Op de westpunt van Vlieland ligt de Vliehors, een enorme zandvlakte die ook wel de ‘Sahara van het Noorden’ wordt genoemd. Daar zwermen lepelaars en scholeksters over het wad, zwemmen zeehonden en bruinvissen in de zee, en scheren jachtvliegtuigen door de lucht. Want behalve vogelparadijs en Natura 2000-gebied is de Vliehors ook de enige plek in Nederland waar Defensie en de NAVO vanuit de lucht mogen oefenen met explosieven. Dit leidt ertoe dat natuurbeschermingsorganisaties en Defensie al jarenlang strijden om deze plek. Bart Beijloos van de Waddenvereniging, en Hans van Gasteren, hoofd van het bureau Natuur van de Koninklijke Luchtmacht, vertellen in een gezamenlijk gesprek over hun ogenschijnlijk tegenover elkaar staande belangen.
‘We hebben het niet goed gedaan in Nederland, en daardoor hebben we nu werk aan de winkel’, zegt Beijloos. Hij doelt onder meer op de Waddenzee, die bezwijkt onder de druk die we erop uitoefenen. Vissen, vogels en zeedieren dreigen met de helft in populatie af te nemen ten opzichte van een onverstoorde Waddenzee, stelt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Sinds 2024 geldt dan ook in heel Europa de Natuurherstelwet die ons verplicht de aangetaste natuur te herstellen. Op 1 september had er een eerste herstelplan op tafel moeten liggen, waarnaar alle partijen zich moeten voegen die het Waddengebied verstoren. Zo ook Defensie.
Maar door de oorlog in Oekraïne en de oplopende spanningen wereldwijd, krijgt Defensie de komende tijd juist een grotere rol toebedeeld, zoals vastgelegd in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. ‘Ik vind wel dat de Defensieorganisatie van belang is voor Nederland – op dit moment al helemaal – en dan moet je oefenen en trainen, daar ontkom je niet aan’, zegt Van Gasteren. De Vliehors is daarvoor essentieel. ‘Schietterreinen vind je bijna nergens, dus daar moet je zuinig op zijn.’ Aan de ene kant staat Defensie die een grotere rol krijgt, en aan de andere kant de Natuurherstelwet die ons verplicht het zooitje op te knappen dat we er de afgelopen jaren van hebben gemaakt.
Straaljagers
De bommen die hier vallen, kan men op Texel nog horen exploderen, vertelt Van Gasteren. Dat de natuur zich herstelt in een gebied waar bommenwerpende straaljagers voorbijrazen lijkt onwaarschijnlijk. Als vogels op het wad steeds opschrikken, verliezen ze immers energie en hebben ze minder tijd om eten te zoeken, wat ze uiteindelijk fataal kan worden. Maar toch blijkt iets onverwachts. Van Gasteren vertelt over een publicatie van het project Wij & Wadvogels, een initiatief van de Vogelbescherming, waaruit blijkt dat de Vliehors juist buitensporig veel vogels herbergt. ‘Dat valt te verklaren, want er is minder recreatie’, zegt hij. De toeristenbus, de Vliehors Express, mag alleen rijden wanneer er niet geoefend wordt door Defensie.
Volgens Van Gasteren verstoort een toeristenbus de vogels meer dan straaljagers. Hoe dat kan? Defensie heeft zijn oefeningen de afgelopen jaren flink ingetoomd. ‘Wat wij nu doen is peanuts vergeleken met wat we vroeger deden’, zegt Van Gasteren. Bovendien houden ze rekening met de momenten waarop de natuur het kwetsbaarst is. ‘Als het waterpeil boven een bepaalde drempel komt, sluiten we de range, het gebied waar we vliegen.’ Met springtij overspoelt het water het wad en vluchten duizenden vogels naar de laatste stukjes droge grond. Opschrikken uit zo’n beklemde situatie zou veel energie kosten. Hetzelfde geldt voor ijzige winters. Wanneer het wad dichtvriest, is voedsel schaars terwijl energie hard nodig is om warm te blijven. Opschudding door straaljagers trekt dan een zware wissel op de vogels, dus zorgt Defensie ervoor dat dit niet gebeurt.
Toch wordt alleen onder uitzonderlijke omstandigheden het vlieggebied gesloten. De rest van de tijd horen vogels de jachtvliegtuigen boven zich razen. Maar het blijkt dat ze hier gewend aan raken. Defensie liet vier jaar lang onderzoek uitvoeren waaruit naar voren kwam dat de gewenning zo groot is, dat uiteindelijk nog maar een klein deel van de vogels opvliegt. Bovendien worden de huidige F-16’s vervangen door de nieuwe F-35’s, die hun werk vanaf grotere hoogtes kunnen uitvoeren en dus voor minder geluidsoverlast zorgen. ‘Ik ga niet zeggen dat we niet verstoren, maar het is zo onregelmatig en beperkt dat de vogels daar geen last van hebben’, zegt Van Gasteren. ‘De Vliehors is gewoon een van de hotspots van de Waddenzee.’
En die explosies die tot Texel reiken dan? Die komen van livebommen, die nog maar amper worden gebruikt. ‘We mogen tot zeventig livebommen werpen per jaar, maar in de praktijk zijn het er niet meer dan twee of drie handjes vol’, vertelt Van Gasteren. De meeste bommen die vallen zijn oefenbommen, een stuk metaal in de vorm van een bom. Deze worden na de worp meteen weer opgeruimd, zodat er geen schadelijke stoffen uit ontsnappen en ze hergebruikt kunnen worden.
McDonald’s
Hiermee is niet het hele verhaal verteld, vindt Beijloos. Het vier jaar durende onderzoek van Defensie richtte zich op vogelsoorten die het hele jaar door te vinden zijn op het Wad, terwijl over de trekvogels nog weinig bekend is. ‘De Waddenzee is een soort McDonald’s voor trekvogels’, zegt Beijloos. Deze vogels verblijven maar zo’n tien dagen op het wad, waarin ze opvetten om hun verre tocht voort te kunnen zetten. Tijd om te wennen aan het kabaal van de Defensie-oefeningen hebben ze niet, en opschrikken kan ervoor zorgen dat ze energie tekort gaan komen om hun bestemming te bereiken. Daarom zou Defensie volgens Beijloos ook rekening moeten houden met de periodes dat trekvogels aanwezig zijn.
Bovendien moeten we niet alleen kijken naar vogels, maar ook naar het leven onder water. Zeker gezien de nieuwe F-35. Hoewel deze misschien minder verstorend zijn voor vogels [waar boswachter Jaap Kloosterhuis in de Marnewaard trouwens anders over denkt] , draagt hun laagfrequente geluid ver in water. ‘Bij de nieuwe straaljagers hebben we het niet over vogels, maar over bruinvissen’, legt Beijloos uit. De bruinvis oriënteert zich met sonar, dus laagfrequent lawaai kan die geluidswereld verstoren, wat akelige consequenties kan hebben. ‘Bruinvissen zijn heel gevoelig en kunnen bij zware geluiden zelfs doodgaan.’
Samen verder
Dat Defensie rekening houdt met de natuur werpt zijn vruchten af, maar volgens Beijloos is over de impact van de resterende oefeningen nog te weinig bekend. Dit moet helder worden, want de Natuurherstelwet verplicht ons de natuur te herstellen, en daarvoor moeten we weten waar het beter kan. Daarom slaan Defensie en de Waddenvereniging de handen nu ineen. Hun belangen – respectievelijk oefeningen houden en de natuur beschermen – leken lange tijd onverenigbaar, waardoor ze elkaar vaak in de rechtszaal troffen. Maar kortgeleden zijn ze uit de loopgraven geklommen en nu voeren ze samen onderzoek uit, waarin ze een grote groep vogelsoorten en het onderwaterleven onder de loep nemen. Mijden bruinvissen bepaalde plekken en schrikken trekvogels op tijdens hun pitstop op het wad?
‘De Vliehors is een van de hotspots van de Waddenzee’
HANS VAN GASTEREN
Het vogelonderzoek wordt uitgevoerd door het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Eerder werd alleen naar grote soorten gekeken, maar met nieuwe technieken kunnen ze nu ook kleine vogels volgen, die gevoeliger blijken voor verstoring. Ondertussen volgt Wageningen Marine Research de zeehonden rondom de Vliehors met camera’s en microfoons om te zien of deze reageren op overvliegende straaljagers. Ten slotte houdt de Rijksuniversiteit Groningen zich bezig met het onderwatergeluid. De eerste onderzoeksresultaten worden in 2028 verwacht, en die over onderwatergeluid rond 2030.
Van Gasteren maakt zich niet al te veel zorgen over de uitkomsten van de onderzoeken. Hij wijst op de telling die impliceert dat de Vliehors juist erg aantrekkelijk is voor vogels. ‘Ik heb er vertrouwen in dat het wel zal meevallen. Maar het is goed om er beter naar te kijken.’
