Het ziet er gaaf uit: De Marne in het jaar 2050. Boeren maken nog steeds de dienst uit, maar ze hebben oog gekregen voor landschap, ze zijn niet meer zo bang voor zout water of voor toeristen en ze werken samen om balans in het regionale ecosysteem te brengen. Met moderne teelttechnieken hebben ze plaaginsecten ‘eronder’ gekregen en de oude zeegeulen beleven een heropleving. Dit kan het gevolg zijn van een New Deal tussen boer en samenleving, zo schetst het College van Rijksadviseurs in een goed onderbouwd rapport. Het onderzoek is een initiatief van en werd geleid door Rijksadviseur voor het landschap Berno Strootman. Landschap is alles, heet zijn begeleidend essay.

Papier is geduldig, dus mooie toekomstbeelden schetsen lukt al gauw. Maar voor De Marne, Krimpenerwaard en Salland is het nu ook uitgewerkt. In deze drie pilots is het voor de boeren zo belangrijke verdienmodel niet alleen getekend maar ook uitgerekend, met hulp van kennis over de landbouweconomie van het Louis Bolk Instituut. En het kan! Maar in elk landschapstype werkt het weer anders.

Hoe? De drie rapporten van het College van Rijksadviseurs beschrijven dat gedetailleerd. Per streek is de oplossing verschillend. In De Marne werken boeren in koppels samen. Met hun zusterbedrijven sluiten ze de kringloop. Drie akkerbouwers en een melkveehouder krijgen de balans rond; zij helpen elkaar aan voer, mest, ze delen energie en andere grondstoffen. Ze binden stikstof, verbouwen eiwitten (veldbonen), telen gewassen in stroken, geven dijken en kavelranden een bloemrijk aanzicht, onderhouden de dijk voor het Waterschap, bufferen de watervoorraad, telen zilte gewassen en zetten samen hun producten af.

Het model voor de jonge zeekleiregio is uitgewerkt, maar nog niet af. De Rijksadviseurs spraken met boeren en bewoners uit de streek, en vulden het plaatje verder in. De vlinderbloemige gewassen bijvoorbeeld (veldbonen) brengen de natuurlijke processen in de bodem weer op gang, versterken de biodiversiteit en ze passen uitstekend in het menu van vleesmijders. Maar er moet nog wel wat gebeuren voor burgers daar massaal om vragen in de winkel. En ook de notie ‘lokale producten’ moet nog groeien. Daarom zijn nog niet alle gesprekspartners uit De Marne achter het toekomstbeeld gaan staan – een disclaimer ten aanzien van de haalbaarheid maakt duidelijk dat veranderen niet eenvoudig is. De winst van deze studie is dat er een horizon is. Een toekomstbeeld van een kuststreek die landschappelijk divers is, die vergroent, productief blijft in de landbouw en waar boeren en burgers weer in harmonie met elkaar samenleven.

Deze drie regionale pilots zijn uitwerkingen van de New Deal waar Theo Spek, hoogleraar landschapshistorie, tijdens de Noorderbreedte-lezing begin 2019 voor pleitte. Zijn Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen leverde dan ook veel input over de landschapsgeschiedenis en kansen om landschappen weer divers te maken en te benutten voor de landbouw. Met deze drie praktische uitwerkingen heeft het College van Rijksadviseurs een belangrijke bijdrage geleverd aan een ‘volhoudbare’ toekomst voor boeren en burgers door te schetsen hoe het kan.

‘Veel boeren zetten al geruime tijd stappen richting verduurzaming, daar kan op voortgebouwd worden’, stelt het rapport. ‘De gewenste verandering in de landbouw moet uiteindelijk door de maatschappij mogelijk worden gemaakt via nieuwe verdienmodellen, heldere kaders en doelen en de juiste ondersteuning. Daarvoor moet de maatschappij misschien nog wel meer veranderen dan de boeren.’ Voor beleidsmakers is achterin de pilots handzaam in kaart gebracht waar wetten en regels de transitie belemmeren en hoe de omslag aangemoedigd kan worden.

Aan de slag!

Illustratie Flux

Dit is een verbeelding van De Marne in 2050 gemaakt door Flux, uit het rapport van het College van Rijksadviseurs. Op roze percelen wordt geëxperimenteerd met zilt-tolerante gewassen. Akkerbouwers telen gewassen in stroken, maren zijn verbreed en langs akkers en dijken liggen bloemrijke percelen. Het leidt tot een afwisselender landschap waar oude structuren weer zichtbaar zijn gemaakt.