Met een zelfgetimmerd comfortabel tuinbankje onder de arm struinen landschapshistorici Jeroen Wiersma en Gerard Westerhuis door een Fries weidelandschap. Af en toe duikt in de verte een haas op. Bij de plas verderop fladderen wat ganzen. De roep van een grutto klinkt.
Het valt niet direct op, maar hier in de omgeving van het Friese Jorwert, op de westelijke route van het historische Jabikspaad, zijn voor Nederlandse begrippen opmerkelijke hoogteverschillen te vinden. Het ene perceel ligt soms een halve meter hoger dan het andere, doorsneden door geulen van verschillende dieptes.
Rustgebied
Welkom in het greppelland, een van Nederlands meest kleinschalige landbouwgebieden. Een landschap dat – hopelijk – de komende jaren met hulp van de provincie Fryslân en de agrarische collectieven wordt behouden en uitgebreid. En dat is hard nodig, want het is een bron van biodiversiteit.
En het is een gebied vol rust. Tot de grondeigenaar op zijn quad komt aanrijden. Of we weg willen gaan. De vele wandelaars op het pad – onderdeel van de bedevaartsroute naar het Spaanse Santiago de Compostella – verstoren de rust voor de vogels in het gebied, zegt hij. En dat geldt des te meer voor de fotograaf, met zijn knalrode Noorderbreedtetrui. Toch is het pad vanuit de overheid het hele jaar door opengesteld. Onbegrijpelijk, vindt de eigenaar. In het broedseizoen zou je het Jabikspaad eigenlijk niet op moeten mogen.
Te nat
Wiersma – leren jack en outdoorbroek – bracht een groot deel van het jaar 2020 door in het greppelland voor het maken van Libbenslinen, een korte documentaire over de schoonheid ervan. Op een van de percelen naast het erf van een boerin sliep hij van tijd tot tijd buiten in een bivaktent, tussen het kruidenrijke gras en op korte afstand van de weidevogels – maar wel zonder hun rust te verstoren. Wiersma werd verliefd op het gebied en verhuisde er nadien zelfs naartoe. Nu werkt hij er in opdracht van de provincie Fryslân. Samen met Gerard Westerhuis van Landschapsbeheer Friesland onderzoekt hij de mogelijkheden voor het behouden en terugbrengen van de iconische greppels. Dat doen ze door met boeren over de waarde van de greppels te spreken, het greppellandschap in kaart te brengen, met de rest van het team behoudsplannen op te stellen, maar ook door zelf het greppelland in te gaan.


Terwijl een groepje wandelaars zich buiten het oog van de grondeigenaar toch op het Jabikspaad waagt, stappen Wiersma en Westerhuis met het bankje terug in de auto. In het idyllische dorpje Jorwert zelf – met de kerktoren in de rug en tussen de huizen door zicht op het greppelland – vertelt het tweetal verder. Onder meer over dat het gebied een door zeewater uitgespoelde laagte is, zoals veel delen van het Friese kleilandschap, en daardoor te nat voor akkerbouw. De greppels, op slechts enkele meters van elkaar gelegen, waren essentieel voor de afwatering. Toen eind negentiende eeuw de door paarden getrokken maaimachine zijn intrede deed, werd de boer voor het eerst met de lastige aspecten van de greppel geconfronteerd.
Er werden bredere randen langs het greppelland aangelegd, met eronder drainagepijpjes die uitwaterden in slootjes. Veeteelt kon er wel bedreven worden, zij het op kleine schaal. Maar het gebied werd vooral gebruikt als hooiland.
Tot ruim een eeuw geleden de industrialisatie begon. Drainageslangen in de grond, kleine gemaaltjes maar ook imposante bouwwerken als het Friese Woudagemaal maakten het ineens mogelijk om grotere delen van het voorheen te natte landschap te gebruiken voor de landbouw. De greppels konden verdwijnen.
Natuurgebied
Dit is met tachtig procent van het ooit wijdverbreide greppelland gebeurd. De kleinschalige akkers zijn groter gemaakt en de sloten zijn gedempt. Dat had ook rondom Jorwert en in de aangrenzende Lionserpolder kunnen gebeuren.
