Elke week loop ik met mijn zakje afval naar de ondergrondse container. En elke keer lijkt de zak zwaarder. Dat extra gewicht zit tussen mijn oren. Ik doe juist steeds meer mijn best om minder verpakkingen te kopen, dus het wordt echt niet elke week meer. Het is mijn tegenzin die groeit. 

Wegwerpmondkapjes 

Het is soms makkelijk om je niet verantwoordelijk te voelen voor de niet-duurzame keuzes die je maakt, omdat ze slechts een klein onderdeel van een grote schakel vormen. Dan voelt het alsof niet jíj, maar de grote schakels het probleem zijn. Jij doet gewoon wat iedereen doet. Die grote bedrijven, overheden en andere organisaties zijn degenen die moeten veranderen en met slimme oplossingen moeten komen voor hoe ze met de kleine schakeltjes om moeten gaan. 

Deels is dat waar. Zodra ik mijn afvalzak in de container dump ligt het lot van mijn plastic niet langer in mijn handen. Ik kan alleen maar hopen dat het goed gescheiden en gerecycled wordt. Maar toen ik laatst las over de wegwerpmondkapjessoep die aan het ontstaan is in de oceanen voelde ik me toch verantwoordelijk. Ook ik heb van die wit blauwe maskers gedragen. Wat nou als net mijn mondkapje het leven van een schildpad heeft gekost, kan en wil ik me dan verschuilen achter ‘de grote bedrijven gaan niet goed om met mijn afval’? Ik ben degene die het mondkapje kocht, droeg en weggooide. Dus als ik geen schildpad wil vermoorden, is het dan genoeg om te hopen op veranderingen van bovenaf, of moet ook ik, als kleine schakel, van onderaf een andere keuze maken? 

Alternatieven 

Plastic is overal. Het lijkt onmogelijk om zonder te leven. Maar er zijn alternatieven, want er zijn mensen die nagenoeg geen afval produceren. Afval minderen moet kunnen. 

Ik ga niet proberen om 100% afvalvrij te leven. Als veganist ben ik bang dat er weinig te eten overblijft, want hoeveel vleesvervangers ken jij die in recyclebaar papier verpakt zijn? Ik zie het meer als een streven. Ik hoop dat er steeds meer mogelijk wordt en zal elk alternatief met beide handen aangrijpen. 

Eerst ga ik op zoek naar alle goede alternatieven die er al zijn, waar ik nu nog niet genoeg van af weet. Die zoektocht en de uitkomsten daarvan zal de komende weken te volgen zijn via de Instagram van Noorderbreedte. Hopelijk sta ik binnenkort nog maar één keer in de twee weken, of zelfs één keer per maand met mijn afvalzakje op straat. Als ik mijn afvalberg weet de verkleinen naar 25% zonder mijn leven drastisch om te gooien, dan is mijn missie geslaagd. Want als iedereen dat zou doen is 75% van het probleem opgelost. En hopelijk lukt die laatste 25%, met een beetje hulp van bovenaf, dan op een gegeven moment ook zonder drastische fratsen. 

Wormenbak 

Maar wat betekent dat, je leven ‘drastisch’ omgooien? Datgene wat je belangrijker vindt dan duurzaamheid en dus niet op wilt geven is voor iedereen anders. Voor mij ligt die grens best ver, ik wil  best veel doen en wat uit- of opgeven. Maar ik vind het moeilijk worden als het alternatief ‘niks’ is. Bijvoorbeeld dus bij eten. Ik vind het prima zuivel en vlees opgeven, want er zijn zat alternatieven. Maar als ik én veganistisch én 100% afvalvrij wil eten en ik dan bijvoorbeeld geen vleesvervangers meer zou kunnen kopen, gaat me dat te ver. Maar als er goede alternatieven zijn dan mag het iets duurder zijn of iets minder lekker, en gelukkig is het soms ook goedkoper en juist lekkerder. Ik zie dat niet als ‘drastisch omgooien van mijn leven’. 

Je hoeft niet als martelaar door het leven te gaan, maar ik vind ook niet dat we onbeperkt recht hebben op alles wat beschikbaar is. En ergens tussen die twee dingen ligt een grens, die voor iedereen anders is. Als we onszelf uitdagen deze grens steeds een beetje te verleggen komen we met z’n alle vooruit. 

Voor mij is zo’n grensgeval: een wormenbak om te composteren. Ik wil graag minder afval produceren, daar zou zo’n bak enorm bij helpen. Maar ik krijg best wel een beetje kriebels van die beestjes en ik heb totaal geen ruimte over in mijn stadse studiootje, dus misschien kan ik deze optie aan me voorbij laten gaan? In mijn hoofd is deze keuze snel goed te praten. 

Maar als ik er wat langer over nadenk: het hoeft geen enorme bak te zijn natuurlijk, voor een kleintje kan ik vast wel ruimte maken. En gaat mijn kwaliteit van leven echt achteruit door een paar kriebels? Misschien kan ik bevriend raken met de kriebelaars en ze namen geven. Dan doe ik alsof ze pacmans zijn en geef ik ze snoepjes. Dat klinkt best gezellig. En zo klik ik op ‘bestel’. 

Lees hier alle blogs van Bente.

Trefwoorden