Jan Iden (Froombosch, 1930) lijkt er de persoon niet naar om een pseudoniem te nemen, maar als hij had moeten kiezen lag de naam Jan van de Wal voor de hand. Zijn verhalenbundel Voarenslu legt getuigenis af van zijn betrokkenheid bij het woelige water, maar een zeeman wordt de schrijver niet.

Moi
n Moal of wat sluig k handen om ribben en kromp din huvernd de waarmte van mien duvvel weer in. t Was zuiken in d’graauwte om t kerkpad te vinden. Smaal en kronkelg luip dij dwaars deur t baauwlaand hin, kruusde verschaaidend van de laange, rechte loanen en snee zo n best ìnd òf.

Of ze der hinstreud waren, zo stonden n haandvol aarbaidershuuskes inter de twinter in t veld. Klaain, en de mainsten al olle kwinten. In ain doar k stoef langs luip, was d’petrolielaamp nog aan. n Vraauwspersoon scharrelde in koamer om. Achter t huus ston n vent mit n stoppelboard. n Oldere man dij veurover bie pomp ston, kwam in t ìnde en schudde mit kop. Druppen uut zien grieze board vlogen as blinkende kristallechies rondom heer.
Jongste keek overzied. ‘Moi’, zee e. Van d’aander kwam der ook n ‘moi’ …

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts € 45 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden