Veen verdroogt, de bodem zakt en CO2 bulkt eruit
Eenvoudigste oplossing voor klimaat en natuur: verhoog de grondwaterstand
Aanvechtbaar wetenschappelijk onderzoek geeft illusie dat boeren op oude voet kunnen doorgaan

Als jongetje ging Ab Grootjans elke winter met zijn vriendjes ijsie taaien. Op gebroken ijs sprongen ze van schots naar schots. Altijd ging er iemand nat. Nu Nederland worstelt met inklinkend veen en grote klimaatschade, denkt hij daar vaak aan terug. Want zoals het nu gaat is een ding duidelijk voor Grootjans, bijzonder hoogleraar ecohydrologie aan de Rijksuniversiteit Groningen: ‘Veel boeren in veenweidegebieden leven in een illusie. Uiteindelijk zakken ze door het ijs.’ Het veenweidegebied in Nederland verdroogt. Veen bestaat uit plantenresten – soms eeuwenoud. Komen die fossiele resten in aanraking met lucht dan breken micro-organismen het veen af en ontsnappen broeikasgassen; een onomkeerbaar proces. Eindelijk is de urgentie van het ‘veenprobleem’ bij overheden en landbouworganisaties doorgedrongen. Helaas kiezen die, volgens Grootjans, voor een ‘oplossing’ die niet zal helpen. Het gaat hem aan het hart dat er nog meer van ons veen zal verdwijnen. Maar hartzaken houdt hij liever particulier. Grootjans wil zijn verhaal in Noorderbreedte vertellen omdat hij boos is over het gemak waarmee bestuurders technische (schijn)oplossingen propageren. ‘Ze geven hiermee een heel verkeerd signaal af aan de boeren.’

Drieduizend jaar geleden was de helft van Nederland veen. Nu is van de 1,5 miljoen hectare veen nog 0,4 over. Het meeste Nederlandse veen (laagveen) werd van onderaf gevoed. Heden ten dage worden veenweidegebieden gevoed door oppervlaktewater en regenwater. Om die slappe bodem te kunnen bewerken, laten boeren het water van hun land in sloten weglopen. Zo hebben ze het beeldmerk van Nederland gemaakt: een landschap vol sloten die tot de nok vol staan, met windmolens die het water uit de polder pompen en gemalen die zorgen dat het daarna naar zee stroomt. De thuishaven van onze melken kaasindustrie.
De geboren Drent Grootjans kwam van jongs af aan al in het veen: ‘Als jongetje vond ik de veenlandschappen met hun kleuren en grote biodiversiteit al mooi.’ Sinds 1976 onderzoekt hij het landschap waarvoor hij zoveel liefde koestert. Hij telt de planten en meet wat er gebeurt als het waterpeil verandert. Eerst in de Drentsche Aa, daarna ook in andere delen van de wereld. Vlak voor het interview was hij nog in Polen. ‘Daar begint nu ook het proces van inklinking’, signaleert hij bitter. De milieuproblemen door veenoxidatie zijn groot. In Nederland ontsnapt er jaarlijks 7 megaton CO₂ uit verdrogend veen. Dat is vier procent van de totale Nederlandse CO₂- uitstoot en bijna evenveel als de grootste Nederlandse kolencentrale uitstoot, die van RWE in de Eemshaven. Daarom staat veen op de politieke agenda. Uit nat veen ontsnapt minder CO₂. Het kabinet- Rutte III heeft in het regeerakkoord afgesproken te experimenteren met flexibel peilbeheer en onderwaterdrainage. Aan de klimaattafels is de winst vast ingeboekt: 1 megaton minder CO₂-uitstoot in 2030. Om die te halen is 276 miljoen euro beschikbaar, waarvan 176 miljoen euro voor ‘technische aanpassingen’. Een buizenstelsel onder het maaiveld moet water inlaten en zo in de zomer een al te lage grondwaterstand voorkomen. Deze onderwaterdrainage verenigt in theorie het beste uit twee werelden: geen milieuschade door veenoxidatie en de landbouwopbrengst blijft intact.
Op kleine schaal vinden al enige jaren experimenten met onderwaterdrainage plaats. De grote duw in de rug kwam uit de wetenschap: onderzoekers van Wageningen Environmental Research (WER) vergeleken de bodemdaling op veenland waarin onderwaterdrains zaten met die in naastgelegen percelen zonder. Op grond van metingen van de grondwaterstand concludeerden de wetenschappers dat op korte termijn de waterstand minder diep wegzakte dan in de controle- percelen. In 2018 toen aan de klimaattafels voorstellen moesten komen om de CO₂-uitstoot te verminderen, legden de Wageningse onderzoekers ineens een grote claim op tafel: door grootschalige onderwaterdrainage kan de landbouw wel vijftig procent minder CO₂ uitstoten. Zo hoefden de boeren hun bedrijfsvoering niet aan te passen. En sterker nog: de boeren zouden in het vroege voorjaar eerder kunnen maaien omdat de drains het dan overtollige water zouden afvoeren.
Aan klimaattafels en in lobby-schrifturen resoneerde het technische wonder van de veenbuizen ondertussen gretig. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de onafhankelijke adviseur van het Rijk, ging erin mee. Lobbygroepen toverden zelfs nog een bonus uit de hoge hoed: als de onderwaterdrains vol water worden gespoten met behulp van (dure) pompen kan de CO₂-reductie misschien nog wel groter worden: tot wel 75 procent. Ook dat getal werd berekend vanuit aannames over de vermeende bodemdaling en geabstraheerde gevolgen. Grootjans geloofde zijn ogen en oren niet: ‘Dat is echt een belachelijk getal. Dat klopt never nooit niet. Dat blijkt ook echt niet uit metingen.’

