Harde cijfers ontbreken maar tien tegen een dat Joure met de eer gaat strijken. Bij het Friese stadje verrijst Europa’s grootste iepentuin. Op 1 hectare braakland langs de A7 worden deze weken 120 iepen (40 soorten) geplant. De eerste boom ging op 23 maart (boomfeestdag) de grond in. Verantwoordelijk voor de aankoop van de bomen bij Joure is de Iepenwacht in Friesland. Deze organisatie zet zich samen met haar zusterclub in Groningen in voor het behoud en de herplant van iepen.
Het Waddenfonds kende beide iepenwachten dit jaar ruim 2,6 miljoen euro subsidie toe. Niet voor het park bij Joure, maar voor de aanplant van 7 duizend nieuwe iepen in de Waddengemeenten. Doel van de operatie is het eeuwenlang vertrouwde beeld van de iep in deze windstreken te laten herleven. Iepen zag je er vroeger veel langs wegen, in dorpen en op terpen en wierden. De soort is namelijk windbestendig en kan goed tegen zilte zeelucht.
Neemt niet weg dat de iep (olm) langdurig een zieltogend bestaan leidde. De beruchte iepziekte (kevervraat) sloeg in de vorige eeuw hard toe. Ook in het Noorden van het land. Tien procent van de iepen legde jaarlijks het loodje. Tot enige jaren geleden. De boomsterfte is dankzij nieuw geteelde, resistente soorten voor langere tijd tot staan gebracht, lijkt het.
Tijd dus voor nieuwe iepen. Laat duizend(en) iepen bloeien, zullen ze bij het Waddenfonds hebben gedacht. Met haar subsidiegrondslagen innovatie, duurzaamheid of economische ontwikkeling heeft het project overigens weinig te maken. Met de opwaardering van het Waddenlandschap, een andere norm, des te meer. Dat is ook wat waard.

Trefwoorden