• Minister en ambtenaren blijven steken in windmolenplanologie
  • Het Panorama ‘is tenminste een visie’
  • Dialoog moet visie tot leven brengen

De nieuwe Omgevingswet komt eraan. Terwijl die weinig meer is dan een raamwet zijn de verwachtingen enorm. Het circus van cursussen en congressen draait op volle toeren. Verschillende gemeenten vertellen trots al naar de geest van de nieuwe wet te handelen. Ook de gemeente Tynaarlo heeft weet van de nieuwe omgevingswet en werkt – overigens tamelijk ingetogen, typisch Tynaarlo – aan een omgevingsvisie. Aan mij was gevraagd daaraan bij te dragen met een verhaal over de zin en onzin van een ‘visie’: de visie is vooral een middel tot dialoog. Dat is bepaald niet vanzelfsprekend. In artikel 3.1 lid 3 van de Omgevingswet staat: ‘Onze Minister stelt, in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat, een nationale omgevingsvisie vast.’ Het verantwoordelijke ministerie (nu Binnenlandse Zaken) zat met de handen in het haar. Sinds de Rijksplanologische Dienst, ooit het verantwoordelijke departement voor ruimtelijke visies op Nederland, is opgedoekt, is er geen visie meer ontwikkeld. En er moet toch iets komen. In de zomer van 2019 komt de Novi naar buiten. Deze Novi is een probeersel, dat binnen de muren van het ministerie is ontstaan en niet gerijpt is door een maatschappelijke discussie. Toch kan het een eerste opstap bieden naar betere tijden.

Op uitnodiging van de planologen van de RUG heeft de minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Ollongren, in mei 2019 in de Nieuwe Kerk in Groningen haar visie op ruimtelijk Nederland gegeven. De titel van haar betoog, De Grote Verbouwing, schiep verwachtingen. Nadien overheerste teleurstelling en droefenis. De minister kwam niet verder dan windmolenplanologie.

In de Nieuwe Kerk viel ook het Panorama Nederland te bewonderen. De kritieken liepen uiteen van zoet tot zuur. Maar iedereen was het erover eens: het is tenminste een visie. De ambtenaren die met de minister waren meegekomen naar Groningen, moesten erkennen dat zij niet in staat waren om zelf tot een goede integrale visie te komen. Panorama Nederland was dat wel en vormde zo voor hen een voorbeeld.

De visie lijkt last te hebben van tegenwind. ‘Visie is als de olifant die het uitzicht ontneemt’, sprak premier Rutte ooit. In een van Ruttes kabinetten zat minister Opstelten, die in zijn tijd als burgemeester van Rotterdam medewerkers liet beboeten als zij het woord ‘plan’ of ‘visie’ in de mond namen. Met de opbrengst werd vervolgens aan het eind van het jaar ‘iets aardigs gedaan’. ‘Wie een visie heeft moet naar de dokter’, meende Helmut Schmidt, oud-bondskanselier van Duitsland.

Minister Schultz van Infrastructuur en Milieu, verantwoordelijk voor de Omgevingswet, had het ook niet zo met visies. Ze stelde aanvankelijk in artikel 3.1 van die wet dat de gemeenteraad een omgevingsvisie kan vaststellen. Dit is juridische taal die zegt dat gemeenten niet verplicht zijn een visie te hebben. En dat terwijl de Omgevingswet over een ding heel duidelijk is: de gemeente is de spil waar het om zal moeten draaien als het om ruimte, milieu en landschap gaat. Hoezo dan geen visie? De Tweede Kamer dacht er gelukkig anders over: de gemeenteraad stelt hoe dan ook een omgevingsvisie vast.

Panorama Nederland: footloose indoor landbouw op de minst vruchtbare gronden

Natuurlijk is een visie gewenst. Deze geeft richting en dient als referentiekader. In een democratie die gebaseerd is op een wederzijdse dialoog, is de visie het kristallisatiepunt van keuzes, afspraken en besluitvorming. De uitdaging is juist de visie te laten belanden daar waar vraagtekens heersen en te laten spreken daar waar dialoog, discussie en debat gewenst is. Er is meer wat voor een omgevingsvisie pleit. Ik noem hier drie punten: identiteit, uitnodiging en onzekerheid.

Identiteit – De overheid treedt steeds vaker terug, in de wetenschap dat ze niet voor alle maatschappelijke vraagstukken verantwoordelijkheid kan nemen. Ze heeft de middelen er niet voor en ook de kennis ontbreekt vaak. Tegelijkertijd is er een stijging te zien van burgerinitiatieven, niet alleen in Nederland maar wereldwijd. Het gaat dan om groepen die met gezamenlijke inspanning zich verzetten tegen globalisatie en neoliberalisme. In plaats daarvan is identiteit en lokale verbondenheid voor hen van belang. En in plaats van ‘ik en mijzelf op de eerste plaats’ is er sprake van altruistisch gedrag. Het gaat dan om maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld parken en speelplaatsen onderhouden en verder bijdragen aan duurzaamheid.

Uitnodiging – De wet zal niet al ons handelen bepalen maar we kunnen in belangrijke mate zelf bepalen wat we ervan willen maken. Met andere woorden, de gemeente kan haar inwoners serieus nemen en deze actief betrekken bij discussies over hun omgeving.

Onzekerheid – Het kan haast niemand zijn ontgaan, de laatste decennia zijn dynamisch en staan bol van spontane verandering. De economische crisis, de digitale revolutie, het wassende water, het warmer wordende klimaat, te veel groen door nitraat, het houdt niet op. De onzekerheden zijn soms aangekondigd, soms komen deze volkomen onverwacht. We zullen ermee moeten leren leven. Dat vraagt van visies op de omgeving dat deze niet statisch, star en passief zijn, maar een flexibel en actief perspectief uitdragen. Een visie is er niet voor de eeuwigheid, maar dient op elk moment te kunnen worden aangepast, afhankelijk van de omstandigheden en van de behoeften van betrokkenen.

Identiteit, uitnodiging en onzekerheid. Deze drie hangen sterk met elkaar samen, en dragen de menselijke behoefte uit van een gezamenlijk beleefd en geleefd verhaal. Een visie is dan ook niet alleen een binnen het gemeentehuis op papier gestelde verplichting, maar bovenal is het een verhaal van betekenis dat met degenen die het aangaan, de bewoners, wordt gedeeld, verteld, samengesteld en geschreven. En niet eenmaal in de tien jaar, maar telkens opnieuw. Dat was mijn boodschap aan de Gemeente Tynaarlo: een visie is niet een tienjaarlijks plan met een nietje erdoor. Een omgevingsvisie zal een voortdurende dialoog moeten zijn met de bewoners die in deze tijd van dynamiek, verandering en onzekerheid zoeken naar hun identiteit, zich verbonden willen voelen met hun omgeving, zich betrokken willen voelen met wat daar plaatsvindt, en daar ook vaak een beeld bij hebben. De kreet die Tynaarlo gebruikt op weg naar de omgevingsvisie is dan ook zeer vanzelfsprekend: ‘Samen aan de slag!’  

Prof. dr. Gert de Roo is hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Lees ook de reacties van Peter Michiel Schaap en Rob Roggema