De begraafplaats leeft

‘Dodenakkers’ zijn vaak prettige plekken. Bovendien bevatten ze een schat aan historische informatie. Maar voor gemeenten wordt dit erfgoed steeds meer een financiële last. Om begraafplaatsen duurzaam te maken moet je ze beter inrichten, digitaal ontsluiten en samenwerken met vrijwilligers, zegt Bart Ramakers.

TEKST
Bert Nijmeijer

‘Dodenakkers’ zijn vaak prettige plekken. Bovendien bevatten ze een schat aan historische informatie. Maar voor gemeenten wordt dit erfgoed steeds meer een financiële last. Om begraafplaatsen duurzaam te maken moet je ze beter inrichten, digitaal ontsluiten en samenwerken met vrijwilligers, zegt Bart Ramakers.

– Dit is een artikel uit het themanummer De wetenschapper bij de kapper. Meer lezen? Kijk hier voor een overzicht. Of bestel het nummer hier – 

We begraven minder, we cremeren meer. Cremeren is schoner, praktischer, goedkoper. Je krijgt de restanten netjes in een pot, met een deksel erop. Je hebt geen gedoe met een kist, een steen, grafrechten en onderhoud. Je kunt de betreurde meenemen naar waar je maar wilt of hem uitstrooien, waarna wind en water de rest doen. Veel begraafplaatsen zijn in verval. De inkomsten lopen terug. Er is weinig ‘natuurlijke aanwas’. Er zijn vooral uitgaven, geld dat je bijna letterlijk in de grond stopt. Je krijgt het er nooit meer uit. Graven vervallen, overwoekeren, verzakken, grafstenen breken, tegels barsten. Wat rest is een wat spookachtig romantische plek, die met de jaren verder in de vergetelheid raakt.

Levend erfgoed

Prof. Bart Ramakers, hoogleraar oudere Nederlandse letterkunde aan de RUG, is met een project begonnen dat Levend erfgoed heet, een project ter beheer en behoud van begraafplaatsen in Noord-Nederland. Hij heeft van de NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, een subsidie kregen om het project van de grond te krijgen. Er zijn in ons land naar schatting ruim 3500 begraafplaatsen, waarvan een evenredig deel in Noord-Nederland.

Men cremeert meer, door de secularisering en de kosten, zegt Ramakers op zijn werkkamer. Een graf onderhouden kost moeite. Het vergt zorg, je moet erheen, dingen bijhouden. Je koopt de rechten voor tien, twintig, dertig jaar. Daarna krijg je bericht, of je wilt ruimen of verlengen. Dat kost ook weer geld. Gemeenten zitten met grote terreinen die veel onderhoud vragen, zegt Ramakers. Het zijn vooral kostenposten, dode plekken waar de meeste mensen nooit komen. Bij de verdeling van schaarse middelen krijgen de levenden begrijpelijkerwijs prioriteit. Levend erfgoed moet een aanzet zijn voor de ontwikkeling van een ‘platform’ waarmee gemeenten hun begraafplaatsen beheren en dat burgers digitaal toegang geeft tot de wereld onder de stenen. Een aantal gemeenten, waaronder Oldambt in Groningen en Aa en Hunze in Drenthe, gaat meedoen. Grontmij is private partner.

Zeldzaam

Het is gek aan begraafplaatsen: er zit zoveel verdriet en rouw in de grond, maar desondanks zijn het prettige plekken. Je vindt er stilte en een rust die op andere plekken zeldzaam is geworden. Je zou begraafplaatsen anders kunnen gebruiken, zegt Ramakers, als ontmoet- en gedenkplekken, waar je informatie zoekt en kunt vinden. Beschouw ze als een park, investeer in wandelpaden, bankjes, groen. ‘Begraafplaatsen zijn een bron van historische kennis. De teksten op grafstenen, verwijzingen, grafpoëzie, zeker in het Noorden. Vooral Groningen heeft een traditie van grafgedichten. Het zijn lieux de mémoires, plekken waar je je dingen herinnert, je familie, voorouders, waar je vandaan komt. Je denkt aan het gebied, de geschiedenis ervan. Het is een plek waar mensen, heden en verleden bij elkaar komen.’ In het hele land zijn er initiatieven van vrijwilligers die onderhoud en restauratie van begraafplaatsen op zich hebben genomen, zei Ramakers. Spontaan gevormde clubjes, die met eigen bezems, kwasten en gieters, en eigen kennis van steen, beton en ijzerwerk aan de slag gaan. Ramakers wist van vrijwilligers in onder andere Winschoten, Finsterwolde, Anloo en Assen, op de Noorderbegraafplaats. Die laatste groep was heel actief. Ik stuurde een e-mail naar Lucas A. Ocken, contactpersoon van de groep in Assen. Hij belde meteen terug. ‘Goedemiddag, met Ocken! Kijk, dat zijn berichten waar ik toch zo blij van word!’ Hij vertelde over de Noorderbegraafplaats, hoe die erbij had gelegen, hoe hij had beseft dat hier de aartsvaders van Assen lagen. Hoe in amper een jaar tijd een bloeiende club vrijwilligers tot leven was gekomen, veertig mensen sterk.

Verzakte bende

De Noorderbegraafplaats ligt aan de Kerkhofslaan, vlak bij de Vaart, aan de rand van het Asserbos. Op een zaterdagmorgen achterin november is het er grijs en bar koud. Het ruikt naar houtkachels. Het toegangshek staat strak in de verf, er staat een bord bij met informatie. Achteraan, bij het baarhuisje, staat een groep mensen bij elkaar. Lucas Ocken is een verzorgde heer met een pet, een snor en een shawl. Hij steekt meteen van wal. ‘Wat je hier ziet is de harde kern. Zoals die man daar, met dat rode jack. Ik ga maar even rond. Zo’n man als Bert Boon, een jongen van de binnenstad van Assen. Alie Hoekman, nabestaande, coördinator belettering. Alie is overal inzetbaar. Daar komt Giny met de koffie aan. Han van Riel, de neef van Harm van Riel, de VVD’er, leermeester van Wiegel. Die ligt vooraan.’

Hij kwam hier op een monumentendag, vanuit zijn activiteiten in de genealogie. ‘Ik zag een puinhoop, een verzakte bende. Hier ligt de Drentse elite. Alles wat Drenthe bestuurd heeft, ligt hier. Ik kwam Lukas Kwant tegen, die daar loopt. Ik zei tegen Kwant: dit kán niet.’ Ze mobiliseerden iedereen die ze kenden, schakelden de media in, en zo kwam de bal aan het rollen. Om ons heen zijn inderdaad verzakte graven, verweerde, gebroken dekstenen, verroeste hekjes te zien. Een grindpad, kale bomen, een rhododendron. Er zijn ook graven die inderdaad zijn opgeknapt, de steen weer mooi fris, opnieuw beletterd, hekwerken die zijn hersteld en opnieuw geverfd. Graven die weer jaren meekunnen. ‘Vrijwilligers melden zich bij mij aan,’ zegt Ocken, in het dagelijks leven ‘a gentleman of leisure’. Hij hoest, haalt een doosje uit zijn jaszak. ‘Sigaartje? Ik vraag: wat kunt u doen? Wat wilt u doen? Er is een groenploeg, de kwastwerkers, de beletteraars. En mensen zoals Giny. Die kan alles. Die is hier van de zomer bijna elke dag. Die zegt: dit is mijn thuis. Zie je wel, daar komt ze weer aanzetten. Een gou-den mens.’

De groep gaat bij elkaar staan voor een foto, huiverend in de kou, met harkjes, bezems en spades voor het plaatje. De foto komt in een folder voor de VVV, ter werving van nieuwe vrijwilligers. In het voorjaar doen ze mee met NL Doet! en later met de Rabo Midnightwalk, zaken die nieuwe publiciteit opleveren. We bekijken het grootste grafmonument van de begraafplaats, zwart neogotisch gietijzer, drie meter hoog. Symboliek: uilen, doodskoppen. Erbij in de buurt het graf met de brievenbus, waar de hemelpost in kan. Zoveel graven, betekenis, geschiedenis. Ocken pakt nog een sigaar. ‘Dit is geen hobby meer. Dit is bijna professioneel aan het worden.’

