We maken nu een pas op de plaats – de wereld staat even stil. We bezinnen ons op onze positie in de geglobaliseerde wereld waar virussen over grenzen vliegen. Zachtjes aan komt er enige ruimte om vooruit te kijken…

Gaan we straks minder vliegen dan voor corona? Wordt ons leven duurzamer? En gaan we samen beter zorgen voor zorg- en onderwijspersoneel, beter letten op wetenschappelijke voorspellingen, minder onze kop in het zand steken voor omineuze berichten?

Zeker is dat er een breukvlak ontstaat: voor en na corona. Maar wat dat betekent is heel lastig te voorspellen. Ik kan me nog een vorig breukvlak herinneren: internet. De opening van het world wide web. In 1992 uit handen van defensie getrokken en voor de hele wereld vrijgegeven, in 1994 al algemeen in gebruik. En razendsnel kreeg dat betekenissen die ik niet had voorzien.

Op de economieredactie van de Volkskrant kregen we direct toegang tot een berg informatie over bedrijven aan de andere kant van de wereld. Ook in mijn eigen leven was internet een gamechanger: mijn partner was in de slaapkamer een eigen tekstbureau begonnen. Ik kreeg de kans in de hoofdredactie van een regionale krant te gaan werken en omdat internet ook in Groningen werkte, konden we plots de Randstad verlaten. Dat deden we maar al te graag.

Door de huidige opsluiting is de elektronische snelweg naar een volgend ‘gebruiksniveau’ gevlogen: vergaderen, lesgeven en krijgen, knuffelen, samen eten, baby kijken – er kan veel meer via de kabel dan ik ooit voor mogelijk hield. Op dit breukvlak van tijdperken probeer ik me voor te stellen hoe we in de toekomst voedsel gaan maken. Met als prikkelend vervolg: is het denkbaar dat de landbouw grotendeels van het land afgaat?  

Cijfers helpen mijn verbeelding op gang: laten we eerst eens kijken naar het werk dat we hier in Noord-Nederland doen. In Friesland, Groningen en Drenthe werken 850.000 mensen. Daarvan verdienen er 150.000 hun geld in de zorgsector. Bijna twintig procent! Dat zorgverleners belangrijk zijn, is afgelopen weken weer gebleken. Gezondheid staat in bijna alle persoonlijke levens op nummer 1.

De landbouwsector is in deze tijd qua werkgelegenheid piepklein. Eenvijfde van het aantal mensen dat in de zorg werkt, heeft in Noord-Nederland een baan in de landbouw. De bouwsector is voor de arbeidsmarkt al ongeveer twee keer zo belangrijk, net als de overheid.

Toch ervaren we de landbouw als belangrijker dan de bouw of ambtenarij. Dat komt deels omdat dat ooit zo was. De vorige eeuwwende werkte eenderde van de beroepsbevolking in de landbouw. Door de industrialisatie veranderde dat, door de digitalisering opnieuw en het zal wederom gebeuren. Wat niet echt verandert is onze behoefte aan in de eerste plaats gezondheid en daarna voedsel. Actievoerende boeren spelen daar graag op in.

Onze behoefte aan eten is elementair en klopt nog steeds, maar geldt dat ook voor de implicatie dat we daar veel ruimte voor moeten vrijhouden? Ongeveer 60 procent van onze grond is nu in gebruik bij de landbouw. Die maakt daar inderdaad voedsel, maar niet ons voedsel; driekwart van de opbrengst wordt verscheept naar andere landen. Over de melk voor Chinese baby’s is genoeg bekend – de Chinezen gaan daar over een paar jaar echt weer zelf voor zorgen.

En aardappels dan? De sector waar de noordelijke provincies over de hele wereld veel eer mee inleggen; de zeewind en zeeklei vormen een gouden combinatie. Ik ben een echte aardappeleter – en afgelopen oktober mocht ik zelfs de eerste Hornshuister aardappellezing houden. We voeden vanuit de Friese en Groninger Waddenkust tachtig procent van de wereld met onze pootaardappels. Een heroïsche rol op het wereldtoneel die enkele boeren schatrijk maakt. Dat is vooruitgang, zeker, want vijftig jaar geleden was dat nog helemaal niet zo.

Het is een ontwikkeling die ook niet stopt. Binnen vijf – misschien tien jaar – brengen we niet meer van die kleine gevoelige poters in zorgvuldig op temperatuur gehouden kisten op wagens en schepen over de wereld. Nee, dan stopt de postbode met een doosje zaad wat hij aflevert bij een boerderij aan de andere kant van de oceaan. Nederland kan zaad leveren voor de hele wereldoogst aan aardappels en dan nog is er veel minder grond nodig dan nu gebruikt wordt voor de pootaardappels.

Bovendien verandert ook ons eetpatroon: we gaan minder weggooien, meer circulair leven, minder vlees eten en producten die een oneerlijke aanslag op onze aarde doen, worden stap voor stap vervangen. Het is dus maar helemaal de vraag of we meer dan de helft van onze grond zullen blijven gebruiken om de wereldvoedselmarkt te bedienen. Rem Koolhaas brengt in zijn tentoonstelling in New York Countryside, Future of the world foto’s van toekomstige landbouw: hangars vol kunstlicht met plantjes in etages. In een grote hal bij de stad, waar de meeste afnemers zitten.

Nu we door corona even pas op de plaats maken, hebben we tijd om na te denken over onze wereld aan de andere kant van dat breukvlak. Een wereld waarin voedselproductie nog steeds van groot belang is, maar niet noodzakelijkerwijs dezelfde ruimte krijgt. Dat zou in ons land goed uitkomen, want we kunnen de ruimte gebruiken voor andere urgente zaken als energiewinning, wateropvang, natuurherstel en niet te vergeten om mensen prettig te laten wonen.

Verzorgers die na hun werk even een adempauze nodig hebben, wetenschappers, onderwijzers en ict’ers die graag een beetje vrij wonen in een mooi landschap en schone lucht inademen. Geen zin om ‘s avonds de deur uit te gaan voor een vergadering of een film? Zoom is een uitkomst en Picl brengt alle nieuwe films bij je thuis – waar je ook woont.

Lees hier alle blogs van Ineke.