Grondwater
Friesland heeft 85 duizend hectare veenbodem. Ook in het Hunzedal langs de Hondsrug ligt een groot veengebied. Friesland ontwatert veen vaak 1 meter diep voor de landbouw. In Holland en Utrecht waar ook dikke veenlagen zitten, ligt dat rond de 60 centimeter. Hoe dieper het grondwater, des te meer CO₂ ontsnapt, des te harder de bodem zakt en des te sneller het veen verdwijnt. De laatste halve eeuw is zo een kwart van de veengronden verdwenen.

Onderwaterdrainage werd dus gepresenteerd als een waar wondermiddel. Maar er kwam direct kritiek van veenonderzoekers. Wat had de WER eigenlijk gemeten? Ook aan de universiteit van Greifswald in Duitsland, waar wetenschappers intensief veenonderzoek doen, plaatsten onderzoekers grote vraagtekens. Op grond van de metingen van de grondwaterstand van de Wageningers achtten zij zo’n grote reductie van de CO₂-uitstoot onwaarschijnlijk. De Duitse onderzoekers maakten met name bezwaar tegen de wijze waarop de Wageningers voorspellingen hadden gedaan ten aanzien van de te verwachten CO₂-uitstoot. Die moest eerst maar eens direct gemeten worden. Ook een internationale groep veenonderzoekers klom in de pen om de Nederlandse conclusies aan te vechten. Boerenorganisatie LTO en een waterschap vroegen de WER-onderzoekers te reageren op de tegenwerpingen. Die deden dat eind 2018: ze bleven bij hun conclusie over de bodemdaling in de proeven en ze hielden ook vol dat ze die terecht hadden veralgemeniseerd. De PBL-onderzoekers bleken echter wel gevoelig voor de kritiek en veranderden van mening. In hun rapportage over de mogelijke CO₂reductie schreven ze begin 2019 dat ze de effectiviteit van onderwaterdrainage ‘niet konden beoordelen’.

Hoe verder met het veen?

