De bestuurlijke voormannen van Groningen hebben een fluim op de grond gespuugd – of misschien in een teiltje want het zijn welopgevoede mannen. Hoe ik dat weet? Ik hoor het: ze praten met minder meel in de mond.

Onomwonden stellen de burgemeesters, de provincievoorman, de NPG-voorzitter en de dijkgraven dat het rijk de Groningers en hun mooie provincie heeft gebroken. Hun opinieartikel in Het Financieele Dagblad van 7 februari leest als een verademing. Zoveel jaren lang klonken er apaiserende woorden uit de monden van de bestuurders: ze wilden opkomen voor hun bewoners maar ook graag vriendjes blijven met Den Haag. Nu het verslag van de Parlementaire Enquêtecommissie klaar is (op 24 februari kunnen we het allemaal lezen) weten ze dat ze op het verkeerde paard hebben gewed. 

Den Haag was een boze oom die het Noorden gebruikte en belangen van de bewoners negeerde. Toen winstbejag van de BV Nederland noorderlingen ook fysiek in gevaar bracht, kneep de Haagse oom het slachtoffer in de wang…