Als een gasfornuis het begeeft, komt er bij Van der Valk een elektrisch exemplaar voor terug. De keten gaat van het gas af. Het vorig jaar officieel geopende hotel Leeuwarden is de eerste volledig gasvrije vestiging. Alleen in de haard in de lounge brandt nog een echt gasvlammetje, om het nostalgische effect. Volgens BREEAM (instrument om duurzaamheid van bouwprojecten te meten, red.) is Leeuwarden ook nog eens Nederlands meest duurzame hotel tot op heden.

Nieuwe hotels in de Randstad schermen met begrippen als sustainable, energy enhancing en natural based, Van der Valk Leeuwarden prijst als vanouds de royale kamers, het stijlvolle restaurant en de gratis wifi aan. Directeur Martin Matser wil de gast niet lastigvallen met duurzaamheidsclaims. Voor je het weet ontaardt dat in schuldgevoel over lang douchen of een extra handdoek. Terwijl een uur douchen geen probleem is, dankzij de voornaamste besparende maatregel in Leeuwarden: een installatie die 95 procent van de warmte uit restaurants en keukens afvangt om water mee te verwarmen. Overal staan buffervaten met heet water.

Noem Martin geen duurzaamheidsgoeroe. Hij is een zakenman die het leuk vindt dat de oudste dochter thuis vegetarisch kookt. Maar vleesloos in de zaak, omdat dat beter is voor de wereld? No way. Dan kunnen ze er beter een squashhal van maken. Valk-klanten zijn gehecht aan de spreekwoordelijke schnitzels als deurmatten.

Eerlijk antwoord wat Martins drijfveer is om zijn duurzame hotel te bouwen? De portemonnee en de wens zich te onttrekken aan de grillen van de overheid. Tot vijf jaar geleden kreeg hij nog subsidie op gas, nu is elektriciteit ineens heilig. Maar voor hoe lang? Hij kocht een Volvo van 60 duizend euro, hybride model met allerlei fiscale voordelen. Die stekker was toch wel een geklooi, al snel goot hij er diesel in. Miljoenen subsidie zijn beland bij, zoals Martin het zegt, verwende mannetjes zoals hij die toch al niks tekortkomen. Hij schaamde zich voor de Volvo en deed hem weg.

Geen zonnepanelen op zijn dak, zolang de opgewekte stroom op de grote hoop van een energieleverancier komt. Dat vindt hij nepduurzaamheid. Net als doneren aan Staatsbosbeheer om de kiekendief te redden, voor extra BREEAM-punten. Liever kocht hij een hectare erbij van de gemeente en zette die zelf vol kiekendiefvriendelijk groen.