Voor festivals is de food line-up haast net zo belangrijk als die van de bandjes die er optreden. Over wat er op het menu staat, denkt de organisatie goed na. Met eten onderscheiden de festivals zich én laten ze zien dat ze bewust duurzame keuzes maken.

Into the Great Wide Open (Vlieland) introduceerde jaren terug de zeewierburger. Welcome to the Village (Leeuwarden) had burgers van de Friese festivalkoe Janneke. En Eurosonic Noorderslag (Groningen) heeft zijn eierballen waar je bijna niet omheen kunt. De festivals proberen hun bezoekers steeds weer een nieuwe culinaire ervaring te bieden.
De voedselprogrammeurs denken ook goed na over waar het eten van­daan komt. Eén van hen is Wilbert van de Kamp. ‘Op festivals breng je mensen dichter bij elkaar. Ik ontwikkel dingen waardoor mensen elkaar beter leren begrijpen. Voedsel helpt daar goed bij.’
Van de Kamp probeert het voedsel veel uit de streek rond een festival te krijgen. Zelf eet hij ook vooral lokaal. Dat doet hij niet per se omdat het duurzamer is, maar vooral vanuit zijn ideaal om mensen bij elkaar te brengen. ‘Ik zie het meer als therapie. Door korte ketens leren we elkaar kennen. Die bieden de boer de gelegenheid te laten zien dat zijn product ertoe doet. Een ontmoeting tussen consument en producent kan leiden tot meer bewustzijn.’

Met de rug naar de muur staan de foodtrucks in de opslag. Door de lockdown zijn er geen festivals in Nederland en hebben de cateraars hun eettentjes opgeborgen. Folkert Beetstra, eigenaar van De Burning Baarch, heeft zijn smoker en hamburgergrills opgeslagen in een oude melkfabriek in het Friese Burgum. Hij heeft zijn foodtruck gemaakt in 2019 met als doel om in 2020 daarmee de festivals af te rijden.

Wat de pot schaft

Zelf noemt Van de Kamp zich een activistisch ondernemer. Hij werkt voor meer festivals: voor Welcome to the Village is hij de voedselprogrammeur, voor Oerol zet hij een programma op dat Het Kookeiland heet. Verder werkt hij voor Innofest, een club die festivals gebruikt om nieuwe diensten en producten te proberen. Het festival is een living lab, een plaats ‘waar je op korte termijn kunt leren voor het echte leven’.
‘Festivals lopen vaak een paar jaar voor op de echte wereld’, stelt Van de Kamp. ‘We accepteren er zaken die we anders niet zouden accepteren. Mensen eten letterlijk wat de pot schaft. Niet iedere festivalbezoeker zit daar meteen op te wachten, maar ik merk ook dat weinigen ertegen zijn. Ze denken dan: ik eet wel wat er is. Mensen worden zich bewust van het eten dat wij hun voorschotelen, dat er zoiets bestaat als lokaal voedsel. Als festival zetten wij een eerste stap die de hele maatschappij kan volgen.’
Wat mensen aan nieuwe ideeën naar huis meenemen, vindt Van de Kamp lastig inschatten. Iemand die daar beter zicht op heeft, is onder­zoeker Marije Boonstra. Ze publiceerde onlangs een boek over festivals als living lab voor duurzame innovaties. ‘Niet alle festivals zijn geschikt voor experimenten die leiden tot een verandering bij de bezoeker, maar sommige zijn dat wel. Het heeft overigens vooral te maken met de programmeurs en hun eigen activistische houding. Het is aan hen of ze met een festival een statement willen maken over duurzaamheid of korte ketens en of het publiek dat overneemt.’
Boonstra verwijst onder meer naar een Canadees onderzoek waarin festivalbezoekers gezond eten kregen voorgeschoteld. Ook na afloop van het festival bleken de mensen nieuwe waarden te hebben en soms nieuw gedrag te vertonen. ‘Het mooie van festivals is dat de drempel lager ligt om iets nieuws te proberen. Een festival slokt je tijdelijk op en dan ga je mee in wat daar gebeurt.’

Marije Lamsma, oprichter van Cut the Crêpe, staat dit jaar alleen nog op Welcome to the Village. Tenminste, als het Leeuwarder festival doorgaat. Lamsma is normaal ook cateraar op Oerol, dat al afgelast is voor de tweede keer op rij.

Meer lokaal, minder keuze

Het eten komt niet alleen vaak uit de korte keten, maar is vaak ook vegetarisch en veganistisch. Dat is een trend bij meer grote pop- en dance­festivals. DGTL Amsterdam, een groot underground muziekfestival dat in september plaatsvindt, is volledig vegetarisch. Oerol maakt ook een beweging die kant op. ‘We kunnen voor zo’n festival heftige keuzes maken die mensen normaal zelf misschien niet maken’, zegt Van de Kamp.
Bij Welcome to the Village wil de programmeur vooral eten uit de korte keten. Hij koppelt de verschillende cateraars en foodtrucks aan lokale boeren. Dat heeft zowel voor- als nadelen. Het voordeel is dat de boer en de cateraar elkaars producten leren kennen en elkaars vraag en aanbod kunnen afstemmen. Het nadeel is dat boeren behoefte hebben aan regelmatige afzet, terwijl een festival maar een paar dagen per jaar duurt.

Muziekfestival DGTL Amsterdam is volledig vegetarisch

‘Eten uit de korte keten heeft ook als nadeel dat je niet meer een veelheid aan keuzes hebt’, vertelt Van de Kamp. ‘Zelf eet ik uit de korte keten. Ik moest in het begin wennen omdat niet alles voorhanden is. Op Welcome to the Village wil ik een lokale minisupermarkt waar mensen keuze hebben uit een soort pannenkoekenmix, ei en melk. Daar geven we ook niet die veelheid aan keuzes en tegelijk laten we zien dat een supermarkt prima toekan met alleen maar lokale producten. Je moet accepteren dat je wat water bij de wijn moet doen.’

Michiel Hoving, animator en bedenker van Varkentje Rund, heeft een truck die opgeslagen staat in een grote loods vlak achter de Ikea in Groningen.
De loods gaat binnenkort tegen de vlakte, waardoor zijn wagen een ander onderkomen zal moeten vinden.

Tijdelijke realiteit

Ondanks dat eten uit de korte keten niet alleen voordelen heeft, blijven voedselprogrammeurs als Van de Kamp zich er hard voor maken. ‘Wat festivals goed begrijpen is dat mensen deels voor de act komen maar ook deels voor een verhaal. Als jij dat verhaal goed vertelt, kan voedsel daar een groot onderdeel van zijn. Misschien zorgen festivals niet voor een blijvende verandering in hoe mensen denken en doen omdat er meer systemen nodig zijn om die voor elkaar te krijgen, maar we zijn wel één van de onderdelen in zo’n systeem.’
Een voorbeeld van een blijvende verandering is een bekend biermerk dat op verzoek van een festival biologisch bier ging produceren en dat daarna is blijven doen. ‘Die biertjes liggen nu in de supermarkt’, vertelt Boonstra. In haar onderzoek naar festivals is niet gekeken naar of mensen veranderen in hun gedrag. ‘Misschien wel in hun waarden, maar gedrag blijft lastig om nu iets over te zeggen. Daarvoor duren de festivals vaak net te kort. Mensen stappen tijdelijk in een andere realiteit en staan daar echt open voor nieuwe dingen, zoals een krekelburger eten. Maar zodra het festival voorbij is, dringt de normale realiteit zich weer op.’