Op de klei van de Friese Greidhoeke draait een windmolen gestaag zijn rondjes tegen herfstige luchten. Nieuw is hij niet meer, maar nog steeds brengt de molen slag voor slag geld in het laadje voor de leefbaarheid in het nabijgelegen Wommels. Het collectief uit Wommels pionierde midden jaren negentig met een dorpsmolen, zoals er rondom in het Noorden toen kleine duurzame initiatieven ontstonden. Sindsdien heeft de energiecoöperatie een vlucht genomen. Met hun geschiedenis van coöperatief ondernemen, pionierswerk in duurzame energie en bijna honderd energiecoöperaties lopen de noordelingen voorop in sociaal verduurzamen. Coöperaties om lokaal duurzame energie op te wekken zijn er intussen overal in Nederland. Onderscheidend voor het Noorden blijft het maatschappelijk oogmerk van de coöperatie, die door de energietransitie levendiger is dan ooit. Door de Regionale Energiestrategie, die moet zorgen dat de toename van duurzame energie die het Klimaatakkoord belooft er ook echt komt, dreigt het noordelijke landschap op te draaien voor de duurzame energievoorziening van heel Nederland. ‘Als we niet opletten staat het Noorden op het punt andermaal het wingewest te worden’, zegt Sybrand Frietema de Vries, mede-oprichter van de Friese energiekoepel Us Koöperaasje en het noordelijk energiebedrijf Energie Van Ons.

Het noordelijk coöperatiemodel, met rendement voor het lokale maatschappelijk belang in plaats van voor de leden, kan soelaas bieden. Met de dorpswindmolen op een geschikte plek geld verdienen om het zwembad open te houden – daar kan toch niemand bezwaar tegen hebben? Met organisaties van onderop en de Omgevingswet in de hand kan het Noorden voorkomen dat projectontwikkelaars het straks zonnepanelen laten regenen op onze weilanden, denkt Frietema. ‘Bovendien is dit de enige manier om te zorgen dat het noordelijk platteland meeprofiteert van de opbrengsten van deze productie.’

Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw pionierden inwoners van dorpen als Dearsum, Reduzum en Poppenwier met dorpsmolens en mestvergisters waarvan de opbrengst ten goede kwam aan het dorp. Naarmate de noodzaak tot verduurzamen zich steeds meer opdrong, richtten meer dorpen energiecoöperaties op. Die ontwikkeling spoelde over van Friesland naar Groningen en Drenthe. Friesland – op de voet gevolgd door Groningen en Drenthe – blijft het dichtstbevolkt wat aantal energiecoöperaties per inwoner betreft. Maar intussen gaan Zeeland, Gelderland en Noord-Brabant met grote coöperatieve windprojecten het Noorden voorbij.

Om de maatschappelijke waarde veilig te stellen, hebben de noordelijke coöperaties een eigen energiebedrijf opgericht: Energie Van Ons. Dat keert het geld dat het verdient met de lokaal-geproduceerde groene stroom uit aan de dorpscoöperaties, zodat het ten goede komt aan de lokale gemeenschap. Per lid ontvangt een coöperatie 75 euro per jaar. In Friesland riepen de energiecoöperaties het keurmerk Mienskipsenergie in het leven, om ook de maatschappelijke opbrengst en acceptatie vast te leggen. Dit keurmerk krijgt – ongetwijfeld onder een andere naam – mogelijk navolging in Groningen en Drenthe.

Draait het noordelijke landschap op voor de duurzame energie van heel Nederland?

Bron: Lokale Energie Monitor 2018. Nieuwe cijfers zijn te vinden op hieropgewekt.nl

Christine Prins, secretaris van de Drentse coöperatie De Broekstreek, weet bijna niet waar ze moet beginnen als ze opsomt wat er allemaal gedaan is met de teruggevloeide winst. Jaarlijks ontvangen de 35 leden 2.600 euro. Daarmee betaalden ze mee aan de grond voor de gemeenschappelijke biologische moestuin, kochten ze zaaigoed voor drie lokale boeren, bouwmateriaal voor de basisschool en een mobiele vogeltelhut.

In Wommels doneerden de coöperanten van de dorpswindmolen een aardwarmtepomp aan de school en steunden ze het zwembad met een nieuwe glijbaan, zonnepanelen en een pelletkachel. Uit de opbrengsten van de Wommelser energiecoöperatie ging al 250 duizend euro naar lokale verduurzaming.

Volgens de Regionale Energiestrategie moet Nederland 35 terawatt aan duurzame energie produceren in 2030. Hoe die miljarden watts over Nederland te verdelen? Dat is achter de schermen al volop inzet van lobbywerk. In de tekentafel-staatjes krijgt Friesland de meeste watts toebedeeld, gevolgd door Flevoland en Groningen. Van de dertig regio’s staat Drenthe op een zesde plek. ‘Dit stelt ons organiserend vermogen op de proef’, zegt Frietema. ‘Lukt het niet ons collectief te organiseren, dan zijn we collectief de sjaak.’ Voor de energiecoöperatie in eigen dorp werkt hij aan een warmtenet met oppervlaktewaterthermie uit het Hegermeer. ‘Voor warmte zaten we lang vast aan het monopolie van het aardgasnetwerk.

‘Burgerinitiatieven maken de energietransitie mogelijk’
Beau Warbroek

Nu is het einde van het gastijdperk aangekondigd, maar wordt niet gevraagd: wat willen we nu? De collectiviteit moet terug in de warmtevoorziening, ieder voor zich “van het gas af” is veel te duur. Maar dat moet wel georganiseerd worden. We lijken in Heeg een prima businesscase te hebben en dat is hard nodig, want we hebben iedere cent nodig om die transitie in eigen hand te houden.’

Meer dan energie

De energiecoöperatie is als een modern sprookje: met gelijkgestemde zielen uit de buurt eigen groene stroom opwekken om het zo op te nemen tegen de grote bedrijven met hun vervuilende centrales. Onderzoeker Beau Warbroek onderzocht tussen 2014 en 2018 de opkomst van de energiecoöperaties in Friesland en wat ze al dan niet succesvol maakt.

Energiecoöperaties passen in de veranderende maatschappij, waarin burgers meer invloed willen hebben, beschrijft bestuurskundige Warbroek. In de titel van zijn proefschrift rept hij van een grassroots-beweging. ‘Veel gemeenten zijn nog traditioneel in hun opstelling. Het verschil tussen gemeenten is enorm. Bij sommige krijgen burgerinitiatieven voorrang als ze iets willen organiseren, maar in het algemeen geldt: in aanvang staan gemeenten te juichen als burgers zelf met initiatieven komen, maar als het aankomt op structurele samenwerking is de verhouding lastig.’

Warbroek vindt dat hier en daar ‘best wat kritischer’ gekeken mag worden naar het draagvlak en naar de professionaliteit van de organisatie. Want als een coöperatie zelf wil gaan produceren, ligt er nogal wat verantwoordelijkheid op het bordje van de vrijwilligers. ‘In het spanningsveld van de overheid, het bedrijfsleven en de maatschappij blijven niet alle coöperaties overeind.’

In Friesland begeleidt de Energiewerkplaats van Netwerk Duurzame Dorpen lokale initiatieven om zich staande te houden en de lokale wensen te realiseren. ‘Het zou goed zijn als de energiecoöperaties op die manier structureel hulp krijgen om te professionaliseren, want dat maakt hun initiatieven veel kansrijker.’

De gemiddelde kartrekker van een energiecoöperatie is man, dorpsbewoner, gepensioneerd en hoger opgeleid. Van deze mannen is veel van het succes van de coöperatie afhankelijk. ‘Hoe de coöperatie intern georganiseerd is, is essentieel. Met meer trekkers, die overeind blijven voor een langere tijd, met kennis van zaken, die anderen erbij kunnen betrekken, ervaring hebben, maatschappelijk verantwoord ondernemen en succesvol fondsen kunnen werven.’ En dan moeten ze ook nog bereid zijn dat op vrijwillige basis te doen. De aansluiting met de gemeenschap is een andere cruciale factor. ‘Ameland bijvoorbeeld heeft de energiecoöperatie met de meeste leden van het Noorden, omdat de coöperatieve gedachte naadloos aansluit bij de onafhankelijke eilandgeest. In Baard werd het hele dorp gevraagd: “Wat wil jij?” voordat de coöperatie Grieneko van start ging. Kennis van de buurt is wezenlijk: Achter de Hoven is een volksbuurt in Leeuwarden, waar deelnemers een kostenbesparing beloofd werd – en daarvoor lopen mensen warm.’

De manier waarop gemeenten met energiecoöperaties omgaan moet geharmoniseerd worden, vindt Warbroek. ‘De Energiewerkplaats kan daar een goede rol in hebben. Het succes bestaat uit draagvlak. De energiecoöperatie is vaak een middel om andere doelen te dienen: het dorp leefbaarder en groener te maken. Door opbrengst te benutten voor een deelauto, bijvoorbeeld. Dat is mooi, maar het zorgt soms ook voor wrijving als de wensen en verwachtingen uiteenlopen. Op de energiemarkt zal de rol van de lokale groene productie altijd marginaal blijven, maar de potentie om een stevige maatschappelijke basis te leggen voor duurzaamheid is groot. Dit soort burgerinitiatieven maakt de energietransitie mogelijk. Deze beweging van onderop speelt een vitale rol als je mensen wilt meekrijgen. Met alleen een SIRE-spotje red je het niet.’

Download: Beau Warbroek, The Grassroots Energy Transition. The Success and Governance of Local Low-carbon Energy Initiatives

NU DE GROTE MEUTE NOG

In 2050 moeten we allemaal van het aardgas af zijn. Nieuwe huizen mogen vanaf dit jaar niet meer aangesloten worden op het net. Maar hoe krijgen we de 7 miljoen bestaande huizen en 1 miljoen gebouwen dan warm? De voorlopers in deze enorme ombouwoperatie deden het op eigen houtje; in deze Noorderbreedte stelden we er een paar aan je voor. Na deze kopgroep komen er gereguleerde proeven. Paddepoel in Groningen is een van de vijf pilot-wijken die met Ollongren- geld aardgasvrij worden. Daarna moet de grote meute aansluiten.

Wat gaat er gebeuren?

  • Aan de ‘klimaattafels’ is het Nationale Programma Regionale Energiestrategie opgesteld (zie regionale-energiestrategie.nl).
  • Dertig regio’s werken de nationale plannen uit. De provincies Groningen, Friesland en Drenthe zijn elk een regio.
  • Gemeenten krijgen de regie. Ze moeten eind 2021 een transitievisie warmte hebben. Daarin staat hoe wijken en dorpen van het gas af gaan, in welke volgorde en met welke alternatieve energiebronnen (zie expertisecentrumwarmte.nl).