend aantal inwoners. Het plan behelst onder meer om een flink aantal zorggebouwen te slopen en een klein deel te herbouwen in een nieuwe vorm.

De crux van deze Groninger aanpak zit in het mengen van bewonersgroepen. Nu nog krijgen ouderen, lichamelijk en geestelijk hulpbehoevenden zorg vanuit afzonderlijke gebouwen. Om in de krimpende regio’s mensen toch dicht bij huis te kunnen verplegen, worden de nieuwe gebouwen ontworpen voor een gemêleerde groep bewoners. Ouderen, gehandicapten, mensen die gerevalideerd worden en mensen die psychiatrische zorg nodig hebben komen soms in één gebouw – bijvoorbeeld tegen een huisartsenpost of school aan. Zo kunnen mensen na een opname nog redelijk in de buurt van hun oude woonomgeving blijven, is het idee. Instellingen kunnen de personeelslasten delen en dorpsbewoners vinden er werk. Op 11 maart kwamen twee ministers naar Groningen om hun handtekening te zetten onder het Groninger Zorgakkoord, – een uitwerking van de zorgvisie voor zover het gebouwen betreft. Een investeringspakket ter waarde van 331 miljoen euro. De zorginstellingen en gebouweigenaren hebben dat bedrag deels zelf bijeengebracht, het is aangevuld met de versterkingsgelden van de NAM, middelen uit de pot van het Nationaal Programma Groningen terwijl de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een bonus gaf. Samen moet het genoeg zijn om de ‘zorggebouwen van de toekomst’ neer te zetten. En de oude te ontruimen. Twintig zorggebouwen verliezen hun functie en op zeven plaatsen worden aanleunwoningen verbouwd tot aardbevingsbestendige gewone woningen. Op negen plekken komen nieuwe instellingen waar jong en oud door elkaar heen worden verzorgd. De zorgvernieuwing zit hem echter niet zozeer in de gebouwen maar in de opdracht om zorg dichter bij huis te bieden en ouderen en hulpbehoevende langer thuis te laten wonen. Daarvoor moeten er hulptroepen om de mensen heen komen. In de provincie Groningen zijn relatief veel particuliere burgerinitiatieven en zorgcoöperaties actief. Dat gaat niet alleen om fysieke zorg, maar ook om hulp op afstand via bijvoorbeeld e-health en domotica. In de Groninger Zorgvisie reizen specialisten bovendien vanuit een expertisecentrum in Delfzijl naar de patiënten in de regio toe. Ook zij kunnen innovatieve technologieën gaan benutten.

 

Over vijf jaar staan er in het aardbevingsgebied negen nieuwe zorgcentra. Naast de armenhuizen en voormalige bejaardenhuizen prijken aan de dorpsranden dan wellicht ook nog enkele voormalige verzorgingshuizen uit het begin van de 21e eeuw. De meeste zullen echter gesloopt worden, want het budget om deze gebouwen aardbevingsbestendig te maken is overgeheveld naar de nieuwe panden. Daar waar ooit verzorgingshuizen stonden, zal dan hopelijk een park aangelegd zijn. Een openbare groene ruimte met veel bankjes. Ouderen kunnen er even op adem komen en voorbijgangers vertellen over wat hier vroeger was.

Een enkeling zal memoreren hoe de woorden van het zorglandschap tijdens haar leven zijn gewijzigd: ‘armen’ transformeerden tot ‘bejaarden’, ‘patiënten’ tot ‘cliënten’, en daarna kregen ouderen een cijfer. Want sinds 2015 worden de ‘zorgbehoeften’ afgemeten in zorgzwaartepakketten en is de hoogte van dat zorgprofiel allesbepalend voor waar je woont. Wie niet hoog genoeg komt, moet thuisblijven en rijdt als het meezit met de elektrische ‘pride-to-go’ naar het park. De plek waar ooit oude mensen verzorgd werden.