In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

Tony Mahoney en Evert-Jan van Scherpenzeel

Op een mooie zomeravond in 2007 speelde Tony Mahoney in het Noorderplantsoen van Groningen een potje frisbee met een vriend. Evert-Jan van Scherpenzeel, toen ook een Stadjer, fietste voorbij. De frisbeevriend van Tony was ook een vriend van hem en Evert-Jan had wel zin om mee te frisbeeën. ’s Avonds trof hij Tony opnieuw in een kroeg waar ze allebei nooit kwamen. Van het een kwam het ander. Bestaat toeval? Wie het weet mag het zeggen!

Inmiddels zijn Tony en Evert-Jan de ouders van een drieling van zes. Een jochie, Tusken, en twee meisjes, Ashley en Wijske. De kids laten zich de ochtend van mijn bezoek niet onbetuigd. Of ik wil weten op wie ze verliefd is, tettert Ashley. Tusken sleept me mee naar een nieuwe aanwinst in huis, een televisie. Tusken en zijn handpop, een uil, zijn onafscheidelijk vandaag. En Lana is er ook nog, de poes die eerst van andere mensen uit de straat was, maar liever bij het gezin Scherpenzeel vertoefde. De adoptiekat heeft voor een welkomstcadeau gezorgd. Een muis ligt bij de voordeur.

Evert-Jan is pedagogisch kok bij een kinderdagverblijf in Groningen. “Samen met de kinderen kook ik een warme lunch, en ik doe ook boodschappen met ze.” Tony werkt als inspecteur bij het bedrijf Teijin Aramid op Chemie Park Delfzijl en studeert voor meer bevoegdheden. Zij komt uit Nieuw-Zeeland maar is al weer veertien jaar in Nederland. Waarom ze hierheen kwam? “Voor werk en voor een toenmalige liefde.”

Evert-Jan en Tony woonden eerst samen nabij het Noorderplantsoen. Het plantsoen beschouwden ze als hun achtertuin. Maar met de jaren werd het er steeds drukker. Met vrienden organiseerden ze, onder de naam Willekleurig, een paar alternatieve familiefestivals op het platteland. Dat wakkerde een verlangen aan om zelf ook buiten te gaan wonen.

Op Funda vonden ze de woning aan de Kollerijweg 48. Vijftien kilometer van de stad, dat viel nog binnen hun grenzen. Tony, gezegend met twee rechterhanden en dol op klussen, wilde graag een huis waar wat aan te verspijkeren was. “Ik viel voor de grote werkplaats die bij dit huis hoorde.”

In de week dat hun bod geaccepteerd werd, kwamen ze er achter dat Tony in verwachting was. Dat er maar liefst drie baby’s in aantocht waren was een fantastische verrassing, maar wel een verrassing die hun plannen danig in de war schopte. De voorkamer werd noodgedwongen gebombardeerd tot familieslaapkamer. “Daar hebben we met zijn vijven tien maanden geslapen”, blikt Tony terug. “Ons idee was om boven een slaapkamer voor ons tweeën te maken, maar dat was toen we nog niet wisten dat we zwanger waren.” In zes jaar tijd is er het nodige gemetseld en getimmerd, maar er staat nog een boel op het verlanglijstje. Straks, na het interview, gaat Evert-Jan verder met klinkers leggen onder de carport die net is neergezet. Het project dat daarna komt is een blokhut naast de carport. Evert-Jan: “Daar willen we een buitenkeuken in.”

