Midden in een eeuwenoude keten woon ik. In de weilanden om mij heen werken al eeuwen boeren en grazen al eeuwen koeien die al eeuwen melk geven. Maar na eeuwen van ingenieus gebouwde melkkelders, conserveringstechnieken, boterhandel, gezamenlijk waterbeheer en zuivelcoöperaties blijkt de vooruitgang zijn prijs te hebben.

Het wordt almaar leger en stiller in het Friese veenweidegebied. Terwijl de melk als kaas naar het buitenland verdwijnt, weegt de moderne lange zuivelketen steeds zwaarder op de weilanden in onze omgeving. Zware trekkers en nijpende winstdoelen houden geen rekening met wat zoemt, fladdert, kriebelt en fluit.

Tegelijkertijd zien ook mensen aan de andere kant van de wereld het leven uit hun omgeving verdwijnen, maar dan voor de grondstoffen van mijn mobiele telefoon bijvoorbeeld. Onze economie is een wereldwijde, haast onontwarbare kluwen geworden van lange ketens zonder ruimte voor biodiversiteit, schone lucht of klimaat.

Leiden

Ik loop door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het museum is leeg. Dat is fijn. Voor het museum niet natuurlijk, maar voor mij wel. Zo ben ik alleen met het verleden en dat is mijn bedoeling. Ik ben er voor mijn boek over de Nederlandse maakeconomie. Het is donker in de ruimte en een groot wit lint met ingebouwde vitrines leidt mij door duizenden jaren Nederlandse archeologie.

Na maanden lezen over de productie van ons alleroudste aardewerk, zie ik de duizenden jaren oude potten nu met eigen ogen. Door de zaal lopend, zie ik de productieketens met duizenden jaren tegelijk complexer worden. Het eerste geld en de bronzen wapens, waarvan de grondstoffen niet van hier kwamen. De leren schoenen, de gouden sieraden, de fijne zijden stoffen en het eerste industrieel geproduceerde aardewerk niet te vergeten, uit de fabrieken met honderden arbeiders.

Wie wat wil, moet samenwerken. Zonder ketens kom je niet ver. Dat wisten ook de boeren uit mijn dorp die meer dan honderd jaar geleden — onder druk van concurrentie van geavanceerde zuiveltechnologie uit Denemarken — een coöperatie begonnen om hun melk hygiënischer en sneller te verwerken en een fabriek bouwden aan de rand van het dorp.

Ik loop verder en kom aan het eind van de expositie. Daar staat tegen de linkermuur een lange witte ladewand. Iedere gemeente in Nederland heeft zijn eigen laatje. Mijn gemeente ook. Terwijl ik me afvraag wat er in vredesnaam in zou kunnen liggen, omdat ik van geen belangwekkende archeologische vondsten bij mij in de buurt weet, trek ik het Súdwest-Fryslân laatje open. Dan word ik even stil.

Ik was al stil, maar in mijn hoofd wordt het nu ook even stil. In het laatje ligt een kleine koe van klei. Ze is tweeduizend jaar oud en werd gevonden op een huizenterpje vlakbij Sneek. De koe is bruin en haar poten zijn wat korter geworden dan ze oorspronkelijk waren. De lege, schaarsverlichte tentoonstellingsruimte met vitrines vol oudheden verdwijnt en ik bevind me plotseling heel even op een zonnige dag in een druk groen veld met hoog gras vol zweefvliegen, hazen, dikke wormen, leeuweriken, mollen, zuring, pinksterbloemen en oranjetipjes. Heel even maar.


Nieuwe ketens

In 2021 staan we voor een nieuwe uitdaging. Een grote. Nieuwe economen maken nieuwe modellen en leggen hun vingers op de zere plekken van de oude economie. En ook nu werken mensen samen voor nieuwe ketens. In ons dorp hebben we een tuin waar we samen onze groente verbouwen, er is een park met vrij scharrelende kippen voor eieren. We kopen samen groot in, om verpakkingen te besparen en buiten het dorp wordt een stukje vlas ingezaaid. Er is een leenauto voor het hele dorp en er zijn plannen om collectief van het gas af te gaan door energie op te wekken met warmte van het water uit het nabijgelegen meer.

’s Avonds loop ik thuis, buiten op de dijk. De zware tankauto van een melktransporteur dendert mij tegemoet. Boven de donkere cabine zie ik een blauwe lichtreclame met een wapperende Friese vlag. “De Takomst BV” lees ik in de verlichte letters. De toekomst BV. De chauffeur zie ik zo snel niet in zijn cabine. Bovendien is hij mij alweer voorbij het donker in met duizenden liters melk in de glimmende tank. Op weg naar de volgende boer of naar de kaasfabriek in Workum.

Ik denk aan de koe die veilig ligt het laatje in Leiden ligt.

Wat kon, kan weer. Moet weer.