De houtvester als bouwer van bossen en teler van hout zag zich gepasseerd door natuurbeschermers, veeboeren, aspergetelers, rietsnijders en ontwerpers van golfbanen. Nog geen twintig jaar geleden had een houtvester met een mooie boswachterij vol gezonde bomen veel aanzien. Hij kende de kwaliteit van zijn grond en plantte alleen daar bomen waar hij wist dat ze groot zouden worden. Een bos aanleggen was een vak. Je bouwde een bos en verstond de kunst om bij elke grondsoort de juiste boomsoort te kiezen. Totdat de klad in de houtprijs kwam en de natuurbeschermer de laatste importsoorten uit de bossen joeg. Het bos veranderde van houtplantage in natuurrijk cultuurgoed. In dezelfde tijd ontstond een nieuwe vorm van bosbouw, of iets wat daar voor door moest gaan: overtollige landbouwgronden ‘…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts € 45 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.