Met een tuin als die van de familie Scherpenzeel-Mahoney hoef je niet op vakantie. De strook grond achter de woning staat vol verrassingen. Hier een hottub, daar een blokhut met een kachel, verderop een metalen koepel waar ze een boomhut van willen maken. Ruimte zat. Ook een zonneschommelbed, afgedankt door een van de buren, vond hier een plek. Twee lapjes moestuin zijn er. En de pruimenboom bloeit prachtig roze. “Ik heb mezelf snoeien geleerd”, zegt een trotse Evert-Jan die de boom een mooi ronde vorm wist te geven. Zomers, als Tony jarig is, komen de vrienden graag naar dit paradijsje aan het Eemskanaal. Ze zetten er hun tenten op. Geen Woltersummer die er iets op tegen heeft. Wel riep buurman Gert van Dijk, van nr. 50, toen hij de familie voor het eerst in de hottub zag zitten: Huh, zitten jullie daar bloot in?

Vandaag zijn de Van Dijken ook met een buitenproject bezig. Gert en zoon Dani bouwen een blokhut achter de keet die ze al hebben in de tuin. Is de keet een geliefde hangplek voor de dorpsjeugd, in het nieuwe bouwsel willen de zoons een fitnessruimte maken, zegt moeder Tjakelien.

Gert en Tjakelien Van Dijk zochten meteen contact toen Tony en Evert-Jan in Woltersum arriveerden. De burenband werd gesmeed met vele koppen koffie buiten, tijdens het klussen aan het huis. Al snel kreeg Evert-Jan van Gert de vraag of hij kon voetballen. Nee, zei Evert-Jan. Hij had gehockeyd. Maar het duurde niet lang of hij viel in bij het tweede elftal van S.V. Woltersum. Twee jaar bleef hij als spits bij de club. Een scorende spits was hij niet: “Dat is er niet van gekomen. Wel heb ik de lat en de palen geraakt.”

Rechts van het drukke gezin woont Wobbe. Wobbe Nieborg, gepensioneerd timmerman. Vroeger werkte Wobbe bij aannemersbedrijf Pot. Evert Jan noemt hem “de beste buurman van Nederland”. Tony gaat nog een stapje verder: “Wobbe is part of the family.”

Met raad en daad staat buurman Wobbe het gezin terzijde. Tony: “Als wij met een project bezig gaan, komt hij altijd meteen langs om informatie te geven. Over hoe we het moeten doen. Over wat we nodig hebben. Of hij leent ons het juiste gereedschap.”

Lassen zij een kluspauze in, dan gaat Wobbe door waar zij gebleven zijn. Evert-Jan: “Hij heeft haast onze hele carport gemaakt.” En de kinderen zijn ook nog eens dol op Wobbe. Tony: “Ze spelen op zijn land en dat vindt hij prima. En als hij met de trekker bezig is, mogen de kinderen erop voor een rondje met hem.”

Tony deed yoga in het dorp, eerst zwangerschapsyoga. Ze volleybalde in het dorpshuis. Die dingen liggen nu even stil. Drie handenbinders van zes, een baan en een studie laten weinig tijd voor het dorpsleven. Zo gauw ze kan voegt ze zich bij de straatgenoten die al begonnen zijn met het versieren van een wagen voor het dorpsfeest in juni, belooft Tony. Integreren en participeren hebben zij en Evert-Jan vanaf het begin belangrijk gevonden. Met de kinderen deden ze in 2014 ook mee aan Dijkfruit, het planten van fruitbomen langs het Eemskanaal.

Ashley, Wijske en Tusken zitten op de Huifkar. Tony en Evert-Jan prijzen de school om de persoonlijke aandacht voor ieder kind. Evert-Jan brengt zijn eigen jeugd ter sprake. Als zoon van expat-ouders was hij nog maar zes weken oud toen hij naar Brunei werd meegenomen. Later woonde hij in Nieuw-Zeeland, Engeland en Nigeria, zat op kostschool in Wassenaar en begon aan een studie in Groningen, die hij niet afmaakte. In Woltersum heeft hij uiteindelijk wortel geschoten, stelt Evert-Jan. Hij is van plan nog heel lang in Woltersum te blijven. Als verwoed vliegvisser heeft hij nog wel een verbeterpunt voor het dorp. Met een knipoog: “Er mag wel wat meer vis in het diepje!”