‘In de zeventiende eeuw was Nederland al behoorlijk ontbost en door de bevolkingsgroei ontstond er behoefte aan stenen huizen. Er was een groot energiegebrek (brandstof) – de aanleiding voor de veenvergravingen. Dat was avontuurlijk omdat men onvoldoende kennis had van de dikte van het veenpakket, die per streek sterk wisselde. Soms zaten de zandkoppen direct onder het veen en dan viel dat nauwelijks te exploiteren. Elders lagen metersdikke veenpakketten, en als die goed te ontwateren waren, viel er goed te verdienen.’
Naast de natuurlijke reden voor de ontvening was er in ons gebied een politieke: de Stad was in 1594, evenals de Ommelanden, protestants geworden. De calvinisten werden er de baas, en ze kregen ook veel kloosterbezittingen, zoals – na veel geharrewar – het Groningse deel …

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden