Afgelopen februari ben ik met studenten van Noorderruimte mee geweest om het Toukomst-spel te spelen op een middelbare school. Op het beginbord van het spel staan twee grote windmolens. Al snel moet er besloten worden over de toekomst van het denkbeeldige dorp. Wat telkens opviel: de windmolens werden meteen van het spelbord afgerukt. Weg met die lelijke dingen!

Maar hoe willen we het dan doen? Hoe willen we in Groningen energie opwekken op een duurzame manier, op een circulaire manier, en dan ook nog zonder ‘lelijke dingen’?

Deze week staat het thema ‘energie’ centraal in de zoektocht naar een #vrijetoukomst van Noorderbreedte en Noorderruimte. Rob Roggema stelt voor om over te stappen op kleinschalige waterkracht en osmose. Kleinschalige oplossingen, die breed ingezet kunnen worden. Roggema: ‘Als elke boerderij, elke woonwijk zijn eigen miniwaterkrachtcentrale zou krijgen, gebruik makend van de getijden en de opwekking die plaatsvindt als zilt en zoet water bij elkaar gebracht wordt, dan kan een groot deel van het Ommeland zijn eigen energie opwekken.’

Vrijdenkers Musetta Blaauw van het plan ‘Zon op alle daken in Groningen’ en Paul Noteboom van het plan ‘Wat te doen aan het volle elektriciteitsnetwerk?’ zoeken de oplossing in eenzelfde hoek: dichtbij huis, grote impact. Zij richten zich op zonnepanelen. En dan op elk vlak van ieder dak. Arm of rijk, oost of west: elke zonnestraal moet worden opgevangen. Of hoe Musetta Blaauw het in haar reactie beschrijft: ‘Als energiecoöperatie zijn we een instrument voor andere energiecoöperaties om meedoen met collectieve zonnestroominstallaties beschikbaar te maken voor iedereen – ook mensen zonder dak of geld.’

Anonieme denker van het idee ‘Groningen Energiesupplier 2.0’ richt zich meer op de circulariteit. Geld wat in Groningen gegenereerd wordt, terug naar de Groninger. Niet een groot bedrijf van buitenaf moet waterstof om gaan zetten in energie, maar juist een Groningse ondernemer.

Frank Menger belichtte in zijn reactie nog een ander punt: de vergeten verbinding tussen energie en mobiliteit. Op welke duurzame manier je je verplaatst (elektrisch, rijden op waterstof), heeft invloed op hoe efficiënt je energie gebruikt. Dit doe je bijvoorbeeld door bepaalde plannen op nationaal niveau op elkaar af te stemmen: een elektrische trein in de ene regio, en een trein die rijdt op waterstof in een andere regio, dat is inefficiënt.

Zit er een rode draad in dit verhaal? Is er een eenduidig antwoord op hoe we de energietransitie vorm willen geven? Misschien niet. Misschien is het geen rechte weg, maar bestaat de route uit vele kleine kronkelige wegen. Her en der een T-splitsing, een doodlopende weg, een bospaadje en dan komt het plots allemaal weer op hetzelfde uit. Kleine paden op weg naar dezelfde groene plek.

Wel zijn er wegwijsbordjes langs de paden, met woorden als: kleinschalig, circulair en efficiënt. Kleinschalig, want we willen geen grote windmolens die ons landschap verpesten. Maar in elke wijk een miniwaterkrachtcentrale? Of elk dak vol met zonnepanelen? Dat willen we misschien wel. Circulair, want Groningen heeft genoeg uit laten vloeien. En efficiënt, want energie is te kostbaar om te verspillen.