Toch is het greppelland hier nog grotendeels aanwezig. Mede dankzij voormalig natuurbeheerder Jelle de Boer, weet Wiersma. ‘Hij was een boerenzoon en wilde boeren zoals zijn voorouders. Extensief, en met aandacht voor de weidevogels. Zoals past bij het gebied.’ Het gebied werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw natuurgebied, ter compensatie van de negatieve effecten van de ruilverkaveling.
Er bevinden zich in het gebied ook nieuwere greppelpercelen, waarbij de ligging van de greppels is gereorganiseerd. ‘De kortere greppeltjes, die vroeger dwars over een weiland lagen, zijn nu als een of twee lange greppels in de lengterichting in het weiland gelegd’, zegt Westerhuis. Zo is het weiland toegankelijker geworden. Maar greppels bleven er in de Lionserpolder vrijwel overal.
Koolstofbron
En gelukkig maar. Greppelland heeft zijn voordelen. In de zomer houden de lagere delen het grondwater beter vast. De bodem droogt dan minder uit. Is het langere tijd nat, dan worden de hogere delen door de bolling in het land weer relatief snel droog.
Die verschillen in vochtigheid zorgen voor biodiversiteit. Net als de rijke bodem. Jaar in jaar uit is het land bemest met ruige stalmest. ‘Als je weleens een handvol grond hebt gepakt, zie je bijna vijftig procent wormen’, zegt Wiersma. ‘Dat is gewoon enorm.’
In de bodem ligt bovendien veel koolstof opgeslagen. De kruidenrijke graslaag erbovenop maakt het greppelland voor vogels extra aantrekkelijk, veel aantrekkelijker dan een gladgetrokken weiland met het bekende Engelse raaigras. Elk plantje heeft zijn eigen ideale plek: van boterbloem tot veldzuring, van pinksterbloem tot weegbree.
Gladtrekken
Voor het creëren van echt biodivers greppelland moet je geduld hebben. Dertig jaar niet ploegen is nodig om de bodem zich te laten ontwikkelen, zodat het leven daarin optimaal kan functioneren.
Ook moeten er voldoende greppels liggen. ‘Elke acht tot vijftien meter een greppel is het beste voor het waterbeheer en de weidevogels’, zegt Westerhuis. ‘Maar dat is met het zware materieel van tegenwoordig niet werkbaar.’
Landbouwmachines kunnen namelijk lastig keren, en moeten daarom vaak omrijden. Daar komt nog bij dat een modern boerenbedrijf dat veel melk wil produceren, eiwitrijk gras nodig heeft. En dat groeit beter op een vlakke grond dan op oud greppelland. ‘Dan snap je die boer ergens ook wel’, zegt Wiersma. ‘Als je melk produceert en geen vergoeding krijgt voor het behoud van het greppelland, trek je de boel glad.’
Als er al dan een greppel aanwezig is in een weiland, zit er soms wel dertig of veertig meter tussen elke geul. ‘Dat ziet er misschien uit als greppelland,’ zegt Westerhuis, ‘maar het middelste stuk van het weiland verdroogt dan even snel als op een compleet vlak perceel, waardoor daar te weinig voedsel voor weidevogels is.’
‘Het meest waardevolle greppelland is nog steeds vogelvrij’
Beperkt budget
Gelukkig wordt eraan gewerkt om dit te veranderen. Landschapsbeheer Friesland is samen met de provincie in de zogenoemde erfgoeddeal bezig om in het midden van Friesland tweehonderd hectare van wat ooit greppelland was te herstellen. Ook rondom Jorwert.
Maar er is een beperkt budget. ‘Het zou erg zonde zijn als er straks duizenden euro’s gaan naar de bescherming van greppelland dat eigenlijk helemaal niet zo oud en bijzonder is’, zegt Westerhuis. Landschapsbeheer Friesland brengt daarom in opdracht van de provincie al het greppelland in kaart. Zij bestudeert luchtfoto’s van rond 1950, rond 1980 en eind jaren 90. Zijn de greppels al op de oudere luchtfoto’s te zien, dan zijn ze extra waardevol en verdienen ze bescherming. Des te ouder, des te beter.
‘En toch is het meest waardevolle greppelland nog steeds vogelvrij’, zegt Westerhuis. ‘Dus ik denk dat we ons in eerste instantie moeten richten op beschermen van wat er nog is. Maar hersteld greppelland kan in bepaalde regio’s een belangrijke aanvulling zijn.’
Pachtcontracten
Bescherming is hard nodig. ‘Ik ken wel verhalen van boeren die op een gegeven moment stoppen met hun bedrijf en het land te koop zetten’, zegt Westerhuis. ‘Ze hebben hun leven lang liefdevol op dat land gepast. Maar ze hebben misschien niet goed nagedacht over wat er met dat land gaat gebeuren als iemand anders eigenaar wordt.’ Soms wordt door de nieuwe eigenaar het land gladgetrokken en verwijdert hij de greppels. ‘Dan loopt die boer langs zijn oude land met bijna tranen in zijn ogen.’
Ook bij Wiersma in de buurt verdween onlangs weer een stuk greppelland. Het was het perceel waar hij vaak heen ging om geïnteresseerden uitleg te geven over het belang van het greppellandschap. ‘Ik heb nog geprobeerd in contact te komen met de boer, maar de bult nieuwe grond om het vlak te maken lag al klaar.’
Beide landschapshistorici willen dit soort gevallen voor zijn. ‘Als een boer met mooi greppelland denkt: ik wil binnen nu en vijf jaar stoppen, dan moet er een mogelijkheid zijn om dat land voor eeuwig te beschermen tegen een ruime vergoeding.’
Een van de mogelijkheden voor behoud zijn eeuwigdurende pachtcontracten, stelt Westerhuis. Daarin wordt vastgelegd dat de greppels niet uit het gebied gehaald mogen worden. De boeren krijgen dan een vergoeding per hectare land dat ze op deze manier beschermen.
Er zijn in Nederland al partijen die zo werken, maar de provincie Fryslân doet dat nog niet op grote schaal.
Nieuwe greppels
Ondertussen is ook opnieuw gegraven greppelland hard nodig, al is het dan ecologisch minder waardevol dan het oude land. De eerste greppels zijn al opnieuw aangelegd. Vanaf 2019 is er met 43 boeren op 160 hectare land 38 kilometer aan nieuwe greppels gegraven. Dit gebeurde in combinatie met het herstellen van andere belangrijke landschapselementen, zoals poelen, houtsingels en hagen. ‘In het begin vroegen wij ons wel af of hier animo voor zou zijn,’ zegt Wiersma, ‘want wie wil er nou greppels? Maar gelukkig zien steeds meer mensen de waarde ervan in.’
En nee, nog niet elke boer krijgen ze mee om weer greppels op zijn land aan te leggen. Er zijn intensief boerende bedrijven die elk hoekje van hun land gebruiken en geen ruimte overlaten voor natuurbeheer. Er zijn echter ook boeren die veel land in bezit hebben vanwege de fosfaatrechten die erbij horen, maar die het land op zich verder niet nodig hebben. ‘Zij hebben vaak wel ruimte om aan weidevogelbeheer te doen’, zegt Westerhuis. En daar hoort ook een greppel bij.
Utopie
Bovendien ontdekken boeren nu ook zelf de voordelen: kruiden die in het greppelland goed groeien, blijken positieve effecten te hebben op de gezondheid van koeien, toont onderzoek van de Wageningen Universiteit aan. De koeien hebben minder last van maag-darmwormen en sommige kruiden remmen bacteriegroei af. De kruiden zorgen zelfs voor minder methaanuitstoot door de koeien. En dat beperkt dan weer de klimaatverandering.
Hoe mooi het ook mag klinken, alle weilanden veranderen in kruidenrijk greppelland is organisatorisch en financieel niet haalbaar. ‘Dat is een utopie’, zegt Wiersma. ‘Je kunt boeren ruime compensatie bieden, maar tegelijkertijd moet je ze het boeren niet onmogelijk maken, want dan stoppen ze.’ Het vraagt nou eenmaal veel inzet van de boer om te zorgen voor meer greppels en rustgebieden voor vogels. Uiteindelijk lijkt een compromis de beste uitweg. ‘Zolang er maar meer ruimte komt voor het greppelland, want nu is de verdeling behoorlijk uit balans.’
