Uitgestrekte kwelders. Zover het oog reikt. De zee moet daarachter ergens schuilen, haar zilte geur verraadt dat. Maar ze laat zich niet zien. Pieter Bouma boert op de gronden van Noorderleeg, bij Hallum. Hij kent de grond als geen ander, en de natuur die daarop huist. 

De boer spreekt met rake klappen. In korte zinnen. Hij praat zoals hij je aankijkt, onafgebroken. Bouma zit omgedraaid op zijn trekker en terwijl hij praat, laat hij constant een strootje door zijn sterke vingers glijden. Bouma zit stil, maar zijn handen blijven bezig. Ondanks zijn mannelijke voorkomen heeft hij iets jongensachtigs. Behalve zijn blik. Die is hard, maar wijs.

Hij vindt het maar overdreven, die paniek over klimaatverandering. Over zeespiegelstijging. Typisch weer zoiets waarover iemand op een kantoor wat vindt. Net als dat gedoe om stikstof. Het geeft volgens de boer het verschil aan tussen mensen die weten hoe het er in de praktijk aan toe gaat, en de mensen met zachte kantoorhanden die denken in problemen. ‘Er is altijd wel wat; zure regen, dan weer nat, dan weer droog. En twee droge zomers is nu ook weer niet uniek.’

Natuurlijk: een toekomst voor zijn kinderen en kleinkinderen vindt hij ook van groot belang. Daar werkt hij immers hard voor. ‘Maar we moeten ons gezonde verstand blijven gebruiken. En dat logisch nadenken, daar ontbreekt het nogal eens aan.’

Bouma is niet vies van strijd. Jarenlang voerde hij een gevecht tegen de – in zijn ogen – onzinnige regels, die hem zijn werk onmogelijk maakten. Een strijd op hellend vlak. Hij vanuit het dal en de tegenstanders op onkreukbare hoogte. Twee jaar geleden stopte hij. Zomaar. Het ging niet langer. Zijn vrouw gaf hem in die tijd twee opties: eraan onderdoor gaan of je erbij neerleggen. Het is het laatste geworden. Al zegt hij er wel trots bij dat hij zich inmiddels mengt in de boerenprotesten. Een fonkeling in zijn ogen.  

Hij is gevallen voor het gebied. Voor de uitgestrektheid van het land, de invloed van de zee. Bouma droeg voorheen altijd een T-shirtje op de trekker, maar sinds hij vijftien jaar geleden van De Brekken bij Sneek naar Noorderleeg verhuisde, kan hij niet zonder zijn trui. Het is een stuk frisser hier, maar het is wel vaker zonnig. De onbetwiste invloed van de zee. 

De boer is eigen baas. En zou nooit meer anders willen. Hij moet zijn eigen koers kunnen varen. Hij kan zich niet meer neerleggen bij de gang van een ander en hij doet alleen waar hij zelf achterstaat. Bouma spreekt zich altijd uit als iets in zijn ogen niet klopt. En dat gaat niet zachtzinnig. De boer hekelt partijen die -niet gehinderd door enige kennis – de dienst uitmaken, maar iets roepen.

‘Als ik ergens geen verstand van heb, zeg ik er ook niks over.’ Pas op voor mensen die alleen maar komen halen, zonder iets terug te geven, zegt hij. ‘Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen.’ 

De Waddenzee verdrinkt. Hoe kijken kustbewoners naar de zee? Vrezen ze de stijging van de zeespiegel of laat die hen onberoerd? Carlien Bootsma liep in een aantal weken de Waddenzee rond en schrijft daar een serie verhalen over. De kustbewoners die haar pad kruisten, vertellen wekelijks hun verhaal op onze website.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

In april blikt Carlien Bootsma terug op haar wandelingen langs het Wad in een essay in het tijdschrift Noorderbreedte.