Het valt me al een tijdje op: de ruimte waarvoor mensen zich verantwoordelijk voelen is in dorpen groter dan in de meeste stadswijken. Het begint al wanneer je een dorp binnen rijdt, bij het bordje met de plaatsnaam. Samen in actie voor het dorpsfeest, het opknappen van de begraafplaats of een welkomstactie voor nieuwe bewoners. Zo maak je samen je dorp.

Bij ons in de straat, in een wijk in Groningen-stad, vol studenten, jonge gezinnen en mensen die er al dertig jaar wonen, is dat anders. Wij ondernemen actie tot de rand van onze tuin. Daarbuiten is de ruimte van de gemeente. Bij een scheve stoeptegel bel je een doorkiesnummer, toch?

Het leven is ook hartstikke vol en druk. School, (thuis)werk, je huis netjes houden, hobby’s en vrienden. We hebben weinig tijd over om een beetje extra aandacht aan onze wijk te geven.

Volle zalen

Tijdens de Dutch Design Week zit ik in Eindhoven in een volle zaal. De bezoekers nemen deel aan een congres over ontwerp en participatie. Voordat de lezing over participatie in een prachtige wijk begint, vraagt de spreker ons wie zelf actief is in haar of zijn wijk. Er gaan twee handen de lucht in. De vraag zet de boel direct op scherp. Misschien zitten de meesten hier om te leren hoe ze zichzelf kunnen activeren?

In een andere zaal, deze keer in Groningen en vol met experts in duurzame energie, staat aan het eind van een lange volle dag iemand op. Hij vraagt zich af waar de bewoners zijn.

Niemand weet het antwoord op deze vraag. Hoe kan dat, want er zitten toch mensen in de zaal? Zijn die niet net zo goed bewoners? In de rol van de professional vergeten we gemakkelijk dat we meer zijn dan onze functieomschrijving.

Allemaal dezelfde 24 uur

Een veel gehoord idee in zelfhulp-voor-succes-programma’s is het principe dat iedereen evenveel tijd heeft. ’You have the same number of hours in the day as Beyoncé.’ Oftewel, als je niet succesvol bent, besteed je je tijd gewoon niet slim genoeg.*

Daar zit een kern van waarheid in. We hebben allemaal 24 uur op een dag. Neem daarbij ons drukke bestaan en onze beperkte hoeveelheid wilskracht. Als je niet oplet spendeer je ‘de tijd die over is’ (naast alles wat moet) online, bingewatchend met je slimme telefoon in de hand. En dat is ook heerlijk, natuurlijk.

Dit fenomeen heeft alleen ook een nadeel: het maakt ons ongemerkt apathisch.

Alle actiekracht die je online gebruikt, geeft je het gevoel dat je iets hebt gedaan. Het kan groots en meeslepend voelen, meedoen aan het gesprek van de dag, op een plek waar iedereen het kan zien. In werkelijkheid is het een actie die verdwijnt in de eindeloze brei van online-activiteit.

In de fysieke wereld is jouw invloed niet terug te vinden. Je wijk wordt er niet anders door. Niet groener en niet met rechtere tegels.

Bij ons in de straat

Dorpsbewoners zijn niet minder online dan ik en mijn stadsgenoten. Hier is iets anders aan de hand. Het is een beeld, een idee in ons hoofd tot waar onze invloed reikt. Tot waar jij jouw invloed mag laten gelden. Dat territorium is kleiner in de stad, terwijl er genoeg ruimte is die onze aandacht vraagt.

Bij ons in de straat staan de bomen er een beetje treurig bij. De boomspiegels, de stukjes aarde rond een boom in een betegelde omgeving, zijn gevuld met blikjes, afval en krakkemikkige fietsen. In feite schreeuwen plekken als deze om actie.

Misschien blijf ik voorlopig online apathisch en word ik actief op straat. Eens kijken of ik het dorpse gevoel bij ons in de wijk wat groter kan maken.


*Disclaimer: Dat is natuurlijk alleen waar in een ideale wereld, waar iedereen evenveel slagkracht heeft. Waarin geen sprake is van verschil in effectiviteit en macht, en geen sprake van privileges.

Lees hier alle blogs van Maartje ter Veen.

Trefwoorden