Beijloos is daar niet zo zeker van en twijfelt vooral aan dat woord ‘meevallen’. ‘Er is een juridische waarheid en een wetenschappelijke waarheid. Dat je aan een instandhoudingsdoelstelling voldoet wil nog niet zeggen dat er geen effect is op een populatie.’ Die doelstelling is een door mensen vastgestelde norm die zegt hoeveel vogels het gebied minstens moet kunnen herbergen. Blijf je hierboven, dan klopt het op papier, maar of de vogels dan ook werkelijk geen last hebben van de oefeningen wordt daarmee niet duidelijk. ‘Er zitten dus nog haken en ogen aan’, zegt hij.
Maar Beijloos ziet ook het belang van Defensie in. ‘Ik snap dat Defensie deze oefeningen moet doen, en ze hebben hun impact op de natuur al teruggebracht.’ Het gezamenlijk onderzoek is er dan ook niet om de andere partij te verstoten, maar juist om te kijken hoe beide belangen naast elkaar kunnen bestaan op een plek: hoe Defensie kan blijven oefenen terwijl het Waddengebied de mogelijkheid krijgt zich te herstellen. Het grootste deel van dit doel hebben ze zelfs al behaald. Defensie heeft zijn oefeningen in de afgelopen jaren al enorm bijgeschaafd om in het plaatje van natuurherstel te passen. ‘We zijn nu aangekomen in de laatste “finetunefase”, waarin we kijken hoe we nog iets meer druk van de Waddenzee weg kunnen nemen’, zegt Beijloos.
‘Trekvogels hebben geen tijd om te wennen aan het kabaal van Defensie-oefeningen’
BART BEIJLOOS
Nog niet gered
Maar zelfs als Defensie zijn oefeningen polijst, is het Waddengebied nog niet gered. Het wordt bedreigd door veel meer drukfactoren en hoewel de aandacht nu vooral op Defensie gericht is, is het lang niet de grootste verstoorder. ‘We moeten gaan kijken welke drukfactoren we nog meer kunnen weghalen’, stelt Beijloos. ‘De slechte waterkwaliteit en de visserij zijn de grootste verstoorders, en daarnaast heb je nog het onderwatergeluid en het baggeren.’ De waterkwaliteit keldert doordat bedrijven nog altijd chemische stoffen, microplastics en zware metalen in de zee lozen, die terechtkomen in het voedselweb. ‘Veel bedrijven weten niet eens dat ze vervuilen, terwijl ze, als het hun duidelijk zou zijn wat ze moeten doen, best bereid zijn om te verbeteren.’

De visserij werkt verstorend doordat grote sleepnetten de zeebodem omwoelen en het leven van kleine bodemdieren steeds opschudden. Het bodemleven verarmt, waardoor er voor trekvogels minder voedsel overblijft. Een akkoord om de visserij in te perken was bijna rond, toen er plots een garnalenvisvergunning van 20,5 jaar werd verstrekt die daar een streep door trok. Bijna overal mag weer gevist worden. Terwijl Defensie bezig is zijn impact op het wad te minimaliseren, gaat de visserij onverstoorbaar door.
Om die andere drukfactoren weg te nemen is – net als met Defensie – samenwerking nodig. Voor de garnalenvisserij bijvoorbeeld oppert Beijloos om visgebieden te zoneren, zodat er natuurherstelgebieden ontstaan naast zones waar wel gevist mag worden. ‘Zo kan de garnalenvisserij doorgaan, maar in een andere vorm.’ We hoeven niet te kiezen tussen mens en natuur, maar kunnen ze zoveel mogelijk naast elkaar laten bestaan, vindt Beijloos. Daarvoor moeten de partijen elkaar wel opzoeken in plaats van zich in te graven.
Dat dit succes oplevert, bewijzen de Waddenvereniging en Defensie. Ze begonnen met waarden die onverenigbaar leken, maar zijn nu zo ver naar elkaar toegegroeid dat ze zijn uitgekomen op een gedeeld belang: de Vliehors als plek waar Defensie-oefeningen en natuurherstel samenkomen. Dat gaat verassend goed. ‘We komen steeds dichter bij elkaar’, zegt Beijloos. Misschien kan deze samenwerking de weg wijzen voor de aanpak van andere partijen die het Wad belasten, zoals de visserij en de industriële vervuilers. ‘Het is fijn dat we dit nu samen kunnen doen, toch Hans!’