Steunpunt

Veel begraafplaatsen zijn niet beschermd, zegt Bart Ramakers op zijn werkkamer. Er staan heel weinig begraafplaatsen op de monumentenlijst. Onderdelen, individuele graven en monumenten, staan soms wel op die lijst. Maar er is geen beleid, weinig idee over wat we met die 3500 eeuwige rustvelden aan moeten. ‘Er is zeker kennis, maar die is nauwelijks vastgelegd en soms moeilijk toegankelijk,’ zegt Ramakers. ‘Er is behoefte aan bevordering van deskundigheid, educatie en professionele begeleiding.’ De doden die er liggen, vertegenwoordigen een levend verleden, zegt Ramakers. ‘Door onze aanwezigheid zorgen we ervoor dat we begraafplaatsen levend houden, dat ze levend worden.’ Op het informatieplatform in ontwikkeling worden begraafplaatsen tot op de centimeter in kaart gebracht, met GIS, geografische informatiesystemen. ‘We willen bestaande graven veel preciezer dan nu documenteren, elke grafplek een uniek nummer geven. Op zo’n plek kunnen veel mensen begraven liggen of begraven zijn geweest. Dat kun je onderzoeken en vaststellen. Ook voor kerkhoven. Dat zijn vaak veel oudere begraafplaatsen. We willen de grafgeschiedenis toegankelijk maken, maar ook gegevens over de actuele steen, wie daar nog ligt.’ Er zijn veel goede vrijwilligersgroepen actief, voorbeelden van good practice, zegt Ramakers. ‘Je zou willen dat die kennis en ervaring werd samengebracht en aangevuld, en dat zowel beginnende als ervaren groepen toegang hebben tot funeraire expertise. Een steunpunt voor monumentenzorg, ook de universiteit zou daar een rol in kunnen spelen.’

Graf-app

Onderdeel van het online informatieplatform dat wordt ontwikkeld zou een ‘systeem van waardestelling’ moeten zijn, dat de waarde van een graf beschrijft, in geld, in erfgoedwaarde, zegt archeologe Hilde Boon van Grontmij die ik spreek op het Grontmij-kantoor in Groningen. ‘Je wilt bepaalde graven graag behouden, niet per se alle graven.’ Begraafplaatsen zijn een integraal onderdeel van de maatschappij, van de levende en die van het verleden, zegt Boon. Ze horen bij een stad of dorp, hun geschiedenis ligt er begraven. Begraafplekken zullen er blijven, zoals er mensen blijven die kiezen voor begraven, dat een andere gevoelswaarde heeft dan cremeren. ‘Wat we voor ons zien is een systeem dat voor gemeenten, organisaties en ook vrijwilligers te raadplegen is, met gegevens tot op het diepste niveau van de mensen die er liggen, de steen, het graf, de symboliek van de beelden. Er zou advies bij moeten staan over hoe de graven het best te onderhouden zijn, wat er moet gebeuren, en wat niet. Er zou een app bij kunnen, waarmee je per graf alle beschikbare informatie oproept.’

Nabestaande

Lucas Ocken van de Noorderbegraafplaats in Assen maakt veel gebruik van de gravendatabase Online Begraafplaatsen 3.0. Op deze begraafplekkensite staan inmiddels 740.934 grafmonumenten beschreven, in Nederland en het verre buitenland, tot in Sri Lanka en Japan toe. Tussen de lange lijst met vrijwilligers die de lemma’s van gegevens voorzien staat ook Lucas A. zelf, vrijwilliger te Assen, Lissabon, Stadskanaal. Op een zaterdag in december, een paar dagen voor kerst, heb ik nog een keer met de harde kern van de Stichting Noorderbegraafplaats Assen afgesproken. Het is niet zo koud meer, maar nu waait het erg hard. Aanwezig zijn huisgenealoog Jan Lagendijk, de hovenier Matthijs Smaal, drijvende kracht, allesweter en ‘man met vier rechterhanden’ Lukas Kwant en natuurlijk secretaris Lucas Ocken, die zegt: ‘Lukas vertelt je alles over het hek.’

Het toegangshek, glanzend zwart gerestaureerd, is ‘voor zover wij weten gegoten door Nering Bögel te Deventer,’ zegt Kwant, leraar basisschool van beroep. In het hek is een beeltenis verwerkt van een uil, symbool voor de dood. Ook in het hek: een slang die in zijn eigen staart bijt. Symbool voor de kringloop van het leven. We lopen nog een rondje, langs kapotte graven en herstelde graven. Beroemde graven: Dr Hendrik Jan Nassau, de rector van het gymnasium, de beroemde Hermanus Hartogh Heijs van Zouteveen, vrijdenker. Hij heeft nog gecorrespondeerd met Darwin, was aanwezig bij de opening van het Suez-kanaal. Kwant heeft ‘een grote harde schijf’, hij onthoudt alles, Jan Lagendijk heeft een tas met multomappen, waarin alles staat. We sluiten af in een café. ‘Hè, koffie.’ Muziek: Country road, take me home. Giny is er ook. Ze is nabestaande van drie graven op de Noorderbegraafplaats en in een vroeg stadium door Lucas Ocken gestrikt als vrijwilliger. Ocken, Kwant en de anderen, het zijn vrienden geworden, gevonden in werk van maatschappelijk nut. We beklagen ons over de winter, waarin het werk aan de begraafplaats stil ligt. ‘Ik kijk uit naar het nieuwe seizoen,’ zegt Giny. Buiten is het hard gaan regenen.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50