‘Drenthe is vol’ stelde de Drentse gedeputeerde Tjisse Stelpstra in de eerste Noorderbreedte van 2019. En hoogleraar Theo Spek beargumenteerde ‘zonder boeren geen landschap’. Dat nummer was onze oproep om vooral te gaan stemmen en landschapsbewuste bestuurders aan de knoppen te zetten. ‘Mijn landschap’ zoals dat themanummer heet, is een feitelijk verslag van wat er de laatste tien jaar in het Noordelijke landschap is gebeurd. Het water is grotendeels weggepompt, akkers aan projectontwikkelaars gegund die ze vol zonnepanelen zetten, bossen gekapt en de variatie op het platteland verdwijnt door schaalvergroting van de landbouw. Provincies, die sinds tien jaar verantwoordelijk zijn voor ruimtelijk beleid, tonen zich niet krachtdadig. De druk van projectontwikkelaars en bedrijfsleven is groot, en ook Randstedelingen kijken verlekkerd naar het Noorden. Stelpstra ziet hoe het Noorden opnieuw als wingewest wordt ingezet om de vele huizen in het westen te verwarmen.

In de nota ‘Zorg voor het Landschap’ bevestigt het Planbureau voor de Leefomgeving de feiten die onze verontrusting voeden. Steden dijen uit, data- en distributiecentra nemen gigantisch veel ruimte in, windmolens en zonneparken rukken op. Hoe verleidelijk is het te reiken naar ‘het lege Noorden’? Het staat op de kaart als ‘kansrijk gebied voor grootschalige windenergie’. Op papier wijzen bestuurders bermen, dijken en stortplaatsen aan voor zonnepanelen, maar in de praktijk vinden projectonwikkelaars het gemakkelijker om akkers aan te kopen en vol te leggen. Gemeenten en provincies, die snel willen zijn in de energietransitie, bewegen mee en zo wordt ons landschap onder de voet gelopen.

Lees in Noorderbreedte #1 2019 hoe Friesland het zo kenmerkende water is kwijtgeraakt – alsof de stop uit het bad is getrokken. Zelfs de dijkgraaf Paul van Erkelen slaapt er slecht van.

Bert de Jong bracht in kaart hoe projectontwikkelaars worden aangemoedigd om weilanden vol zonnepanelen te leggen terwijl de meeste bermen, dijken en daken onbenut blijven.