Friesland kende aan het eind van de Middeleeuwen ruim vijftig kloosters, waarvan de meeste gesticht waren in de vijftiende eeuw. Hiervan was het overgrote deel stedelijke vrouwenkloosters, met een bevolking van lekenzusters die in hun levensonderhoud voorzagen met spinnen en weven. Een dertigtal meer klassieke kloosters dateerde echter uit de twaalfde en dertiende eeuw. De Odulfusabdij van Stavoren dateerde vermoedelijk zelfs uit de negende eeuw. Deze kloosters waren vóór alles gebedsinstellingen, waar in een onafgebroken reeks koordiensten dag en nacht Gods lof werd gezongen, met name voor het zielenheil van hun begunstigers. Ze behoorden volgens historicus Hans Mol tot de agrarische orden, hetgeen wil zeggen dat zij voor hun bestaan afhankelijk waren van een uitgebreid grondbezit. Een…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden