Meer lezen over onze #vrijetoukomst-actie? Lees de digitale special, luister naar onze eerste podcast, of lees hieronder snel verder. 

Huishoudelijk energieverbruik en besparingen

In een artikel uit 1978, Huishoudelijk energieverbruik en besparingen van Klarisse Nienhuys en Frans Vlieg, wordt gefocust op wat je als consument kunt doen om je energieverbruik te verlagen. Er is veel te winnen als het erom gaat hoe we als consument met energie omspringen. Vooral als je bedenkt dat veel energie simpelweg verloren gaat:

‘Voor allerlei aktiviteiten is energie noodzakelijk: in de industrie voor de produktie van goederen, in de gezinshuishoudingen voor de verwarming van water en ruimte en verder in winkels, kantoren en ziekenhuizen en tenslotte in het verkeer. Tot nu toe gebruikten we hiervoor grotendeels fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas en steenkool) waarvan aardolie en steenkool vrijwel geheel geïmporteerd worden. Aardgas dekt ca. 50% van de energievraag, aardolie 45%, steenkool 4% en kernenergie minder dan 1%. Een belangrijk gegeven is dat we slechts 55% van de gebruikte primaire energie nuttig aanwenden; de rest, 45%, gaat verloren in de vorm van afvalwarmte. Vooral bij de opwekking van elektriciteit zijn de verliezen erg groot (60-65%).’

De overstap maken naar een duurzamere levensstijl wordt vaak gezien als moeilijk. En een enorme inlevering van luxe. In dit stuk wat wijsheid daarover: ‘Energiebesparing betekent niet dat we terug moeten naar de tijd dat het hele gezin ’s avonds in een kring rond de enige gaslamp zat, dat we weer met kolen moeten gaan sjouwen of de was weer met de hand moeten gaan doen. Het betekent wel dat we in een periode waarin energie schaars gaat worden, moeten streven naar een doelmatig en kritisch energieverbruik.’

In de #vrijetoukomst-ideeën die Noorderruimte selecteerde rondom het thema ‘energie’ kwam dit deel, de verantwoordelijkheid van de consument nauwelijks aan bod. Misschien terecht, want het anders opwekken van energie lijkt de belangrijkste opgave met de grootste impact. Maar voorlichting over hoe je als consument zuinig met energie om kan gaan is er misschien ook te weinig. Terwijl de wens hiervoor al lang bestaat: in 1978 al. ‘Het zal duidelijk zijn dat we met dit nivo van voorlichten een weinig rooskleurige energietoekomst  tegemoet gaan.’ Leven we nu in die “weinig rooskleurige energietoekomst”?


De power van positivisme

Zin in een positief geluid? Lees dan De power van positivisme (februari 2017) van Wio Joustra, een interview met socioloog en medeoprichter van Grunneger Power, Frans Stokman. 

‘Als hij zijn fantasie de vrije loop laat, ziet Frans Stokman in het jaar 2030 jongeren naar school fietsen met op hun revers een zonnestripje dat voldoende energie levert om hun mobieltje te laden. Net als de ICT-revolutie zal de Energierevolutie wat hem betreft vijftien jaar duren en door de jeugd aangewakkerd worden. “De ICT-revolutie is begonnen met zakenlieden die in de auto met elkaar wilden telefoneren. Maar ze is pas gaan vliegen omdat de jeugd inzag wat voor leuke dingen je kunt doen met de nieuwe technologie.”’

Onrealistisch? Stokman neemt ons even mee terug in de tijd: ‘Hij brengt het jaar 1985 in herinnering, toen hij in de raad van advies van het RUG-rekencentrum zat en daar een van de eersten was met een pc. De directeur van het rekencentrum begreep niet dat hij de computer gebruikte om teksten te schrijven. Een computer was immers om te rekenen. Vijftien jaar later had iedereen een smartphone met functies die in 1985 nog niemand kende. ‘Iets vergelijkbaars gaan we ook zien op het terrein van energie. Als het lukt voldoende mensen te motiveren ontstaan er allerlei mogelijkheden die we nu niet kennen en zelfs niet kunnen verzinnen. Zodra we dat gaan inzien brengen we een beweging op gang. En om die een handje te helpen is een haalbaar maar tevens ambitieus doel nodig: groene energie in 2030 en alle gebouwen in Nederland energieneutraal in 2050.’  

Stokman noemt ook nog een ander voordeel van de energietransitie: ‘Stokman zou zijn eigen vakgebied tekort doen als hij niet zou wijzen op de sociale verbondenheid die deze transitie in dorpen en buurten teweeg zal brengen. Meer duurzame energie, meer sociale binding.’

‘“Duurzaamheid is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid”, aldus Stokman. “Huishoudens bewegen op individuele basis de overstap te maken heeft niet zo veel zin. Je moet het samen doen. Een dorp of buurt moet een gemeenschappelijke doelstelling formuleren die ambitieus is, maar ook haalbaar. Zo hoop je mensen te motiveren dat gezamenlijke doel te zien als hun eigen doel. Mensen krijgen in eigen hand hoe het systeem moet groeien. Ze gaan gezamenlijk zonnepanelen kopen, waardoor er meer onderlinge contacten ontstaan. Verder dwingt dit soort initiatieven de grote energieproducenten te veranderen. Op termijn moeten er smart grids komen, waardoor ik bijvoorbeeld de energie die ik te veel produceer kan schenken aan mijn studerend kleinkind.”’