Feiten en framing

Controverses tussen wetenschappers zijn lastig, maar volgens Grootjans is het de essentie van wetenschap dat het debat over resultaten in het openbaar plaatsvindt. Dat belangengroepen en media vervolgens shoppen in de bevindingen, begrijpt hij, al is het natuurlijk niet de bedoeling. Maar beleidsmakers en bestuurders moeten daar niet als makke lammeren achteraan lopen.
Ook bij objectieve wetenschap spelen frames een rol. Wageningen was de universiteit die zich na de oorlog richtte op landbouwkundig onderzoek. ‘Haar onderzoek was sterk gericht op ondersteuning van het boerenbelang. Daar is op zich niets op tegen.’ Maar dat na kritiek op het Wageningse onderzoek de LTO en het waterschap niet kozen voor een onafhankelijke review, gaat er bij hem niet in. ‘Wanneer je de onderzoekers zelf vraagt om hun eigen werk te evalueren, heeft dat niets te maken met waarheidsvinding. Het is immers de slager die zijn eigen vlees keurt.’ In het domein van de wetenschap worden feiten gereviewed. Die toetsing geeft er gewicht aan. ‘Een feit is dus geen mening. Iedereen kan en mag een mening hebben, meningen kunnen gelijkwaardig zijn. Met feiten ligt dat echt anders. Ik ben wetenschapper. Ik richt me op feiten. Dat is wat ik kan. Punt uit.’ Een groep van 28 Nederlandse hoogleraren zette in 2018 in een ingezonden brief in de Volkskrant de feiten op een rij over de intensieve veehouderij in Nederland. Zij verwijzen daarin naar een onderzoek van TNO waaruit blijkt dat de opbrengsten van de intensieve varkenshouderij 2,7 miljard per jaar zijn, terwijl de maatschappelijke kosten anderhalf keer zo hoog liggen. De intensieve veehouderij kan alleen voortbestaan omdat ze de milieukosten niet zelf draagt, concluderen zij. Naast de onzichtbare CO₂-uitstoot dringen zich meer nadelen van bodemdaling op: huizen verzakken, wegen, bruggen en spoorlijnen gaan kapot, dijken moeten verhoogd. Burgers en bestuurders krijgen er steeds meer overlast van. Het PBL heeft die fysieke schade aan bouwwerken becijferd op 16 miljard euro voor de komende veertig jaar. Elk zijn rol: wetenschappers onderzoeken, bestuurders maken beleid en wegen de belangen. Grootjans wil zich eigenlijk niet met dat vervolg bemoeien. Toch doet hij dat nu wel, want zijn pijngrens is bereikt. Eindelijk staat door het Klimaatakkoord de inklinking van veen op de agenda, eindelijk komt er geld om te voorkomen dat het veen verder inzakt. En wat ziet hij? Bestuurders gebruiken onjuiste gegevens om hun maatregelen op te funderen. Ze sturen boeren via subsidies een doodlopende weg op en boeken op grond van luchtfietserij de klimaatwinst alvast in. ‘Het allerergste is dat ze verzuimen te doen wat wel helpt: het waterpeil omhoog brengen. Daar zit mijn frustratie. Zelfs in het Klimaatakkoord is naar de veenweidegebieden gekeken vanuit het belang van de boeren. Maar dat is nou net het probleem!
’ Het land zakt, we brengen het waterpeil verder omlaag, het land zakt opnieuw en het waterpeil volgt weer. ‘Peil volgt functie noemen ze dat’, zegt Grootjans. ‘Als we het veen willen redden, moeten we de volgorde omdraaien. Dus: functie volgt waterpeil.’ In een nat veengebied kun je wel boeren, maar dan verbouw je algen of moerasplanten. Die kunnen onder natte omstandigheden ook een hoge productie opleveren voor de bouw of voedselindustrie, maar dan produceer je geen melk. Grootjans ergert zich groen en geel aan de LTO-lobby. ‘Hoe kan de boerenorganisatie pleiten voor een techniek die zich nog niet bewezen heeft? Het tot nu toe zeer beperkte onderzoek naar de uitstoot van broeikasgas in de Friese veenweidegebieden bewijst de werking van onderwaterdrainage niet. We weten simpelweg niet hoeveel CO₂-uitstoot daarmee gereduceerd wordt. Desondanks pleit de LTO voor de aanleg van onderwaterdrainage “op grote schaal”. Ze houdt de boeren dingen voor die ze niet kan waarmaken. De LTO suggereert dat onderwaterdrainage het probleem oplost en dat daarom het intensieve landgebruik kan doorgaan.’ Dat zal volgens Grootjans een illusie blijken die ervoor zorgt dat veel boeren die gewoon doorgaan met intensieve veeteelt op veengronden straks door het ijs zakken.
De overheid kan en moet meer doen. ‘Ze moet het intensieve landgebruik op veen aanpakken. Je moet daar echt geen mais op zetten, dat is het ergste wat je kunt doen. De veenbodem ploegen vervijfvoudigt de veenoxidatie. Dat weten we al decennialang, ook de LTO. Dus dat moet je onmiddellijk bij wet verbieden.’ Het allerbelangrijkste is nu echter dat overheid en boerenorganisaties inzien dat boeren niet op dezelfde voet kunnen verdergaan, benadrukt de hoogleraar. ‘We kunnen niet doorgaan zoals het altijd is gegaan. Provincies en waterschappen moeten daar geen geld meer aan uitgeven. Ze moeten juist investeren in mensen die willen veranderen. In boeren die op een andere manier gebruik willen maken van het veenland. Breng hen in de positie om daar op een andere manier hun geld te gaan verdienen.’